Menu

Inhoud:
Uitspraak minister Kamp voorbarig
Bezuiniging studenten voorkomen door verlaging vennootschapsbelasting in te trekken
Conferentie Flexibiliteit van de Arbeidsmarkt
BBV overgegaan naar De Unie
‘Werken naar vermogen’
MHP ondertekent Convenant bevordering diversiteit pensioenfondsen
AFM en DNB introduceren nieuwe ‘Beleidsregel Deskundigheid 2011’
Medio februari 2011 komt lijst pensioenfondsen met mogelijke kortingsmaatregel
MHP in EVV-Pensions Forum

Uitspraak minister Kamp voorbarig

Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft maandagavond 24 januari jl. tegenover een journalist van het ANP beweerd dat er mogelijk deze week nog een akkoord bereikt zou worden over een nieuw pensioencontract met de Stichting van de Arbeid (StvdA). Deze uitspraak was vrij voorbarig. Op dit moment wordt binnen de StvdA nog volop gesproken over een nieuw pensioencontract en de wijze waarop de pensioenambitie die we in Nederland hebben, ook in de toekomst het beste gewaarborgd kan blijven. Dit maakt onderdeel uit van de uitwerking van het pensioenakkoord, dat de StvdA in juni 2010 is overeengekomen. Ook de AOW en een flankerend arbeidsmarktbeleid voor oudere werknemers maakt hiervan onderdeel uit. Alle drie de onderdelen zullen in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer de onderhandelaars in de StvdA deze trajecten, die langzamerhand in een eindfase komen, zullen afronden. Vervolgens zullen ook nog de aangesloten organisaties zich moeten uitspreken over een eventueel akkoord op de uitwerking.

Bezuiniging studenten voorkomen door verlaging vennootschapsbelasting in te trekken

“Opleggen van € 3.000 boete aan studenten die meer dan een jaar studievertraging oplopen, en ook nog eens een boete aan de hoger onderwijsinstellingen getuigt van weinig visie”, stelde MHP-voorzitter mr. Richard Steenborg aan de vooravond van de studentenmanifestatie ‘Kenniscrisis’. Volgens hem is de Nederlandse politiek sluipenderwijs bezig de kenniseconomie af te breken. Als er keuzes gemaakt moeten worden, ligt verlaging van de vennootschapsbelasting voor bedrijven niet voor de hand.

De MHP vindt het onbegrijpelijk dat de belasting voor bedrijven op 1 januari jl. nog eens met € 250 miljoen is verlaagd en dat tegelijkertijd studenten en onderwijsinstellingen met forse boetes worden opgezadeld. Dit schrikt jong talent af. Het risico bestaat dat zij hun studie niet afmaken of er zelfs niet aan beginnen. Als we niet oppassen, vertrekt steeds meer jong talent naar het buitenland, zoals in Ierland het geval is.

“Als de vennootschapsbelasting niet steeds was verlaagd, waren deze forse ingrepen voor toekomstige talenten nu niet nodig”, aldus Steenborg. Het zou pas van een lange termijnvisie getuigen om het bedrijfsleven te laten afzien van de belastingverlaging in ruil voor de bezuiniging op studenten. Dan wordt er echt geïnvesteerd in de toekomst en continuïteit van het bedrijfsleven. Verder wijst hij erop dat het een misverstand is dat studenten alleen maar “voor de lol” langer studeren. Extra activiteiten zoals besturen van het ISO, de LSVb en studentenverenigingen, vrijwilligerswerk, buitenlandse uitwisselingsprogramma’s en mantelzorg zijn heel legitieme redenen om wat langer over de studie te doen. Het ontwikkelt de kennis en vaardigheden, die het bedrijfsleven zo hard nodig heeft. Het verdient dus geen malus, maar eerder een bonus”, aldus Steenborg. De MHP ondersteunde daarom van harte de studentenmanifestatie ‘Kenniscrisis’ van vrijdag 21 januari jl. op het Malieveld.

Conferentie Flexibiliteit van de Arbeidsmarkt

Het Centraal Planbureau en de Universiteit van Maastricht (ROA) hebben op 20 en 21 januari jl. bij de Sociaal Economische Raad (SER) te Den Haag een conferentie georganiseerd, waarbij een negental buitenlandse sprekers studies over de arbeidsmarkt in hun land hebben gepresenteerd. Ondermeer het ontslagrecht en de vergelijking tussen vaste en flexibele contracten in de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Denemarken en Italië passeerden de revue.

In veel landen blijkt een tweedeling in de rechtspositie te bestaan tussen enerzijds werknemers met een tijdelijk (flexibel) contract en werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Uit vergelijkingen van de OESO blijkt het ontslagklimaat in Nederland in vergelijking tot andere landen in Europa een keurige middenmoter. Er zijn landen die voor de vaste contracten een veel strengere ontslagbescherming (Portugal, Spanje, Italië) of een hoge onvoorspelbaarheid over de toe te kennen ontslagvergoeding (Frankrijk) kennen. De uitkomsten in Nederland van ontslagprocedures zijn daarentegen redelijk goed te voorspellen.

Uit onderzoek van professor Richard Freeman van de Harvard University bleek dat in de Verenigde Staten de gevolgen van de economische crisis volledig op de werknemers zijn afgewenteld. Veel bedrijven in de VS staan er economisch beter voor dan vóór de crisis, maar dit leidt niet tot werkgelegenheid. Een algemene conclusie was ook dat werkgevers niet geneigd zijn te investeren in onderwijs en training van tijdelijke werknemers, wat uiteindelijk de kwaliteit van de factor arbeid niet ten goede komt.

De meeste sprekers waren het er over eens dat vanuit economisch perspectief een scheiding tussen vaste en tijdelijke contracten met een groot verschil in rechtsbescherming onwenselijk is. Professor Tito Boeri van de Bocconi University te Milaan stelde voor in landen met een scheiding tussen tijdelijke en vaste contracten dit onderscheid op te heffen en te zoeken naar de best of both worlds. Ook de situatie in Nederland met op grond van de Flexwet onderscheid naar tijdelijke contracten en vaste dienstverbanden, hoewel minder scherp dan in bijvoorbeeld Spanje, vonden de hoogleraren minder gewenst. Als alternatief kan worden gedacht aan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarbij de rechtsbescherming in de tijd toeneemt. Tijdens bijvoorbeeld de eerste zes maanden zou ontslag om elke reden mogen en na bijvoorbeeld drie jaar alleen nog ontslag op specifieke gronden (bedrijfseconomisch, disfunctioneren e.d.).

De conferentie heeft voor de MHP een toegevoegde waarde, omdat er ideeën op tafel zijn gekomen, die aanknopingspunten kunnen bieden om beleid te ontwikkelen voor de problematiek van de groeiende flexibele schil in Nederland (uitzendarbeid, zzp-ers, nul-urencontracten etc.).

BBV overgegaan naar De Unie

De leden van de Beroepsorganisatie Banken en Verzekeringen (BBV) zijn per 1 januari jl. overgegaan naar De Unie. De BBV zal als zelfstandige organisatie worden opgeheven.
De BBV en de MHP hebben een lange historie met elkaar achter de rug. In de beginjaren was de BBV via de NCHP (later VHP) bij de MHP aangesloten. Toen de BBV later als zelfstandige bond, los van de VHP, doorging, kwam in de jaren ’90 een rechtstreekse aansluiting bij de MHP tot stand. Vanaf die tijd maakte de BBV ook deel uit van het Algemeen Bestuur, achtereenvolgend in de personen van Nico Bleeker, Joop de Vries en Laus de Boer. Het Algemeen Bestuur van de MHP bedankt alle bestuursleden van de BBV voor de loyale en constructieve samenwerking in de afgelopen decennia. De MHP zal overigens gewoon de vakcentrale blijven van en voor de betreffende individuele leden, omdat ze nu via De Unie aangesloten zijn bij de MHP.

‘Werken naar vermogen’

In het regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd dat er één regeling moet komen voor de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’. Inmiddels wordt er gesproken over de regeling ‘Werk naar vermogen’. Het is de bedoeling om bijstandsgerechtigden, gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongeren en WSW-ers die op de reguliere arbeidsmarkt terechtkunnen, onder te brengen onder eenzelfde regeling bij de gemeenten. Tegelijkertijd wordt de partnerinkomenstoets omgezet in een huishoudinkomenstoets. De nieuwe regeling zou per 1 januari 2012 moeten worden ingevoerd. Het Ministerie van SZW is bezig met de eerste voorbereidingen voor deze nieuwe wetgeving.

Op het eerste oog lijken de effecten beperkt, maar in de praktijk zal dit betekenen dat vooral gekort wordt op gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongeren (vroeggehandicapten). MHP-bestuurder Eddy Haket heeft hierover onlangs een gesprek gehad op het Ministerie van SZW. Hij noemt het beschamend dat er op deze groep bezuinigd wordt. In het algemeen leven gehandicapte jongeren langer thuis bij hun ouders. Omdat het inkomen van de ouders een rol gaat spelen bij de hoogte van de uitkering, zullen veel Wajongeren hun uitkering verliezen. Ook zullen Wajongeren hun uitkering verliezen als hun ouders wat geld opzij hebben gezet om hun kind in financieel opzicht te ondersteunen. Dit zal meetellen als vermogen en dus ook leiden tot een korting op de uitkering.
Haket noemt het ook een misverstand dat gemeenten gedeeltelijk arbeidsgeschikte Wajongeren beter zouden kunnen begeleiden en ondersteunen. “Het gaat hier in het algemeen om een heel andere doelgroep dan bijstandsgerechtigden.” Nu verloopt de ondersteuning nog via het UWV. “Het zou beter zijn de ondersteuning en begeleiding vanuit het UWV te verbeteren in plaats van het kind met het badwater weg te gooien”, aldus Haket. Volgens hem hebben de gemeenten de expertise niet in huis om deze mensen te begeleiden naar werk.

De MHP vindt de intentie om gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongeren zoveel mogelijk binnen hun capaciteiten aan het werk te helpen, een goede zaak. Maar dan moeten niet onder het het mom van ‘werken naar vermogen’ forse bezuinigingen worden doorgevoerd op een relatief kwetsbare groep.

MHP ondertekent Convenant bevordering diversiteit pensioenfondsen

Op dit moment hebben veel pensioenfondsbesturen, deelnemersraden en verantwoordings-organen nog een vrij eenzijdige samenstelling. Meer dan de helft van de zetels wordt door 55-plussers bezet en slechts tien procent door vrouwen. Om deze reden zijn de sociale partners in de StvdA, waaronder de vakcentrale MHP, met een aantal maatschappelijke organisaties een convenant overeengekomen. Het convenant is gericht op het vergroten van de diversiteit in de samenstelling van de fondsorganen van pensioenfondsen. Naast de benodigde deskundigheid en een evenwichtige belangenvertegenwoordiging als randvoorwaarde voor meer diversiteit, is het belangrijk dat deelnemers en pensioengerechtigden zich vertegenwoordigd voelen door deze organen en dat zij zich erin kunnen herkennen. Deskundigheid en vertegenwoordiging van alle belangen blijven echter de eerste vereisten.

De afgelopen jaren heeft er een substantiële wijziging van de verdeling van de risico’s over de belanghebbenden plaatsgevonden, waarbij de risico’s meer en meer zijn komen te liggen bij de deelnemers en de gepensioneerden. Deze wijziging van risicoverdeling vraagt om een breder draagvlak onder de belanghebbenden. De herkenbaarheid kan worden vergroot door de samenstelling van de verschillende organen van het fonds, meer dan nu het geval is, een weerspiegeling te laten zijn van de diversiteit onder de deelnemers. De ondertekenaars van het convenant hebben afgesproken dat zij zich zullen inzetten om deze diversiteit te bevorderen.

De MHP hoopt in het bijzonder dat het convenant meer jongeren en vrouwen zal interesseren voor pensioenen en hen zal bewegen tot participatie in deze fondsorganen. Participeren in een pensioenfondsorgaan is een boeiende, veeleisende maar ook dankbare taak, aldus MHP-voorzitter Richard Steenborg.

AFM en DNB introduceren nieuwe ‘Beleidsregel Deskundigheid 2011’

In het licht van de kredietcrisis, maar ook wegens recente internationale en nationale ontwikkelingen en de daaruit voortgekomen aandacht voor deskundigheid van bestuurders en commissarissen, hebben de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandse Bank (DNB) hun beleid voor de toetsing van deskundigheid geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een nieuwe beleidsregel voor de ondernemingen, die onder het toezicht staan van DNB en AFM. In deze beleidsregel worden de eisen die gesteld worden aan beleidsbepalers (waaronder pensioenfondsbestuurders) verduidelijkt en wordt aangegeven op welke aspecten wordt gelet bij de toetsing van deze beleidsbepalers. Deskundigheid omvat kennis, vaardigheden en professioneel gedrag en kan worden aangetoond door opleiding, ervaring en competenties. De nieuwe beleidsregel is per 1 januari 2011 in werking getreden.

Ook de MHP vindt het van belang dat er in pensioenfondsen kwalitatief goed en integere bestuurders zitten. Een bestuur dient te allen tijde ‘in control’ te zijn, aldus MHP-beleidsmedewerkster Klaartje de Boer. De steeds strengere eisen moeten echter niet leiden tot een onevenredige belasting van de bestuurders nu er steeds een groter beroep op hen wordt gedaan. Voldoende financiële compensatie dient ook te worden gegeven om kwalitatief goede mensen te kunnen blijven aantrekken. De strengere eisen mogen geen afschrikkende werking hebben en leiden tot een gebrek aan nieuwe bestuurskandidaten in de toekomst.

 

Medio februari 2011 komt lijst pensioenfondsen met mogelijke kortingsmaatregel

Door de crisis op de financiële markten en een scherpe daling van de lange rente zijn bij veel pensioenfondsen in 2008 de dekkingsgraden onder het vereiste niveau gekomen. Hierom hebben veel pensioenfondsen een herstelplan moeten indienen bij DNB. In dit herstelplan dienen de pensioenfondsen aan te geven hoe zij verwachten hun financiële positie zodanig te kunnen herstellen, dat zij weer aan deze minimaal vereiste dekkingsgraad kunnen voldoen. De dekkingsgraad geeft aan of het pensioenfonds voldoende vermogen heeft om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Voor 11 februari 2011 moeten alle fondsen met een herstelplan een evaluatie indienen bij DNB. In deze evaluatie dienen die fondsen die hun herstelpad niet halen, aan te geven hoe zij dit herstel wel verwachten te behalen. Een (beperkt) aantal fondsen zal hiervoor naar verwachting een voornemen tot korting van de pensioenaanspraken moeten opnemen.
Van het aantal fondsen dat een kortingsmaatregel moet opnemen, zal een lijst worden gemaakt die door de pensioenfederatie (waarbij de meeste pensioenfondsen zijn aangesloten) medio februari bekend zal worden gemaakt. Het doel van deze lijst is de deelnemers van de pensioenfondsen tijdig en helder te informeren of voor hen een mogelijke kortingsmaatregel per
1 april 2012 doorgevoerd moet gaan worden. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat ook dan nog onzeker is of die fondsen die een kortingsmaatregel moeten aankondigen, in april 2012 ook daadwerkelijk tot het korten van de pensioenaanspraken zullen moeten overgaan. Het kan immers zo zijn dat de financiële positie van het desbetreffende fonds toch boven verwachting aantrekt door bijvoorbeeld het aantrekken van de beurskoersen of het stijgen van de lange rente. Er is gekozen voor deze communicatiewijze vanuit de pensioenfederatie na overleg met het Ministerie van SZW om te voorkomen dat er onnodige onrust ontstaat bij deelnemers en gepensioneerden.

De MHP onderschrijft deze wijze van communiceren en hoopt dat de taferelen zoals in september vorig jaar toen voormalig minister Donner van SZW voor zijn beurt aangaf dat veertien fondsen moesten korten, tot het verleden zullen behoren. Wij zullen u op de hoogte houden van de ontwikkelingen en de lijst zodra die bij ons bekend is, kenbaar maken. Zie voor meer informatie www.pensioenfederatie.nl.

 

MHP in EVV-Pensions Forum

Het Pensions Forum van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) is een belangrijk adviesorgaan binnen Europa inzake pensioenen. Onlangs kwamen enkele zetels voor dit gremium beschikbaar. Peter Breimer, voorzitter van de VHP2, is succesvol voorgedragen voor dit forum vanuit de MHP en zal hier per direct Nederland vertegenwoordigen, dus ook FNV en CNV.

Laatste nieuws

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

23 juni 2022

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

SWOM viert 10-jarig bestaan

22 juni 2022

SWOM viert 10-jarig bestaan

VCP blij met benoeming van Kim Putters tot SER-voorzitter

21 juni 2022

VCP blij met benoeming van Kim Putters tot SER-voorzitter

Meer nieuws
Naar boven