17 maart 2026
“Of het nu ging over de hard werkende Nederlander, de middenklasse of de middeninkomens, de afgelopen jaren hadden de coalitiepartijen grote woorden over de middengroepen die flink onder druk staan. De impact van het coalitieakkoord, juist op de middengroepen, is dan ook moeilijk te bevatten”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein. Middengroepen zijn de klos, niet alleen door de afbraak van AOW, WW en WIA, maar ook door de verlaging van het verzekerd inkomen en de sluipende lastenverzwaringen. Middengroepen worden hard geraakt in hun bestaanszekerheid.
Een van de venijnige bezuinigen op de sociale zekerheid is de verlaging van het maximumdagloon met 20%. De coalitie wil de hoogte van het inkomen dat verzekerd is met 20% verlagen van € 79.409 tot maximaal € 63.500 bruto, ongeveer € 45.000 netto.
Word je werkloos of arbeidsongeschikt? Stel dat je anderhalf keer modaal verdient (€ 67.500 bruto), dan ontvang je maximaal 70% van dat verlaagde maximumdagloon, dat is €44.450 bruto. De totale inkomensachteruitgang is €23.050 bruto. Dat is een verslechtering van je uitkering van €2.800 bruto per jaar ten opzichte van de huidige situatie. De teruggang is het groots voor iemand met een bruto inkomen rond de € 79.500, dan komt het neer op een de verslechtering van de uitkering van €11.136 bruto. De werknemersverzekeringen zijn een inkomensverzekering waardoor werkenden niet direct in de bijstand komen, maar de groep die bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid mag rekenen op 70% van het loon wordt steeds kleiner.
De gevolgen zijn overigens veel groter. In het kader van vereenvoudiging is het maximumdagloon voor veel uitkeringen en regelingen gelijk. Naast de WW, WIA en ZW geldt het maximumdagloon ook voor de verlofregelingen, zoals het vaderschaps- en ouderschapsverlof, maar ook het zwangerschapsverlof. Door de verlaging van het maximumdagloon wordt het voor veel ouders dus onaantrekkelijker om verlof te nemen na de geboorte van een kind. Het beleid was er juist op gericht om zorgtaken binnen het gezin beter te verdelen. Voor een deel is de verlaging dus een stap terug in de tijd voor middengroepen. De coalitie blijkt ook niet helemaal te weten waar ze mee bezig is, want voor het zwangerschapsverlof is men bij het eerste debat in de Tweede Kamer alweer teruggekomen op dat specifieke onderdeel.
Het maximumdagloon is daarnaast gelijk aan de maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen, maar ook gelijk aan het maximumbijdrageloon voor de zorgverzekeringswet. Het is niet gezegd dat het kabinet vasthoudt aan die simpele regels. In het coalitieakkoord wordt wel het maximumpremieloon gelijk verlaagt met het maximumdagloon, maar om toch geen geld mis te lopen verhoogt men de lasten. De kans dat het maximumbijdrageloon ZVW omlaaggaat lijkt dan ook miniem.
Van Holstein: “Uiteindelijk lijkt het alleen te draaien om kil boekhouden en geld ophalen. Zoals vaak zijn de middengroepen dan de klos. De coalitie stelt grote groepen middeninkomens voor het blok door sluipende lastenverzwaring en bij onvoorziene life-events, zoals arbeidsongeschiktheid of ontslag. Bij een forse inkomensval kunnen veel mensen niet anders dan het huis verkopen of zichzelf in de schulden te steken. Mensen worden verder in de problemen gedrukt en dat bevordert niet het herstel of de re-integratie. Er lijkt niets geleerd van het verleden.”
De belangrijkste sluipende lastenverhoging is de ‘vrijheidsbijdrage’. Door de tabelcorrectiefactor te bevriezen betalen burgers (en bedrijven) de vrijheidsbijdrage om defensie te kunnen versterken. De tabelcorrectiefactor is een jaarlijkse inflatiecorrectie die de overheid toepast op de inkomstenbelastingtabellen, heffingskortingen en andere fiscale bedragen om te voorkomen dat mensen door inflatie teveel belasting betalen. Recent heeft de overheid de inflatiecorrectie niet volledig toegepast. Hierdoor werden de bedragen op basis waarvan je naar een nieuwe belastingschijf gaat relatief lager. Dit heeft ook effect op de op- en afbouw van heffingskortingen. Economen bij DNB hebben daarop aangetoond dat dit effect met name de lage en middeninkomens treft en zij daardoor meer belasting betalen.
Saillant detail is dat op het eerste oog tweederde van de vrijheidsbijdrage door burgers wordt betaald en een derde door bedrijven. Echter betalen bedrijven de vrijheidsbijdrage door een verhoging van de premie arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof-premie). De Aof-premie is onderdeel van de loonkosten van werkgevers en wordt betaald op basis van de hoogte van het premieloon. Het CPB gaat er vanuit dat hogere werkgeverspremies ten koste gaan van de loonruimte en dus resulteren in lagere lonen. De coalitie laat werknemers dus twee keer betalen door een greep uit de loonruimte van bedrijven en ten koste van loonsverhogingen. Kortom: werkenden betalen in feite de vrijheidsbijdrage voor bedrijven.
Meer informatie