24 juni 2026
“Als ik onderweg wegwerkzaamheden zie, zie ik onze leden aan het werk. Mensen die met passie en vakmanschap bouwen aan Nederland, terwijl ze dag in dag uit zwaar fysiek werk verrichten”, vertelt Wicher van de Hoef met veel trots. Hij is rayonbestuurder bij vakvereniging HZC, de stem van professionals die werkzaam zijn in de grond-, weg- en waterbouw, groen- en railinfra en (verticaal) transport. Als belangenbehartiger voor mensen die veelal zwaar werk verrichten, maakt hij zich grote zorgen over de bezuinigingsplannen van het kabinet.
Naast rayonbestuurder is Van der Hoef ook individueel belangenbehartiger en spreekt hij veel medewerkers. Zoals stratenmakers, grondwerkers en kraanmachinisten die de hele dag in een cabine zitten. En (spoor)wegwerkers die ook veel nachtelijk werk doen en in de weekenden in weer en wind aan de slag gaan. Voor deze mensen is een belangrijke vraag: Hoe haal ik op een gezonde manier mijn pensioen?
Nederland kent met 67 jaar een van de hoogste pensioenleeftijden in Europa. En volgens Van der Hoef is deze leeftijd voor mensen die zwaar fysiek werk verrichten vaak al niet haalbaar. “Toen de kabinetsplannen werden aangekondigd waren er veel zorgen bij de achterban. Iemand van 52 sprak mij aan en zei: ‘Ik moet nog veertien jaar doorwerken, terwijl de komende twee jaar al nauwelijks haalbaar zijn.’”
Ondanks dat de plannen voor de verhoging van de AOW-leeftijd van tafel lijken, liggen de problemen er nog steeds. In sommige sectoren zijn er regelingen als de (fiscale) zwaar-werkregeling, die het mogelijk maakt dat medewerkers twee tot drie jaar eerder stoppen met werken. Maar deze regeling heb je niet in alle sectoren en ze zijn bovendien niet altijd haalbaar, omdat medewerkers al eerder fysiek op zijn. Dat betekent dat deze mensen al snel gebruik moeten maken van de WIA, waarvoor het kabinet ook bezuinigingen heeft aangekondigd.
Van der Hoef omschrijft de huidige aanpak van het kabinet als kortetermijndenken, waarbij je wegkijkt van de kern van het probleem. Hij is van mening dat je veel meer moet investeren in loopbaanplanning en een leven lang ontwikkelen. “Hoe ziet je loopbaan eruit? En kun je het werk dat je nu doet tot aan je pensioen blijven doen?” Volgens Van der Hoef geldt dat niet voor iedereen, zeker niet als je fysiek zwaar werk doet. Hij benadrukt wel dat je breder moet kijken dan de sector waar iemand werkt om ervoor te zorgen dat mensen aan het werk kunnen blijven.
Volgens Van der Hoef vraagt dat om goede ondersteuning, zeker als je mensen wilt begeleiden naar ander soort werk. “Deze mensen zijn iets gaan doen waar ze goed in zijn en waar ze passie voor hebben. Ze ervaren onzekerheid over ander werk en stellen zich vragen als: Wat is er nog meer mogelijk? En kan ik dat wel? Zonder goede begeleiding kiezen ze er vaak voor om toch hetzelfde zware werk te blijven doen, ondanks de fysieke ongemakken. En met alle gevolgen.”
HZC heeft daarom ook het initiatief genomen voor een praktijkgericht onderzoek, samen met het lectoraat Human Capital Innovation (van de HAN University of Applied Sciences) en de brancheorganisatie voor hei- en funderingsbedrijven. Ze onderzoeken hoe je via verschillende interventies preventief aan oplossingen kunt werken om te voorkomen dat mensen met zware beroepen voortijdig uitvallen.
Problemen ziet Van der Hoef daarnaast bij jongere medewerkers. “We zien nu dat een grote groep jongeren arbeidsongeschikt raakt vanwege mentale klachten. De werkdruk die ze ervaren is hoog. Dat heeft echt te maken met verwachtingsmanagement en het altijd maar in de lucht moeten houden van 1.000 ballen.”
Van der Hoef ziet graag dat het kabinet investeert in wat de VCP een positieve agenda noemt: investeren in preventie, re-integratie, ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. “Iets dat nu geld kost, levert uiteindelijk wat op. Iemand die op 56-jarige leeftijd een baan kwijtraakt, help je niet met een kortere WW-duur. Door te bezuinigen op de WIA, los je de problemen bij de UWV niet op. Dan ga je alsnog naar de 1 miljoen arbeidsongeschikten, met een forse impact op de overheidsfinanciën en de Nederlandse economie.”
Van der Hoef is gerust op een goede ontwikkeling. “Ik ben blij dat wij zijn aangesloten bij de VCP, die zich samen met de andere bonden er hard voor maakt om de kabinetsplannen voor de sociale zekerheid van tafel te krijgen.” Leden die zich zorgen maken over de kabinetsbezuinigingen roept hij op om vooral contact op te nemen met HZC. En om de petitie op de VCP-website te onderteken om zo een duidelijk signaal af te geven aan het kabinet.