13 mei 2026
“De VCP is een kleinere vakorganisatie. Maar in termen van aanwezigheid en stem laten horen, is de VCP er altijd. En dat is een compliment waard”, vertelt Kim Putters, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). We spraken met hem over de veranderende tijd, de rol van de polder hierin en in het bijzonder die van de Vakcentrale voor Professionals (VCP).
De VCP laat sinds 1976 – al 50 jaar – de stem van professionals horen in de SER. De organisatie, destijds nog de Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel, ontstond toen de naoorlogse wederopbouwfase was afgerond en de economie zich verder ontwikkelde. Putters: “De economie is zich steeds hoogwaardiger gaan ontwikkelen, met veel kenniswerkers en met meer welvaart voor iedereen. En precies in dat tijdsgewricht heeft de VCP altijd de belangen van een steeds groter wordende groep middeninkomens behartigd. Zo is de VCP een vaste waarde binnen de SER geworden, met een eigen profiel en veel vertakkingen in de samenleving.”
“In de beginperiode van mijn voorzitterschap (eind 2022) ging ik op bezoek bij het bestuur van de VCP. Daar heb ik ook een aantal uren met alle bestuursleden gesproken”, herinnert Putters zich. “En dan merk je hoe de sectorale perspectieven aan tafel gedeeld worden, zowel gericht op de overeenkomsten als de verschillen in de sectoren die er nou eenmaal zijn binnen de achterban van de VCP. Maar juist de rode draad, die nog steeds zit in de positie van de professionals in al die sectoren, voelde ik heel sterk in mijn gesprekken. En dat is een onmisbaar perspectief. In het overleg in de polder, maar ook met het kabinet en met de politiek.”
De VCP houdt de SER ook daadwerkelijk alert op de middengroep, vertelt Putters met een glimlach. “Het is zo dat de VCP ons steeds bij de les houdt en ook vragen stelt als: ‘Hé, wacht even, dit moeten we nog wel even doorrekenen of bekijken. Wat betekent dat nu? Hoe pakt dit nou daadwerkelijk uit? Voor de politieagent, voor de verpleegkundige, voor de leerkracht? En ik denk dat dat een enorm belangrijke rol is die de VCP vervult. Ze bewaken de verbinding met de middengroepen en de middeninkomens, het cement van onze samenleving.”
Het perspectief van de middengroepen zie je ook terug in de adviezen en aanbevelingen van de SER, beaamt Putters: “Een SER-advies is natuurlijk het product van consensus. Daar heb je met z’n allen aan gewerkt. Maar kijk bijvoorbeeld naar het advies over verduurzaming van de maakindustrie. Daarin hebben we met een leven lang ontwikkelen zeker ook het perspectief van de middengroep meegenomen. En ook met onderwerpen als van-werk-naar-werk en de krapte op de arbeidsmarkt. En natuurlijk op het gebied van AI en werk. Digitalisering heeft potentieel een enorme impact op de groepen waar de VCP voor opkomt. Dat is aan tafel steeds merkbaar en bespreekbaar.”
Een ander advies waar de invloed van de VCP volgens Putters herkenbaar is, is het middellangetermijn-advies van de SER (MLT-advies). “Als je kijkt naar wat we daar hebben afgesproken over flex- en vastwerk, en dat mensen in onzekere arbeidscontracten meer zekerheid zouden moeten krijgen, dat raakt de achterban van de VCP. En ik weet dat de VCP zich erg sterk maakt om dat MLT-pakket ook evenwichtig uitgevoerd te krijgen.”
Volgens Putters leven we in een tijd waarin grote veranderingen onze economie vormen, zoals digitalisering, verduurzaming, klimaat en vergrijzing. Juist daarom moeten we samen bouwen en werken aan de economie van de toekomst. Putters: “Daar willen we de gezamenlijkheid in vinden, zoals we dat ook na de Tweede Wereldoorlog deden. Bij uitstek bij de groepen in het midden kunnen potentieel banen op het spel staan door robotisering en digitalisering. En dan is het wel de vraag of je die transitie op een menswaardige en perspectiefvolle manier doet, zodat mensen ook een andere baan kunnen vinden. Of dat er een goed sociaal vangnet is als medewerkers er echt een tijdje niet in mee kunnen. Om dat goed te doen hebben we de vakbeweging in brede zin, maar zeker ook het perspectief van de VCP, hard nodig.”
Putters benadrukt dat het overbruggen van verschillen hierin van groot belang is. Juist de SER en ook de Stichting van de Arbeid zijn dé plekken in Nederland waar dat voortdurend gebeurt. Putters: “We voorkomen dat we in een voortdurende polarisatie zitten, dat er in dit land niets meer voor elkaar gebokst wordt. Dat is in deze tijd hard nodig, omdat de politiek vastloopt. Het gaat gewoon moeizaam in allerlei sectoren, waar problemen als netcongestie, stikstof en leven lang ontwikkelen alsmaar niet verder komen.”
“Op die momenten is er de waarde en de kracht van de polder”, zegt Putters. “Wij maken voorstellen, waarvan we ook tegen de politiek zeggen: ‘U krijgt er ons draagvlak bij’. Als u ons advies opvolgt, dan gaan wij in onze sectoren hard aan het werk om het ook te realiseren. Dat kan geen andere organisatie in Nederland zeggen en dat is waarom we net na de oorlog als SER zijn ontstaan. Dat is vandaag de dag nog net zo hard nodig. Hier ligt ook mijn motivatie als SER-voorzitter, omdat ik echt geloof in samenwerking. Niet alsmaar de boel opstoken en er niet met elkaar uitkomen.”
Het betekent ook dat het soms schuurt, vertelt Putters. “Dat zie je nu ook, want we zitten in een lastige situatie met het nieuwe kabinet. Er zijn grote meningsverschillen tussen het kabinet en de polder in brede zin en als het bijvoorbeeld om het Pensioenakkoord gaat. Je ziet ook duidelijk dat de VCP zich roert in de politieke discussies van dit moment en de actiekant toont. Het is niet gek dat het soms knettert en schuurt. En dat moet ook, dat je elkaar echt even in de ogen aankijkt en zegt: ‘Er zijn zaken die wij overeind willen houden’. Uiteindelijk is de kracht, dat we er met elkaar wel uit moeten en willen komen. Dus de politiek moet bewegen en soms zullen wij een stap moeten zetten. Dit is de kracht van de overlegeconomie en daar geloof ik in.”
Of de SER juist nu belangrijker dan ooit is, vindt Putters een lastige vraag om als voorzitter te beantwoorden. Toch vindt hij van wel, met een duidelijke kanttekening. “We hebben op dit moment een politieke werkelijkheid met een minderheidskabinet. Een kabinet dat niet zeker is van politieke steun in beide Kamers en daar mee moet wheelen en dealen om dat wel te realiseren. Dit maakt de noodzaak en de urgentie van maatschappelijk draagvlak nog groter. Dus op het moment dat het kabinet met werkgevers en werknemers eruit kan komen, heeft dat ook enorme politieke betekenis in de Tweede Kamer.”
“Waar het na de Tweede Wereldoorlog ging om de wederopbouw van Nederland, gaat het tachtig jaar later over de wederombouw van de Nederlandse economie. Door de grote transities veranderen onze structuren. De arbeidsmarkt verandert. En de economische sectoren waar we in de toekomst ons geld mee moeten verdienen, veranderen van karakter. En precies in dat tijdsgewricht zou ik willen zeggen: je kunt, je mag en je moet het niet alleen aan de politiek overlaten. Het kan niet anders dan dat je de wederombouw van de economie samen met het bedrijfsleven en met werkend Nederland doet. Doet de politiek dat niet, dan gaat ze onherroepelijk vastlopen.”
De kanttekening hierbij heeft met de huidige stilstand te maken. “En dat komt niet door de polder”, zegt Putters. “We hebben nu een aantal ingewikkelde vraagstukken op de agenda staan. Daar moeten we wel een oplossing voor zien te vinden, want de vraagstukken zijn veel te groot om stil te laten staan. We moeten met de politiek een weg zien te vinden, waarin we de dialoog ook echt kunnen voeren. Die is er nu nog duidelijk niet.”
Putters benadrukt tot slot dat het de komende jaren van belang is manieren te vinden om de participatie van groepen sterker vorm te geven. Om de geluiden uit de achterban een goede plek aan alle tafels te geven. “Uiteindelijk zijn de beroepen uit de sectoren die vertegenwoordigd zijn in de VCP de steunpilaren van onze samenleving. Dus blijf actief meedoen vanuit de VCP aan het vormgeven van de economie, van de toekomst. We hebben jullie hard nodig.”
Tegelijkertijd vraagt Putters om ook de geluiden van anderen dan de vaste achterban te betrekken én te horen hoe zij aankijken tegen de voorstellen die we samen doen. “Omdat ik geloof dat de betekenis van de SER samenlevingbreed is. We zijn bezig voor het algemeen belang van Nederland. Het zal de komende tijd steeds belangrijker worden dat wij ook laten zien dat we, nog los van wie er allemaal lid is van alle verenigingen, er voor de hele samenleving zijn. Dat is voor mij een boodschap naar alle sociale partners, waaronder de VCP. De komende jaren worden heel belangrijk, waarin we soms ook nieuwe manieren van werken moeten gaan verzinnen. En dat doe ik graag samen.”