2 september 2026
De kabinetsplannen voor de sociale zekerheid raken ook professionals in het onderwijs. Vooral het verkorten van de WW en het opnieuw ter discussie stellen van afspraken over de AOW baren Sense de Groot, voorzitter van BeroepsOnderwijsbond (BO), zorgen. Volgens hem wordt te veel vanuit de financiële kant naar de sociale zekerheid gekeken. “Het gaat hier om het welzijn en de toekomst van mensen. Daar moet je niet aan morrelen.”
Sense de Groot kent het onderwijs goed. Hij begon zijn loopbaan als docent maatschappijleer en vervulde daarna verschillende functies, van docent tot rector en bestuurder. Momenteel is hij bestuurder van een VO-koepel in Hoorn. Daarnaast is hij al jarenlang actief binnen de vakbeweging en is hij voorzitter van BO.
Die verschillende rollen – werkgever én belangenbehartiger van werknemers – botsen volgens hem niet. Integendeel. “In het onderwijs heb je elkaar keihard nodig. Of je nou bestuurder bent of onderwijsassistent, uiteindelijk heb je één belang: goed onderwijs verzorgen. Daarbij hoort ook dat medewerkers de waardering en beloning krijgen waar ze recht op hebben.”
De Groot maakt zich zorgen over de plannen van het kabinet om de sociale zekerheid te versoberen. Vooral het inkorten van de maximale WW-duur vindt hij moeilijk te rechtvaardigen. “Een termijn van twaalf maanden om werk te vinden is voor veel mensen echt veel te kort.”
Ook in het onderwijs, waar op veel plaatsen personeelstekorten bestaan, ziet hij mensen die na het verlies van hun baan moeilijk weer aan het werk komen. “Ik ken heel veel gevallen waarbij mensen veel moeite moeten doen en toch hun neus stoten, ondanks de tekorten.” Vooral oudere werknemers kunnen volgens hem kwetsbaar zijn wanneer ze werkloos raken. “Het is onacceptabel dat iemand die tientallen jaren heeft gewerkt, relatief snel richting de bijstand gaat als het niet lukt om snel een nieuwe baan te vinden.”
Ook langer doorwerken is volgens De Groot niet voor iedereen vanzelfsprekend. Daarbij wijst hij nadrukkelijk op de zwaarte van het werk in het onderwijs. “Het docentschap is een zwaar beroep en het wordt eigenlijk nooit genoemd in allerlei discussies over zware beroepen. Maar het ís wel degelijk een zwaar beroep.”
Daarbij gaat het niet alleen om fysieke belasting. Juist de psychosociale belasting is volgens hem groot. Een docent moet uren achter elkaar scherp zijn voor een klas en krijgt daarnaast steeds meer maatschappelijke vraagstukken op zijn bord. Veiligheid, gezondheid en problemen in de samenleving komen uiteindelijk ook de school en het klaslokaal binnen.
“Er worden veel meer eisen gesteld aan de onderwijsprofessional. Dat maakt het een heel complex en belastend vak.” Dat betekent overigens niet dat iedere oudere docent het werk niet meer aankan, benadrukt hij. Er zijn genoeg oudere docenten die nog uitstekend functioneren en zelfs na hun pensioen voor de klas blijven staan. Tegelijkertijd ziet hij dat het werk veel vraagt van mensen.
Bovendien verandert het vak voortdurend. De opkomst van kunstmatige intelligentie is daar een actueel voorbeeld van. Docenten moeten leren beoordelen of leerlingen hun werk zelf hebben gemaakt of daarbij AI hebben gebruikt. “Dat stelt weer heel andere eisen aan de docent. Zo zijn er telkens verschuivende ontwikkelingen waarbij een docent een leven lang moet leren.”
Van alle kabinetsplannen stoort De Groot zich vooral aan het opnieuw ter discussie stellen van afspraken uit het Pensioenakkoord. Hij was zelf vanuit de voorganger van BO (UNIENFTO) betrokken bij de discussies daarover. “Het Pensioenakkoord is zwaar bevochten. Daar is heel veel over nagedacht binnen de vakbonden. Uiteindelijk hebben we ja gezegd. Daar moet je nu vanaf blijven.”
Voor De Groot gaat dat ook over de betrouwbaarheid van de overheid. “Kernwaarden van een overheid vind ik betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. En die zet je daarmee op het spel.” Het Pensioenakkoord kwam na een langdurig en intensief proces tot stand, benadrukt hij. Juist daarom vindt hij het problematisch wanneer gemaakte afspraken enkele jaren later weer worden opengebroken.
Het kabinet wijst bij de voorgenomen bezuinigingen op de noodzaak om de overheidsfinanciën op orde te brengen. De Groot vindt dat een te beperkte benadering. Hij noemt deze puur financiële benadering van de sociale zekerheid ‘armzalig’. “Het gaat hier om het welzijn van mensen, om de toekomst van mensen. Om de productiviteit en de inzet van mensen. Daar moet je niet aan morrelen.”
Volgens hem moet veel breder worden gekeken naar mogelijke oplossingen. “Ik wil wel eens andere scenario’s doorgerekend hebben. Het is nu een hele lineaire insteek: pats boem, we bezuinigen want we kunnen niet anders. Ik denk dat er wel degelijk alternatieven zijn.”
Dat geldt volgens De Groot zeker voor de WIA. Daar liggen grote problemen in de uitvoering. Die los je volgens hem niet op door de positie van mensen die arbeidsongeschikt raken te verslechteren. “De hele uitvoering [bij UWV red.] is op dit moment gewoon niet op orde. Daar zijn mensen al slachtoffer van en er worden nog heel veel fouten gemaakt.”
“Juist bij sociale zekerheid gaat het vaak om mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden. Dan kun je niet zeggen: we gaan ook nog korten en hervormen. Het bureaucratische apparaat eromheen moet worden aangepakt.”
De Groot ziet veel meer in de positieve agenda waarvoor de VCP pleit. Investeren in mensen voordat ze werkloos of arbeidsongeschikt raken, kan volgens hem veel opleveren. In zijn eigen onderwijsorganisatie gebeurt dat bijvoorbeeld door medewerkers te begeleiden die dreigen vast te lopen of een andere richting in hun loopbaan willen kiezen.
“Als mensen op het punt staan dat ze een andere wending aan hun carrière willen geven, faciliteren wij dat heel gericht. Dan hoeven ze niet eerst vast te lopen, ziek te worden of werkloos te raken.”
Ook duurzame inzetbaarheid krijgt daarbij aandacht. Medewerkers kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van coaching of samen met de werkgever bekijken welke mogelijkheden er zijn om het werk op een goede manier vol te houden.
Met Prinsjesdag in aantocht hoopt De Groot dat het kabinet niet alleen naar de financiële rekensommen kijkt, maar ook het gesprek met werknemersorganisaties en andere maatschappelijke organisaties zoekt. Daarvoor moeten eerst de bezuinigingsplannen van tafel, zodat er een gesprek kan worden gevoerd over de echte problemen. De Groot maakt zich zorgen over de manier waarop de besluitvorming nu verloopt. “Er wordt veel met elkaar overlegd achter gesloten deuren en dan is er straks opeens een akkoord.” Volgens hem zijn zorgvuldigheid en transparantie juist belangrijk bij besluiten die grote gevolgen hebben voor mensen.
Zijn boodschap aan het kabinet is daarom duidelijk: “Bescherm werknemers via de sociale zekerheid en beknibbel daar niet op. Zeker niet vanuit financiële motieven. Het gaat om je menselijk kapitaal en dat moet je niet op deze manier aantasten.”
En daar voegt hij nog een oproep aan de politiek aan toe: “Zoek de dialoog actief op en neem het maatschappelijk middenveld bloedserieus.”
BO maakt via de Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv) deel uit van de Vakcentrale voor Professionals (VCP).
Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom de sociale zekerheid? Ga naar het actiedossier op de VCP-website. En volg de VCP via nieuwsbrief en LinkedIn.