29 september 2025
Woensdag 29 oktober zijn er weer verkiezingen. De VCP heeft op het thema arbeidsmarkt de programma’s doorgenomen en een aantal voornemens van partijen op een rij gezet en getoetst aan ons eigen position paper. Wat stellen de politieke partijen voor? In dit artikel staan we stil bij het arbeidsmarktpakket, de ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte en voorstellen over van-werk-naar-werk. Een aantal opvallende voorstellen worden hieronder uitgelicht, zodat het kan helpen om uw keuze te maken.
De afgelopen jaren hebben kabinetten, met nauwe betrokkenheid van sociale partners, gewerkt aan een arbeidsmarktpakket, voortvloeiend uit het SER Middellange Termijnadvies (MLT). Dit pakket bestaat uit verschillende wetsvoorstellen zoals meer zekerheid flexwerkers, terugdringen schijnzelfstandigheid, eerder duidelijkheid over re-integratieverplichtingen, personeelsbehoud bij crisis en een verplichte basisverzekering voor zelfstandigen. Het doel van het pakket is het terugdringen van flexibele arbeid en het contract voor onbepaalde tijd bij structureel werk weer de norm te laten zijn.
Partijen zoals CDA en ChristenUnie spreken uitdrukkelijk hun steun uit voor het arbeidsmarktpakket. GroenLinks-PvdA wil een einde maken aan nuluren- en oproepcontracten zodat enkel nog sprake kan zijn van een uitzendkracht, werknemer of zzp’er. Dat is niet in overeenstemming met het arbeidsmarktpakket, waarbij wel een einde wordt gemaakt aan nuluren- en oproepcontracten maar bewust is gekozen voor een alternatief met meer bescherming voor de werknemer en een beperkte mate van flexibiliteit. NSC stelt ook dat een vast contract de norm moet zijn en wil ervoor zorgen dat minimaal 7 op de 10 werkenden straks een vast contract heeft. NSC blijft het rapport van de commissie Regulering van Werk (2020) als basis nemen.
JA21 wil het ontslagrecht versoepelen zodat de drempel voor werkgevers om personeel aan te nemen verlaagd wordt, maar een concrete uitwerking blijft uit. Meerdere partijen willen de regels rondom de transitievergoeding aanpassen. Zo wil BBB de transitievergoeding koppelen aan daadwerkelijke investeringen in de inzetbaarheid van werknemers. Ook NSC wil dat de transitievergoeding meer wordt gericht op het mogelijk maken van een overstap naar een nieuwe baan of scholing en wil voortaan dat het bedrag gestort wordt in het persoonlijk ontwikkelbudget van werkenden. De SP pleit juist voor een hogere ontslagvergoeding en een verdubbeling vanuit de overheid als de ontslagvergoeding wordt gebruikt voor (om)scholing. De VDD wil meer ruimte voor maatwerk in cao’s, door de transitievergoeding niet langer verplicht te stellen.
De transitievergoeding is een compensatie voor het verlies van werk en inkomen, en kan ook gebruikt worden voor (om)scholing of begeleiding om de overgang naar een nieuwe baan te vergemakkelijken. Het is aan de werknemer, afhankelijk van de persoonlijke situatie, waar de transitievergoeding voor wordt ingezet. De VCP is er dan ook geen voorstander van om het gebruik ervan in te perken.
Ook dit jaar zien we bij verschillende politieke partijen, zoals de VVD, BBB, SP en JA21 het voorstel om de loondoorbetalingsverplichting van twee jaar te verkorten naar één jaar voor kleine werkgevers. Daarnaast wil de VVD dat ondernemers meer zeggenschap krijgen in het re-integratieproces en vrijer kunnen kiezen hoe zij de begeleiding organiseren.
De VCP is geen voorstander van het verkorten van de loondoorbetalingsperiode. Verkorting van de loondoorbetalingsperiode verkleint de re-integratiekansen voor werknemers en zorgt voor een hogere instroom in de WIA. Dat zijn onwenselijke gevolgen, zeker gezien de problemen bij het UWV. Uit onderzoek van CPB blijkt bovendien dat een verkorting leidt tot een verzwaring van werkgeverslasten en hogere overheidsuitgaven. Om werkgevers meer flexibiliteit en duidelijkheid te geven over de re-integratieverplichtingen tijdens de loondoorbetalingsfase is als onderdeel van het arbeidsmarktpakket een wetsvoorstel uitgewerkt.
GroenLinks-PvdA wil investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom en hierover afspraken maken met sociale partners. Ook de ChristenUnie pleit voor afspraken met de polder om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. D66 wil een landelijke krapteaanpak om mensen te stimuleren over te stappen naar beroepen waar de krapte het grootst is. De VVD zet in op van werk naar werk door mensen te helpen makkelijker de overstap te maken naar sectoren met grote tekorten door omscholing toegankelijk te maken, overstappers met een meerwerkbonus te stimuleren en overheidsinstanties met marktpartijen samen te laten werken om mensen van werk naar werk te begeleiden.
De VCP is groot voorstander van stevige inzet op van werk naar werk. De VCP heeft afgelopen tijd samen met De Unie met VCP Toekomstpro(o)f gerichte dienstverlening ontwikkelt om mensen op weg te helpen naar een van-werk-naar-werk-traject. Ook werken sociale partners gezamenlijk aan een arbeidsmarkt van de toekomst waarin werkenden sneller op de juiste plek terechtkomen en de weg kunnen vinden op de arbeidsmarkt, zodat werkloosheid of uitval wordt voorkomen. Betrokkenheid van sociale partners is dan ook cruciaal bij ontwikkeling van beleid.
In aanloop naar het opstellen van de verkiezingsprogramma’s heeft de VCP haar inbreng aan politieke partijen gegeven. Lees hier het volledige positon-paper van de VCP voor de verkiezingsprogramma’s.