10 februari 2026
De bestaanszekerheid van werknemers staat op de helling. De VCP is geschokt door de bezuinigingen die de aankomende minderheidscoalitie voorstelt voor de werkloosheidswet (WW). De verkorting van twee naar één jaar, een vertraagde opbouw en verscherpte eisen zorgen voor een aanslag op de bestaanszekerheid van werknemers. ”Jong en oud, maar ook de middengroepen worden geraakt. Mensen die werkloos worden hebben behoefte aan zekerheid en begeleiding naar werk. Maar er worden onder het mom van ‘werk en zekerheid’ harde bezuinigingen aangekondigd. In plaats van hulp kiest de coalitie voor sanctie”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein.
De werknemersverzekering WW is essentieel als bescherming tegen inkomensverlies voor werknemers die ontslagen worden en hun baan verliezen. Een baan ligt niet altijd voor het oprapen, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt. De WW zorgt ervoor dat werknemers niet direct in financiële problemen komen. Zeker voor oudere werknemers blijkt het in de praktijk lastig om een nieuwe baan te vinden. Nog maar in 2013 is de WW-duur teruggebracht naar twee jaar, waarbij sociale partners in sectoren nog een aanvulling tot 3 jaar organiseren. Het vorige kabinet wilde de WW terugbrengen naar 1,5 jaar, de nieuwe coalitie reduceert de WW tot een jaar. Velen zullen zich niet realiseren dat straks mensen bij arbeidsongeschiktheid ook eerder in de lage WGA-vervolguitkering zullen vallen. De loongerelateerde WGA is namelijk gekoppeld aan de WW-duur.
De coalitie schermt ermee dat de uitkering de eerste twee maanden met 5% omhoog gaat naar 80% van het oude loon. Maar dat valt in het niets bij de bezuinigingen en een verlaging van het maximumdagloon van 20% naar € 63.500 bruto per jaar. Rekening houdend met een uitkeringspercentage van 70% komt de maximale uitkering op € 44.450 bruto per jaar, ook al was het inkomen hoger. Dit geldt ook voor werknemers die werkzaam zijn in de sectoren overheid en onderwijs; sectoren die eigenrisicodrager zijn.
De vertraagde opbouw raakt ook jongeren hard. Jongeren werken vaker op flexibele arbeidscontracten met een grotere kans op verlies van een baan. De opbouw wordt flink ingeperkt van één maand per gewerkt jaar in de eerste tien jaar, naar een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering. Heb je binnen deze korte periode geen nieuwe baan gevonden? Dan val je terug op de bijstand als je daar al voor in aanmerking komt vanwege de toetsen van het inkomen van de partner en het vermogen. Ook moet je volgens de nieuwe regels langer hebben gewerkt om in aanmerking te kunnen komen voor een WW-uitkering. De financiële gevolgen kunnen enorm zijn. En dat terwijl kosten juist vaak hoog zijn in deze levensfase.
De VCP vindt dat de coalitiepartijen met hun voorstellen echt de verkeerde afslag nemen. Mensen die werkloos raken hebben iets anders nodig dan het verder versoberen van het inkomensvangnet. Ze hebben hulp nodig in plaats van een sanctie. Er zou volop ingezet moeten worden op het begeleiden van mensen naar werk en het voorkomen van werkloosheid. Iets waar sociale partners hard aan werken. In plaats van daarin te investeren dreigen positieve initiatieven in de knop gebroken te worden. De € 100 miljoen die dan wel beschikbaar wordt gesteld voor Leven lang ontwikkelen, gaat ten koste van de re-integratiemiddelen van het UWV. Als klap op de vuurpijl mag een werknemer straks de transitievergoeding alleen nog inzetten voor van-werk-naar-werk, terwijl het altijd ook bedoeld is als inkomensaanvulling. In plaats van hulp volgt er ook hier een sanctie.