Menu
Kabinet  bezuinigt op AOW en WW

Volgens het regeerakkoord 2026 wordt vanaf 1 januari 2033 de AOW-leeftijd een-op-een gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Dat betekent dat als de gemiddelde levensverwachting met een jaar stijgt de AOW-leeftijd ook met een jaar omhoog gaat. Wij zijn hier niet blij mee en dan druk ik mij genuanceerd uit. Wij hebben daar de volgende redenen voor.

Auteur: Marco Mosselman (bestuurslid vakbond BO)

Afspraak = afspraak

Ten eerste is bij het pensioenakkoord dat tussen de sociale partners in 2019 afsloten afgesproken dat voor elk jaar dat de levensverwachting stijgt, de AOW-leeftijd met 8 maanden stijgt, in plaats van 12 maanden. Een in het verleden gemaakte afspraak kan natuurlijk gewijzigd worden als de omstandigheden veranderen, maar welke omstandigheden gewijzigd zouden zijn ten opzichte van 2019 is ons niet duidelijk. Bovendien als je een afspraak wilt wijzigen dan overleg daar eerst over met de partijen met wie die afspraak is gemaakt. Dat laat de nieuwe regering achterwege.

Internationaal is de pensioenleeftijd al hoog

Denemarken en Nederland hebben in de OESO al de hoogste pensioenleeftijd en zijn van plan die verder te verhogen. Die verdere verhoging vloeit al voort uit de in het pensioenakkoord gemaakte afspraken. Er is dan ook uit concurrentieoverweging geen enkele reden om de pensioenleeftijd verder te verhogen. Iedereen begrijpt denk ik dat als de pensioenleeftijd zoals in Frankrijk iets meer is dan 63 jaar de kosten voor de AOW veel hoger zijn dan als de pensioenleeftijd zoals in Nederland 67 jaar is.

De pensioenleeftijd voormannen in OESO-landen

Koppeling aan gemiddelde levensverwachting zorgt voor zeer ongelijke uitkeringsduur

De koppeling AOW-leeftijd aan gemiddelde levensverwachting zorgt voor zeer ongelijke uitkeringsduur het reduceert iedereen tot één enkel gemiddelde en negeert substantiële verschillen tussen bevolkingsgroepen. Dat was al zo onder de afspraak in het pensioenakkoord van 2019, maar dat neemt alleen nog maar toe. De extra levensjaren die in statistieken zichtbaar warden, zijn namelijk ongelijk verdeeld naar sociaal-economische status, opleidingsniveau, inkomen, beroep en gezondheid.

Diverse analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat de levensverwachting bij 65 jaar sterk verschilt naar sociaaleconomische status, met verschillen van meerdere jaren. De koppeling aan het gemiddelde leidt daarom tot aanzienlijke verdelingseffecten: laagopgeleiden en mensen in fysiek zware beroepen ontvangen relatief minder AOW-jaren, terwijl hoogopgeleiden en mensen in lichtere beroepen juist profiteren qua AOW jaren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2018] benadrukt bovendien dat hoger opgeleiden niet alleen langer leven, maar ook meerjaren in goede gezondheid doorbrengen, terwijl lager opgeleiden vaker gezondheidsproblemen hebben rond de pensioengerechtigde leeftijd. Voor deze groepen betekent een stijgende AOW-leeftijd dat zij langer moeten doorwerken, vaak in slechte gezondheid, voor een kortere uitkeringsperiode. Bovendien hebben deze groepen minderde mogelijkheid om via spaargeld of aanvullend pensioen eerder met pensioen te gaan. Dit werd door de overheid wel onderkend en daarom is er de vroegpensioenregeling (RVU) gekomen voor zware beroepen. Die maakt echter geen deel uit van de AOW en je moet dus als werknemer in een zwaar beroep het geluk hebben dat dit in cao is geregeld.

Hogere AOW leeftijd lijdt tot meer arbeidsongeschikte

Veel ouderen halen het einde van hun loopbaan niet in goede gezondheid. Van de ongeveer 900.000 mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering is tien procent tussen de 60 en 65 jaar, en bijna dertig procent is ouder dan 55. Volgens cijfers van het UWV neemt de WIA-instroom van 60-plussers voor elke maand verhoging van de AOW-leeftijd gemiddeld met 0,2 procent toe. Wij zijn dus straks meer geld kwijt zijn aan WIA-uitkeringen. Maar daar staat tegenover dat er relatief minder aan AOW uitgekeerd hoeft te worden. Verwachting is echter dat de structurele bezuiniging geraamd op bijna 2,8 miljard euro in 2060 niet gehaald gaat word.

AOW-uitkering als percentage BBP

Han de Jong, oud hoofdeconoom van de ABN AMRO schreef een column waarin hij motiveert waarom de AOW helemaal niet onbetaalbaar wordt. Hij schijft: “Als percentage van het BBP schommelen de AOW-uitkeringen al drie decennia tussen vier en vijf procent. De financiële last voor onze economie is derhalve al minstens dertig jaar constant. En dat ondanks de vergrijzing en ondanks dat de koopkracht van de AOW min of meer is gegarandeerd door de koppeling aan het minimumloon. Doordat we steeds welvarender worden, kunnen we het ons veroorloven. De verhoging van de AOW-leeftijd heeft natuurlijk ook geholpen.”

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het verplichte eigen risico in de zorg per 1 januari 2027 stijgt van € 385 naar € 460 per jaar. Een mijn inziens pijnlijke maar noodzakelijke stap. Willen we de zorg betaalbaar houden dan moet er iets gebeuren. Aan de andere kant worden ouderen als groep [en dan heb ik het over 55 plussers] wel bovenmatig hard geraakt in vergelijking met andere groepen. De maatregelen treffen met name 55-plussers met een slechte gezondheid en een lager inkomen. Wie boven de 55 jaar is heeft grote kans langer dan een jaar werkloos te zijn. Zelfde geldt voor de bezuinigingen op de WIA: 30 % van de mensen met een WIA uitkering is 55 jaar en ouder. Combineer dat met verhoging van het eigen risico en de afschaffing van de aftrekbaarheid van zorgkosten en er ontstaat cocktail van bezuinigingen die met name ouderen zullen raken. De maatregelen gelden weliswaar voor iedereen, maar pakken heel verschillend uit voor de verschillende leeftijdsgroepen.

Veranderingen in WW

Ook met de WW heeft het nieuwe kabinet woeste plannen. De voorgestelde veranderingen zijn:

  • Maximaal 12 maanden WW [nu maximaal 24 maanden)
  • Eerste 2 maanden uitkering verhoogd van 75% naar 80% loon
  • Na twee maanden uitkering van 70% van € 5293 euro bruto per maand (was 70% van € 6617]
  • Strengere toegang: 42 van 52 weken gewerkt (nu 26 van 52 weken gewerkt)
  • Minder opbouw: 0,5 maand WW per gewerkt jaar (nu 1 maand per gewerkt jaar)

Een in mijn ogen veel groter probleem is de steeds maar stijgende zorgkosten. Het Centraal Planbureau meldt dat de zorguitgaven van minder dan 1% van het BBP in 1950 oplopen naar 18 % van het BBP in 2060. In 2024 waren de zorgkosten volgens het CBS 10,0 procent van het bruto binnenlands product In 2023 bedroegen de gezondheidszorguitgaven in Nederland € 5.871 per inwoner. Daarmee gaf Nederland meer uit aan gezondheidszorg dan 24 andere EU-landen. Alleen Duitsland en Oostenrijk gaven meer uit, met respectievelijk € 6.417 en € 5.938 per inwoner.

Zorguitgaven als procent van het bbp

Dit zijn schokkende bezuinigingen, die ook voor jongeren verstrekkende gevolgen hebben. Met een halve maand per jaar duurt het 24 jaar om het recht op één jaar WW op te bouwen. Als een werknemer 10 jaar gewerkt heeft dan heb je recht op 5 maanden WW. En na die vijf maanden? Dan kom je in de bijstand (tenzij je een partner hebt die werkt want in dat geval krijg je meestal niets] of moetje je huis opeten. De coalitie schermt ermee dat de uitkering de eerste twee maanden met 5% omhoog gaat naar 80% van het oude loon. Maar dat valt in het niets bij de bezuinigingen en een verlaging van het maximumdagloon van 20% naar € 63.500 bruto per jaar. Rekening houdend met een uitkeringspercentage van 70% komt de maximale uitkering op € 44.450 bruto per jaar, ook al was het inkomen hoger. Een hbo docent met schaal 11 verdient een jaarsalaris van ongeveer € 93.000. De maximale WW uitkering is € 44.450 bruto. De WW uitkering is dus minder dan de helft van het jaarsalaris. En welk probleem zijn we nu aan het oplossen? Het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf), dat de uitgaven voor WW-uitkeringen dekt, vertoont een structureel overschot in de begrotingen voor 2025 en 2026. Door aanhoudend lage werkloosheidscijfers en de premiedifferentiatie (2,74% premie voor vaste contracten en 7,74% voor flexcontracten) is de reservepositie van het Awf sterk. En zitten werkgevers hier op te wachten? Ik vraag het mij af. Financieel levert het werkgevers niets op. Als het Awf minder uitgeeft aan WW-uitkeringen, verbetert het saldo van dat fonds, het fonds loopt vol, wat het begrotingstekort verkleint. Maar: alleen als de premies gelijk blijven.

Tot slot

Deze regering is een minderheidsregering en de plannen lijken een onderhandelingsstrategie waarbij er hoog wordt ingezet en als het nodig is om een meerderheid te krijgen er concessies gedaan kunnen worden. Als de WW onder druk straks niet terug gaat van 24 maanden naar 18 maanden in plaats van de voorgestelde 12 maanden zal de VVD dat als een overwinning vieren. De bestaanszekerheid van mensen in groot gevaar brengen in het kader van een onderhandelingsspelletje vinden wij onaanvaardbaar. Wij gaan dan ook met geen enkele verslechtering van de WW en AOW akkoord en als het kabinet deze plannen doorzet dan kon het wel eens een hete herfst gaan worden.

Dit artikel verscheen in de april-/mei-editie van magazine BOde van de Vakbond Beroepsonderwijs (BO)

Laatste nieuws

OR-leden en vakbondsonderhandelaars moeten zich actiever bemoeien met AI

9 mei 2026

OR-leden en vakbondsonderhandelaars moeten zich actiever bemoeien met AI

Geloof in financiële prikkels is cynische politiek

30 april 2026

Geloof in financiële prikkels is cynische politiek

Voorkomen moet beter: gevaarlijke stoffen blijven dodelijk risico

28 april 2026

Voorkomen moet beter: gevaarlijke stoffen blijven dodelijk risico

Meer nieuws