10 juni 2026
Het Internationaal Gerechtshof heeft mei 2026 geoordeeld dat het stakingsrecht onderdeel is van de kern van de fundamentele arbeidsrechten. Deze uitspraak bevestigt wederom de vakbondsvrijheid en het stakingsrecht. De uitspraak komt op een belangrijk moment nu acties en stakingen als gevolg van de bezuinigingen op de sociale zekerheid steeds dichterbij komen.
Het recht om te kunnen staken is een belangrijk middel om een vuist te kunnen maken. Met de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof komt er een einde aan een langlopende discussie tussen werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers binnen de ILO over het stakingsrecht. In de Europese Unie is het stakingsrecht in de grondrechten vastgelegd.
Een werknemer hoeft niet toestemming te vragen of te overleggen met de werkgever om een collectieve actie te voeren. Ook mag de werkgever geen sancties opleggen als je meedoet aan een staking. Je ontvangt mogelijk geen loon als je het werk tijdelijk neerlegt. Een staking moet aan bepaalde regels voldoen, die vooraf door de vakbond worden getoetst. Het gebeurt daarom vrijwel nooit dat een rechter vooraf een staking verbiedt.
De International Labour Organisation (ILO) van de VN, waarin werkgevers, werknemers en 187 landen beslissen over arbeidszaken, vroeg het Internationaal Gerechtshof in 2023 om een uitspraak over de vraag of het recht op staken volgt uit Verdrag 87. Volgens de internationale vakbeweging was dit wel het geval. Werkgevers betwistten dit. De ILO legde om die reden in november 2023 dit langdurig geschil tussen werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers voor aan het Internationaal Gerechtshof. Die besliste in het voordeel van de bonden.