9 december 2025
Generatieve kunstmatige intelligentie (GenAI) wordt steeds meer ingezet binnen de Nederlandse overheid. Het aantal GenAI-toepassingen binnen de overheid nam in één jaar toe van 8 naar 81. Dat blijkt uit een recente monitor van TNO. “Digitalisering biedt grote kansen voor hogere arbeidsproductiviteit en betere dienstverlening. Maar een mensgerichte aanpak blijft cruciaal”, waarschuwt Nic van Holstein, voorzitter van de Vakcentrale voor Professionals (VCP).
GenAI-systemen genereren tekstuele, visuele of andersoortige antwoorden op vragen of opdrachten die mensen (al dan niet geautomatiseerd) invoeren. Deze systemen kunnen razendsnel grote hoeveelheden data doorzoeken en combineren, iets wat mensen veel meer tijd kost.
Van Holstein benadrukt dat er een constant evenwicht nodig is tussen de functionele meerwaarde van GenAI en het borgen van publieke waarden, grondrechten en de autonomie van de professional. Alleen dan kan AI succesvol ingezet worden. Van Holstein: “Dit vraagt om een overheid die hun professionals proactief betrekt bij de veranderingen die AI hebben op de werksituatie. En het vergt investeren in de weerbaarheid en ontwikkeling van overheidsmedewerkers.”
Overheidsorganisaties zetten GenAI vooralsnog in om processen te versnellen en te verbeteren, blijkt uit de monitor. De arbeidsproductiviteit kan hierdoor flink verhogen, maar alleen als AI wordt ingezet om een concreet probleem op te lossen. Projecten waarbij dat niet het geval is, mislukken nog vaak. Routinematige en administratieve taken, die volgens TNO 78% van de geïdentificeerde toepassingen ondersteunen, kunnen geautomatiseerd worden. Taken waarbij een correcte uitkomst van belang is, vraagt nog wel degelijk om menselijke inzet.
Door deze ontwikkeling ontstaat ook de kans om de kwaliteit van de arbeid te verbeteren. Werknemers krijgen meer tijd voor de sociale en creatieve aspecten van hun werk, voor taken die echt menselijk inzicht en contact vereisen. Deze kansen worden ook benadrukt door de Sociaal-Economische Raad (SER) in haar advies ‘AI en werk’. Van Holstein: “De inzet van AI moet gericht zijn op slimmer werken, waarbij de kwaliteit van het menselijk kapitaal centraal staat.” Dit geeft de SER ook aan in haar advies over arbeidsproductiviteitsgroei.
De VCP heeft een duidelijk standpunt over de huidige AI-transitie. Om deze succesvol en eerlijk te laten verlopen, moeten de mens en waardig werk centraal staan. “We pleiten voor een mensgerichte AI”, zegt Van Holstein. “De menselijke wensen en de mogelijkheden van AI-systemen moeten op elkaar worden afgestemd. Dit betekent dat AI moet bijdragen aan de autonomie van de professional, in plaats van die te verminderen. Werknemers moeten zeggenschap hebben over de manier waarop AI hun werk verandert. Dit moet geborgd worden via sterke medezeggenschap en de betrokkenheid van vakbonden.”
Ook pleit de VCP ervoor dat professionals ruimte en steun krijgen, die nodig zijn om de digitale transformatie bij te benen. Onder meer door professionals AI-vaardig te maken via scholing en persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor zijn ze in staat de AI-productie te beoordelen en de beperkingen ervan te begrijpen. Van Holstein: “De inzet van AI mag niet ten koste van de kwaliteit van het werk en de dienstverlening gaan.
Tot slot moeten we voorkomen dat burgers worden buitengesloten of negatief worden beoordeeld op basis van onjuiste of discriminerende data waar AI-toepassingen uit putten. Ook hier zijn AI-vaardigheden en kennis bij professionals cruciaal. “De inzet van AI moet niet alleen bijdragen aan een betere kwaliteit van werk en betere dienstverlening, maar ook meer veiligheid, vrijheid en rechtvaardigheid voor de samenleving”, licht Van Holstein toe. “Het is daarom ook belangrijk dat de overheid goed nadenkt over wie, welke data krijgt van professionals, maar ook de data van burgers.”