Menu

Inhoud:
Visie MHP op Regeerakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’

Visie MHP op Regeerakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’

In een brief aan de fractievoorzitters van de Tweede Kamer heeft de MHP gisteren een uitgebreid commentaar gegeven op het Regeerakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’. De MHP heeft zich daarin beperkt tot de kernthema’s op sociaal-economisch terrein en is dus niet ingegaan op onderdelen, die niet direct betrekking hebben op de beleidsterreinen van sociale partners.

Benadrukt wordt dat niet de signatuur van een nieuw kabinet voor de MHP bepalend is, maar de inhoud van het te voeren beleid. De MHP ziet het terrein van arbeid en inkomen als de primaire verantwoordelijkheid van sociale partners en gaat er daarom vanuit dat het nieuwe kabinet op een constructieve wijze medewerking verleent aan bijvoorbeeld het Pensioenakkoord van de Stichting van de Arbeid en niet hieraan allerlei taakstellingen koppelt.

Hieronder treft u het uitgebreide commentaar aan.

Algemeen

Vanaf 2008 heeft Nederland te maken met een economische crisis. Mede als gevolg hiervan zijn de overheidsfinanciën aanzienlijk verslechterd. De MHP deelt de visie dat het noodzakelijk is om het begrotingstekort terug te dringen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de langere termijn te waarborgen. De BV Nederland is immers niet geholpen bij een fors oplopende staatsschuld, omdat de rekening hiervan (de te betalen rente over de staatsschuld) wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties. Het begrotingstekort moet volgens de MHP niet alleen worden teruggedrongen in de vorm van allerlei lastenverzwaringen en bezuinigingen, die in het verleden vrijwel altijd éénzijdig terecht kwamen bij de middengroepen, maar ook via een extra inzet ten behoeve van de verhoging van de arbeidsparticipatie, de arbeidsproductiviteit en de innovatie. In het Regeerakkoord is hier relatief weinig aandacht voor. Volgens de MHP is het risico reëel aanwezig dat het broze economische herstel weer teniet wordt gedaan door de timing en de omvang van de aangekondigde bezuinigingen. Volgens de MHP zal het economisch herstel eerst moeten doorzetten, voordat fundamentele hervormingen kunnen worden doorgevoerd. In ieder geval moet er voor worden gewaakt dat er geen structuurverzwakkende lastenverzwaringen worden ingezet, zoals het geval is bij de bezuinigingen op de kinderopvang.

Onevenwichtige lastenverzwaringen
De bezuinigingen worden niet evenwichtig verdeeld tussen overheid, bedrijven en huishoudens onderling. Het grootste deel van de bezuinigingen heeft betrekking op de collectieve sector. De MHP is niet per definitie tegen een kleinere overheid, maar dan moeten wel eerst duidelijke keuzes worden gemaakt ten aanzien van de vraag welke taken wel en niet tot de publieke verantwoordelijkheid worden gerekend. De MHP mist die heldere keuzes in het Regeerakkoord. Nu worden vooral taakstellingen opgelegd aan de diverse bestuurlijke lagen, zonder daarbij aan te geven, welke concrete taken kunnen worden afgestoten. Ook worden éénzijdig allerlei beperkingen aan de arbeidsvoorwaarden in de collectieve sector opgelegd. Volgens de MHP kan dit de kwaliteit van de dienstverlening uithollen, omdat gekwalificeerde werknemers niet meer zo snel zullen kiezen voor de overheidsector, waarover hieronder meer.

Opvallend is bovendien dat bedrijven op geen enkele wijze bijdragen aan het herstel en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Daar waar huishoudens de komende jaren te maken krijgen met lastenverzwaringen, ontspringen bedrijven de dans volledig. Een illustrerend voorbeeld hiervan is de assurantiebelasting die omhoog gaat. Dit moeten huishoudens volledig zelf opvangen, terwijl bedrijven hier via lastenverlichting voor worden gecompenseerd. Volgens de MHP is hier sprake van een onevenwichtigheid en zouden bedrijven in gelijke mate moeten bijdragen aan het herstel van de overheidsfinanciën.

De MHP vreest dat de timing en de omvang van de bezuinigingen het broze economische herstel weer teniet kan doen. Daarom pleit de MHP ervoor om het moment van de implementatie van de aangekondigde bezuinigingen op zijn minst afhankelijk te maken van de gerealiseerde economische groei. Het Regeerakkoord bevat een onevenwichtige verdeling van de lasten. Huishoudens, en werknemers in de collectieve sector in het bijzonder, dragen in belangrijke mate bij aan het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Bedrijven daarentegen ontspringen de dans van lastenverzwaringen volledig.

 

Bestuur

Zoals hierboven is gesteld, mist de MHP node heldere keuzes ten aanzien van het takenpakket dat tot het publieke domein wordt gerekend. In het advies van maart 2010 met de titel ‘Overheid en markt: het resultaat telt. Voorbereiding bepalend voor succes’ heeft de SER voor dit vraagstuk een model aangereikt dat bij die keuzes behulpzaam kan zijn. Nu wordt vooral gekozen om taken door te schuiven naar andere bestuurslagen zonder aan te geven welke taken zullen vervallen. Bij een reductie van taken behoort tevens een goed personeelsbeleid, waarbij mensen van werk naar werk worden geholpen.

Eenzijdige ingreep arbeidsvoorwaarden
De MHP wijst de voorgenomen bezuinigingen op de arbeidsvoorwaarden ten stelligste af. Zo wordt eenzijdig een nominale nullijn opgelegd aan het overheidspersoneel (onder dreiging van wetgeving als vakbonden hier niet aan mee werken). Tevens wordt nog voordat het volume van het aantal ambtenaren wordt gereduceerd, de maximale ontslagvergoeding beperkt tot
€ 75.000 en wordt de ambtenarenstatus over de gehele linie afgeschaft. Dit getuigt volgens de MHP van slecht werkgeverschap en zal het aantrekken van kwalitatief goed personeel bemoeilijken.

Met het opleggen van een nominale nullijn doorkruist het nieuwe kabinet de afspraken die sinds het Akkoord van Wassenaar zijn gerespecteerd, namelijk dat het tot stand komen van arbeidsvoorwaarden een onderdeel van overleg is tussen werkgevers en werknemers. Daarmee ondermijnt het kabinet een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse overlegeconomie.

Maximering ontslagvergoeding
In plaats van het wetsvoorstel over de limitering van de ontslagvergoeding via de kantonrechter in te trekken, wenst het nieuwe kabinet deze juist in een nog verdergaande vorm op te leggen aan de publieke sector. De MHP had juist van dit kabinet verwacht dat zij ook op zou komen voor werknemers die iets meer verdienen dan anderhalf maal modaal (dat wil zeggen boven het maximumdagloon in de sociale zekerheid uitkomen). Juist het inkomen van deze werknemers valt als gevolg van de maximering in de WW na ontslag veel verder terug dan 70% van het laatstverdiende loon.

Ambtelijke status
De MHP staat niet bij voorbaat afwijzend tegenover het kritisch bekijken van de ambtelijke status voor het overheidspersoneel. Daarbij wijst de MHP er echter wel op dat de ambtelijke status niet voor niets bestaat en nauw samenhangt met de bijzondere positie die veel overheidswerknemers bij de uitoefening van hun functie innemen, zoals de onafhankelijkheid en onpartijdigheid (van bijvoorbeeld rechters). Door het opheffen van de ambtelijke status komt de bijzondere positie voor veel professionals binnen het overheidsapparaat onder druk te staan. Daarom is de MHP van mening dat de ambtelijke status en de daarbij behorende ambtelijke rechtspositie in ieder geval moet blijven gelden voor ambtenaren die zich bezighouden met of verantwoordelijk zijn voor beleid, toezicht en rechtshandhaving.

In het Regeerakkoord ontbreekt het aan duidelijke keuzes welke taken tot de verantwoordelijkheid van het publieke domein behoren. Het eenzijdig ingrijpen in de arbeidsvoorwaarden van de collectieve sector ondermijnt een fundamenteel uitgangspunt van onze overlegeconomie. Arbeidsvoorwaarden zijn het domein van werkgevers én werknemers. De MHP pleit er voor om in ieder geval de ambtelijke status voor ambtenaren die zich bezighouden met of verantwoordelijk zijn voor beleid, toezicht en rechtshandhaving, te handhaven.

 

Economie

Focus sleutelgebieden
De MHP ondersteunt het streven van het kabinet om investeringen vooral te richten op economische sleutelgebieden zoals water, voedsel, tuinbouw, high tech, life sciences, chemie, energie, logistiek en creatieve industrie. Ook de extra focus op main- en brainports als Schiphol en de Rotterdamse haven is iets waar de MHP al jaren voor pleit. De MHP hoopt dat het niet alleen bij woorden blijft, maar dat het nieuwe kabinet hier ook voortvarend mee aan de slag gaat.

Reductie administratieve lasten
Het nieuwe kabinet wil in 2012 de administratieve lasten en regeldruk voor bedrijven met 10% reduceren in 2012 en vervolgens een jaarlijkse reductie van 5% realiseren. Hoewel de MHP de reductie van onnodige administratieve handelingen en kosten voor bedrijven toejuicht, is hier wel een kanttekening op zijn plaats. De lastenreductie moet er niet toe leiden dat daarmee de lasten worden afgeschoven op werknemers en burgers in het algemeen. Zo kan de zogenaamde werkkostenregeling en de uniformering van het loonbegrip grote inkomensconsequenties hebben voor bepaalde groepen van werknemers. Ook zijn er regels die nauw samenhangen met veiligheid en de arbeidsrechterlijke positie van werkenden. De MHP is van mening dat vereenvoudiging van administratieve verplichtingen ook grenzen kent. Administratieve lastenverlichting lijkt steeds meer een doel op zich te vormen, waarbij voorbij wordt gegaan aan andere wezenlijke doelen van regelgeving.

De MHP ondersteunt de sleutelgebiedenaanpak, die het kabinet voor ogen heeft. De voorgestelde reductie van de administratieve lasten en regeldruk voor bedrijven mag volgens de MHP niet ten koste van werknemers gaan.

 

Financiën

Het streven naar solide overheidsfinanciën en het uitgangspunt van een trendmatig begrotingsbeleid zijn doelstellingen die door de MHP worden omarmd. Echter, zoals hierboven reeds is aangegeven, roept de wijze waarop dit wordt ingevuld wel de nodige vragen op. Tegen deze achtergrond vindt de MHP het daarom niet meer dan redelijk dat bij de gekozen spelregels, begrotingsmeevallers voor de helft ten goede van huishoudens te laten komen, in plaats van werkgevers hier ook van te laten profiteren (er is voor gekozen om de andere helft aan te wenden voor de reductie van de staatsschuld).

De MHP stelt voor, bij de gekozen spelregels voor de overheidsfinanciën, begrotingsmeevallers voor de helft ten goede van huishoudens te laten komen, in plaats van werkgevers hier ook van te laten profiteren.

 

Gezondheidszorg (‘Gezondheid’ en ‘Ouderenzorg’)

Het beleid ten aanzien van de gezondheidszorg bevat volgens de MHP zowel positieve als negatieve maatregelen. De concentratie van topklinische zorg, het streven naar kleinschalige zorginstellingen, het voorkomen van belangenverstrengeling van zorgaanbieders en zorgverzekeraars en het omzetten van een subsidieregeling voor het persoonsgebonden budget (pgb) in een recht op pgb zijn voorbeelden die de vraagsturing en de kwaliteit in de zorg verder kunnen verbeteren.
De MHP plaatst echter de nodige kanttekeningen bij het verder stimuleren van marktwerking binnen de zorg. Extra private financieringsbronnen zullen over het algemeen alleen te realiseren zijn, indien dit gepaard gaat met meer zeggenschap voor private partijen. Dit kan de kwaliteit van de zorgverlening onder druk zetten. Het kabinet probeert dit te koppelen aan kwaliteitseisen alvorens bijvoorbeeld tot winstuitkeringen overgegaan kan worden. De MHP vraagt zich af of deze hand in hand kunnen gaan met elkaar.
Wat betreft de beperking van het basispakket, wijst de MHP er op dat bijvoorbeeld een versobering van het aantal te vergoeden behandelingen fysiotherapie en psychotherapie weliswaar de collectieve lasten reduceert, maar tegelijkertijd een lastenverschuiving betekent. Tegenover een lagere premie voor het basispakket, worden gezinnen geconfronteerd met hogere eigen bijdragen en hogere premies voor aanvullende verzekeringen. Dit betekent dus niet (zoals gesuggereerd wordt) dat het koopkrachtbeeld door deze maatregelen wordt verbeterd.
De MHP heeft bezwaren om nog meer onderdelen vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) over te hevelen naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) (zoals dagbesteding, begeleiding en onderdelen van de jeugdzorg). Hierdoor wordt de rechtsongelijkheid tussen inwoners van verschillende gemeenten namelijk nog verder vergroot. De MHP vindt het recht op zorg een belangrijk grondbeginsel. Het is in de ogen van de MHP niet gewenst de ene burger meer rechten op zorgverlening te geven dan de andere burger.

De MHP ziet een aantal goede voorstellen in het Regeerakkoord, zoals het recht op een persoonsgebonden budget. Beperking van het basispakket levert weliswaar een reductie van de collectieve lasten op, maar gezinnen zullen hier weinig van merken, omdat er sprake is van een lastenverschuiving. Een verdere overheveling van voorzieningen vanuit de AWBZ naar de Wmo wijst de MHP af, omdat deze meer rechtsongelijkheid met zich mee brengt.

 

Arbeidsmigratie

De MHP kan zich volledig vinden in de voorwaarde dat minimaal het minimumloon betaald moet worden in het geval van arbeidsmigratie. Tegelijkertijd constateert de MHP dat bij arbeidsmigratie vaak sprake is van zelfstandigen zonder personeel, voor wie die beperking niet geldt.
De MHP kan zich ook vinden in het tegengaan van het misbruik van de kennismigrantenregeling, bijvoorbeeld door naast inkomensvoorwaarden ook opleidingsvoorwaarden in te stellen. Wel pleit de MHP ervoor om de procedures rondom de kennismigrantenregeling dusdanig te vereenvoudigen dat moeilijk vervulbare vacatures sneller kunnen worden ingevuld. Op dit moment krijgt de MHP signalen dat de procedures dusdanig veel tijd in beslag nemen, dat de betreffende arbeidsplaatsen naar het buitenland dreigen te verdwijnen.

De voorstellen ten aanzien van de arbeidsmigratie worden in beginsel gedeeld door de MHP. Het gaat dan bijvoorbeeld om de voorwaarde om minimaal het minimumloon te betalen en om misbruik van de kennismigrantenregeling tegen te gaan.

 

Onderwijs

In het Regeerakkoord wordt aangegeven, dat Nederland de ambitie heeft om te behoren tot de top vijf van kenniseconomieën. Kwalitatief goed (excellent) en toegankelijk onderwijs is daarvoor essentieel. De MHP deelt de visie dat “dit vraagt om versterking van de kwaliteit van het onderwijs en bevordering van hoge prestaties”. De MHP pleit voor het versterken van de examencommissie in het hoger onderwijs door meer docenten erin op te nemen dan het huidige wettelijke minimum en verstrengeling van belangen te voorkomen. Bovendien is de MHP verheugd dat het kabinet voornemens is het rapport van de commissie Toekomstbestendigheid hoger onderwijs (commissie Veerman) uit te voeren.

Aantrekkelijk voor docenten
Kwalitatief hoogwaardig onderwijs vraagt om kwalitatief hoogwaardige docenten. Om dergelijke docenten aan te trekken, dient een baan in het onderwijs aantrekkelijker te worden gemaakt. Zowel wat betreft salaris als wat betreft functionele doorgroeimogelijkheden. Thans is het aannemen van een managementfunctie de enige mogelijkheid om (door)groei in salaris en in functie te realiseren. Dit moet veranderen. De MHP onderschrijft daarom ook het streven naar een beperking van de overhead en naar meer ruimte voor vakmanschap in het onderwijs. Ook komt er meer ruimte voor prestatiebeloning in het onderwijs, zowel voor personen als van teams. De MHP is voorstander van prestatiebeloning, maar is van mening dat bij teambeloning er voor moet worden gewaakt dat de eindverantwoording niet wordt ondermijnd. Bovendien moeten instellingen voor de toepassing van prestatiebeloning extra bestedingsruimte krijgen. In 2011 is hier zeker geen sprake van, aangezien er een nominale nullijn aan de onderwijssector wordt opgelegd. Een maatregel die een korting van meer dan € 500 miljoen euro op de lerarensalarissen tot gevolg heeft. De MHP wijst een dergelijke eenzijdige loonmaatregel ten stelligste af.

Docenten laten zien dat zij aan een aantal kwaliteitskenmerken voldoen en dat zij hun bekwaamheid op peil houden, door zich in te schrijven in het lerarenregister. Voorgesteld wordt dit register uit te breiden met een verplichting voor het onderhoud en eventuele verhoging van kennis en vaardigheden van docenten en schoolleiders. Dit voornemen kan rekenen op onze steun. De MHP pleit er voor dat in 2015 100% van de leraren geregistreerd staat in het initiële register. De specifieke inhoudelijke beroepsstandaarden, zoals geformuleerd door de vak- of beroepsverenigingen, die daarvan het eigendomsrecht houden, vormen de criteria waaraan de registerdocent moet voldoen. Naar de mening van de MHP moet het doel zijn om in 2020 ook 100% registerdocenten te hebben gerealiseerd.

Aantrekkelijk voor studenten
Ten aanzien van de begeleiding van studenten is het leveren van maatwerk en het geven van persoonlijke aandacht van groot belang. De MHP juicht inhoudelijke maatregelen als een “vereenvoudiging van de keuze voor pakket, loopbaan of studie” en het maken van roosters zonder tussenuren daarom van harte toe.

In het Regeerakkoord worden ook een aantal financiële maatregelen voor studenten aangekondigd. De MHP heeft weinig moeite met de aangekondigde maatregelen voor langstudeerders (verhoging collegegeld en afschaffing ov-kaart), maar wijst een sociaal leenstelsel voor studenten in de masterfase af. De MHP is namelijk ten principale van mening dat doelstellingen als het behoren tot de top vijf van kenniseconomieën en het bevorderen van excellentie onder studenten niet stroken met een beleid dat extra financiële drempels voor het volgen van hoger onderwijs opwerpt.

Uit diverse onderzoeken, alsmede uit eigen berekeningen van de MHP, blijkt dat het rendement van onderwijs voor de maatschappij als geheel zeer hoog is: 8% tot 12% (!). Door de invoering van extra financiële drempels, zoals een sociaal leenstelsel in de masterfase, zal de deelname aan het hoger onderwijs dalen en zullen vervolgstudies eerder uitblijven. Hierdoor worden toekomstige premie- en belastingopbrengsten misgelopen. De besparingen op de korte termijn zullen op de lange termijn dus meer dan teniet worden gedaan. Nederland loopt als kenniseconomie het risico dat er een nog groter tekort aan hoger opgeleiden dreigt dan nu al het geval is. De ambitie om te behoren tot de top vijf van kenniseconomieën raakt dan nog verder uit het zicht. Dit terwijl uit verschillende Europese en internationale kennisranglijsten blijkt dat Nederland reeds (ver) achterop geraakt is!

Aantrekkelijk voor werkenden
Om werkenden duurzaam inzetbaar te houden en mobiliteit te bevorderen, is het van groot belang dat zij gedurende hun gehele werkzame leven blijven leren, zowel formeel als informeel. Om duurzame inzetbaarheid en mobiliteit te bevorderen, is echter meer nodig dan een dreigement om cao’s zonder scholingsafspraken niet langer algemeen verbindend te verklaren. Zo moeten de fiscale faciliteiten inzake scholing worden uitgebreid: de ondergrens van € 500,00 zou moeten worden afgeschaft en de bovengrens dient substantieel te worden verhoogd. Dit onder meer om intersectorale (om)scholing te bevorderen. Werknemers met een flexibel en/of deeltijdcontract zouden dezelfde scholingsrechten moeten krijgen als werknemers met een contract voor onbepaalde tijd. De MHP pleit voor een vorm van leerrechten, waarbij werknemers de mogelijkheid moeten krijgen zich te scholen voor een functie binnen of buiten het bedrijf (en ook sector). Daarbij zou maatwerk het leidende beginsel moeten zijn.

De MHP steunt de intenties om het beroep van docent aantrekkelijker te maken, de positie van de docent te versterken en het niveau van het onderwijs te verhogen. De nominale nullijn staat hier echter haaks op. De invoering van een sociaal leenstelsel voor de masterfase is een desinvestering in de kenniseconomie. De MHP bepleit een ambitieuzer plan om de scholing van werkenden te bevorderen.

 

Werk en sociale zekerheid

Zoals het Regeerakkoord aangeeft, dreigt er een toekomstige krapte op de arbeidsmarkt. Een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie is daarom van ongekend belang om de werkgelegenheid in Nederland vast en de welvaart op peil te houden. Hierbij verdienen bepaalde groepen in de ogen van de MHP bijzondere aandacht:

Werkende en werkzoekende 45-plussers
Om de arbeidsparticipatie onder 45-plussers te verhogen is een cultuuromslag nodig. Te beginnen bij de groep die als “oudere werknemer” wordt beschouwd. Momenteel worden personen al vanaf 45 jarige leeftijd als zodanig betiteld. Dit is onaanvaardbaar als men zich bedenkt dat deze werknemers er veelal nog niet eens de helft van hun werkzame leven op hebben zitten!
Kille cijfers geven aan dat de kans op werk voor een 55- en een 60-plusser momenteel rond de respectievelijke 3% en 1% ligt! Hier ligt een enorm arbeidsmarktpotentieel. Dit vraagt enerzijds om aanvullende wetgeving om deze kwetsbare groep aan het werk te houden, anderzijds om stimulerende maatregelen deze groep aan een baan te helpen.
De MHP vraagt uw aandacht voor de hardnekkige vooroordelen die nog altijd heersen ten opzichte van werknemers en werkzoekenden van 45 jaar en ouder. Zo zouden 45-plussers duurder en minder productief zijn, een hoger verzuimpercentage kennen, een kennisachterstand hebben en maar kort in dienst blijven. Hoewel meerdere onderzoeken bewijzen dat deze vooroordelen pertinent onjuist zijn , blijken nog steeds maar weinig werkgevers bereid om oudere werknemers aan te nemen. Bovendien blijkt uit recent onderzoek dat 50% van de werkgevers niet investeert in oudere werknemers. Het demotie-beleid van het vorige kabinet heeft dit beeld alleen maar verder versterkt (immers, oudere werknemers werden goedkoper gemaakt). De MHP roept het kabinet daarom ook op om, in tegenstelling tot het vorige kabinet, een positief beleid te voeren ten opzichte van oudere werknemers en mee te helpen de onterecht ontstane negatieve beeldvorming weg te nemen. Gezamenlijk met sociale partners zal een beleid gevoerd kunnen worden om de duurzame inzetbaarheid te verhogen.

Momenteel zijn sociale partners in de Stichting  van de Arbeid druk bezig met het onderdeel “flankerend arbeidsmarkt(/ouderen)beleid” uit het Pensioenakkoord. Doel is om nog voor het einde van dit jaar te komen met concrete maatregelen die de arbeidsparticipatie en kansen van 45-plussers daadwerkelijk verhogen. De MHP verzoekt u de uitkomst van dit overleg tussen werknemers en werkgevers af te wachten en te zijner tijd dit flankerende arbeidsmarktbeleid over te nemen.

 

Vrouwen
De komende jaren worden grote tekorten verwacht in met name de zorgsector en het onderwijs. Beide sectoren kenmerken zich door veel vrouwelijke werknemers, veelal werkzaam in (kleine) deeltijdbanen. Dit zal het extra moeilijk maken om de verwachte tekorten op te vullen. Vrouwen die in grotere (deeltijd)banen willen werken, dienen hiertoe door overheid en sociale partners zoveel mogelijk in positieve zin te worden gestimuleerd. De MHP heeft echter zeer gegronde vrees dat de aangekondigde bezuinigingen in het regeerakkoord, een averechts effect zullen hebben. Zo blijkt uit de berekeningen van de MHP dat de aangekondigde bezuinigingen op de kinderopvang een koopkrachtdaling van 5% tot 10% tot gevolg hebben en dat het nauwelijks nog aantrekkelijk zal zijn om een deeltijdbaan uit te breiden, als gevolg van de hoge marginale kosten van kinderopvang. Aan het van u veel gehoorde uitgangspunt dat “werken moet lonen” wordt met dergelijke maatregelen geen recht gedaan. De MHP roept u dan ook op deze bezuinigingsmaatregelen te heroverwegen.

De MHP vraagt naast aandacht voor de beschikbaarheid van kinderopvang, ook aandacht voor de kwaliteit hiervan. Niet alleen de pedagogische kwaliteit, maar ook de flexibiliteit van kinderopvang is van immens belang. Niet iedere ouder heeft een baan van 9.00 uur tot 17.00 uur nabij de scholen van de kinderen. Gastouderopvang is een zeer flexibele vorm van kinderopvang, die door de overheid zou moeten worden gestimuleerd in plaats van beperkt.

Arbeidsgehandicapten
In het Regeerakkoord wordt één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt voorgesteld, waarin de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wajong en de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) worden geïntegreerd. Verder wordt de Wajong vanaf 1 januari 2012 enkel toegankelijk voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. De MHP stelt niet het streven naar een hogere arbeidsparticipatie onder bijstandsgerechtigden en arbeidsgehandicapten ter discussie, maar betwijfelt ten zeerste of één geïntegreerde regeling hieraan bijdraagt. Zo hebben gemeenten onvoldoende netwerken in en kennis over de (boven)regionale arbeidsmarkt. Bovendien zal dit de implementatie van sectorale afspraken in de regio bemoeilijken, omdat sociale partners met veel meer partijen (lees: gemeenten) van doen hebben. Ook wijst de MHP er op dat de Wwb- en de Wajongpopulatie niet alleen bestaat uit personen met een lage(re) opleiding. De dienstverlening van gemeenten is niet ingericht op de bemiddeling van werkzoekenden met een middelbare en hogere opleiding. Uit onderzoek blijkt dat de meeste werkzoekenden met een dergelijke opleiding veelal een baan buiten de regio vinden. De MHP doet daarom een dringend beroep op het kabinet om serieus te overwegen de toegeleiding naar werk van werkzoekenden met een middelbare of hogere opleiding niet neer te leggen bij de gemeenten.

De beperking van de Wajong tot volledig en duurzaam arbeidsongeschikte jongeren heeft tot gevolg dat gedeeltelijk arbeidsongeschikte jongeren geen terugvalbasis meer hebben als na verloop van tijd blijkt dat meekomen op de reguliere arbeidsmarkt te hoog gegrepen is. Het Regeerakkoord is vaag over de wijze waarop deze jongeren dan worden opgevangen.

Overig…
De MHP deelt de visie van het kabinet dat mensen “in staat moeten worden gesteld een goede balans te vinden tussen betaald werk, zorgtaken, vrijwilligerswerk, scholing en vrije tijd”. Om die reden zou het mogelijk moeten zijn dat ook mantelzorgers (tijdelijk) van kinderopvang gebruik kunnen maken. Vaak verlenen zij zorg op uren die buiten de gebruikelijke kantooruren vallen. Voor hen is flexibele opvang daarom evenzeer van belang.

De MHP is verheugd te lezen dat stringente regels met betrekking tot thuiswerkplekken worden opgeheven. De MHP onderschrijft dat dit ouders helpt om werk met zorgtaken te combineren en bijdraagt aan het tegengaan van de files.

Verder vraagt de MHP aandacht voor het feit dat een verhoging van de (betaalde) arbeidsparticipatie ertoe kan leiden dat het verlenen van vrijwilligerswerk (zoals mantelzorg) onder druk komt te staan. Vrijwilligerswerk is van groot maatschappelijk belang voor de Nederlandse samenleving en zorgt jaarlijks voor een aanzienlijke kostenbesparing. Ook deze vorm van participatie dient te worden gekoesterd.

Ook pleit de MHP voor de mogelijkheid voor werkzoekenden om een beroep te kunnen doen op kinderopvang. Dat vergroot immers de arbeidsparticipatie. Momenteel wordt aan de niet-werkende die in enig kalenderjaar (nog) niet gewerkt heeft geen toeslag voor kinderopvang gegeven. Werkzoekenden met een uitkering hebben de plicht om te solliciteren, waardoor op dergelijke momenten wel degelijk behoefte aan kinderopvang bestaat.

De MHP wil samen met de overige sociale partners en de overheid serieus werk maken van de bevordering van de arbeidsparticipatie. Hierbij ligt de focus vooral op oudere werknemers,
   vrouwen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Voor oudere werknemers is van belang dat de onterechte vooroordelen niet nog eens gevoed worden door het kabinetsbeleid. Ten aanzien van vrouwen geldt dat het aangekondigde bezuinigingen op kinderopvang een negatief effect op de arbeidsparticipatie tot gevolg heeft. Arbeidsgehandicapten van hbo- of wo-niveau verdienen een reële kans op een passende baan door dienstverlening van een organisatie als het UWV. Verder vraagt de MHP aandacht voor de geleidelijke uitholling van vrijwilligerswerk en mantelzorg.

AOW en Pensioen

Pensioenakkoord
Zoals bekend mag worden verondersteld hebben sociale partners, verenigd in de Stichting van de Arbeid (StvdA), op 4 juni jl. een principeakkoord bereikt over de toekomstige vormgeving van de aanvullende pensioenen en in samenhang daarmee over de AOW. Een van de belangrijkste onderdelen van dit akkoord is om de stijgende levensverwachting op een dusdanige manier in te bouwen in de pensioenregelingen en de AOW, dat deze geen invloed meer heeft op de premies. Daarmee wordt de toekomstbestendigheid van het pensioenstelsel aanzienlijk verbeterd. Het Pensioenakkoord, dat een fundamentele stelselwijziging betekent, kan echter niet zonder medewerking van de overheid worden gerealiseerd, zowel in de rol van wetgever als in de rol van werkgever. Zo heeft de overheid de beslissende stem ten aanzien van de AOW en de totstandkoming van wet- en regelgeving betreffende de aanvullende pensioenen (Financieel Toetsingskader, Witteveenkader enz.). De overheid is daarnaast ook een grote werkgever, die niet direct betrokken is bij de totstandkoming van het akkoord (wel aan werknemerszijde). Wij doen een dringend appel op het nieuwe kabinet in haar rol van wetgever en werkgever om alle medewerking te verlenen aan dit akkoord, teneinde het vertrouwen in en het draagvlak van ons Nederlands pensioenstelsel te continueren, dan wel te hervinden.

In het Regeerakkoord wordt weliswaar de AOW-leeftijd, conform de voorstellen uit het Pensioenakkoord, in 2020 verhoogd naar 66 jaar, maar als het gaat om de wijze van de jaarlijkse indexering van de AOW-uitkering blijft het Regeerakkoord betrekkelijk vaag. In de financiële bijlage wordt hier ook niet op in gegaan. In het Pensioenakkoord wordt uitdrukkelijk bepleit om te indexeren aan de hand van de verdiende lonen in plaats van de contractlonen. Wat de aanvullende pensioenen betreft, boekt het kabinet een besparing op het Witteveenkader in. De MHP wijst er uitdrukkelijk op dat het Pensioenakkoord uitgaat van premieneutraliteit als het gaat om het opvangen van de stijgende levensverwachting. Een stijgende levensverwachting zal niet direct leiden tot lagere premies, en dus tot een verlaging van de fiscale aftrek van pensioenpremies. Bij de huidige stand van de dekkingssaldi van pensioenfondsen lijkt dit al helemaal een illusie. De MHP doet een dringend beroep op het kabinet om in overleg met sociale partners het Witteveenkader en Financieel Toetsingskader zodanig aan te passen, dat er geen beperkende werking van uit gaat om het Pensioenakkoord te kunnen implementeren. Ook wijst de MHP er op dat een flankerend arbeidsmarktbeleid voor oudere werknemers onlosmakelijk deel uitmaakt van het Pensioenakkoord. Het kan immers niet zo zijn dat de leeftijd van pensionering steeds verder in de tijd wordt opgeschoven, zonder dat oudere werknemers in staat worden gesteld door te werken tot aan de nieuwe pensioendatum.

Vitaliteitsregeling
Een belangrijk onderdeel van dit flankerend arbeidsmarktbeleid kan een vitaliteitsregeling zijn. Het kabinet stelt voor om dit budgettair neutraal in te voeren, door de levensloopregeling en de spaarloonregeling hierin te laten opgaan. De MHP vindt dit getuigen van weinig ambitie. Juist een (financiële) uitbreiding van de huidige levensloopregeling zou mensen meer slagkracht kunnen bieden om vitaal de eindstreep te halen. Overigens betreurt de MHP dat het niet meer mogelijk zou zijn om de vitaliteitsregeling te gebruiken voor vroegpensioen. Dit staat haaks op de uitgangspunten van het Museumpleinakkoord dat sociale partners met een vorig kabinet hebben afgesproken. Veel mensen zullen dit ervaren als een extra bewijs dat de overheid een onbetrouwbare partner is.

De MHP roept het kabinet op zijn volledige medewerking te verlenen aan het Pensioenakkoord van de StvdA, zonder hieraan allerlei taakstellingen te koppelen. Verder zouden mensen de vitaliteitsregeling (lees: levensloopregeling) ook moeten kunnen blijven aanwenden voor vroegpensioen. Het schrappen van deze mogelijkheid staat haaks op het Museumpleinakkoord en zal het vertrouwen in de overheid niet ten goede komen.

Wonen

De MHP kan zich vinden in het streven van het kabinet om het zogenaamde ‘scheefwonen’ tegen te gaan. Wel is de MHP van mening dat bij de daadwerkelijke invoering van maatregelen de eventuele inkomensconsequenties mede een rol moeten spelen.
De MHP is verheugd dat dit kabinet geen maatregelen neemt om ingrepen te doen in de hypotheekrenteaftrek. Toch blijft dit als een Zwaard van Damocles hangen boven de woningmarkt. Vooralsnog vinden er geen ingrepen plaats, maar toekomstige woningbezitters kunnen er geenszins gerust op zijn dat een volgend kabinet de hypotheekrenteaftrek niet toch beperkt. Om aan deze onzekerheid een einde te maken, pleit de MHP al langer voor een nieuw fiscaal stelsel. De consequentie van een reeds eerder door de MHP bepleit belastingstelsel met een vlaktaks is dat het budgettaire beslag van de hypotheekrenteaftrek wordt beperkt, omdat in dat systeem iedereen tegen eenzelfde tarief de hypotheekrente aftrekt.

De MHP kan zich erin vinden het zogenaamde scheefwonen tegen te gaan, maar pleit er wel voor de inkomensgevolgen in de gaten te houden. Hoewel de MHP verheugd is dat de hypotheekrenteaftrek gehandhaafd blijft, vreest zij wel dat deze discussie bij volgende kabinetten weer terug komt. Om dit te voorkomen roept de MHP het kabinet op om een nieuw belastingstelsel met een vlaktaks nader te onderzoeken.

 

Inkomensbeleid en fiscaal beleid

Koopkrachtbeeld
De MHP wijst elke vorm van inkomensnivellering af. De afgelopen decennia zijn rekeningen van bezuinigingen grotendeels neergelegd bij de middengroepen en de inkomenscategorieën vlak daarboven. De MHP is van mening dat de koopkracht van de zwakkeren in onze samenleving beschermd moet worden, maar dat is iets anders dan nivellering. Het algemene koopkrachtbeeld wijst er op dat er onder 65-minners voor het eerst sinds jaren geen sprake is van nivellering. Dat neemt niet weg dat de effecten van bepaalde maatregelen in het algemene koopkrachtbeeld wegvallen. Sommige maatregelen benadelen wel degelijk bepaalde huishoudcategorieën. Daarbij kan gedacht worden aan de nominale nullijn voor ambtenaren (een koopkrachtdaling van 1% tot 1,5%), de forse bezuinigingen op de kinderopvang (oplopend tot een negatief effect van 5% tot 10%) en beperkingen van het basispakket (afhankelijk van de zorgvraag oplopend tot enkele procenten koopkrachtdaling). Het algemene koopkrachtbeeld kan in die zin misleidend zijn.

Bosbelasting
De MHP had van dit kabinet verwacht dat het de zogenaamde Bosbelasting (houdbaarheidsbijdrage) ongedaan zou maken. Het is namelijk een maatregel die in de eerste jaren nauwelijks iets oplevert en die, sterker nog, alleen maar geld kost vanwege de complexe uitvoering. In die zin draagt het weinig bij aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Op den duur zal het echter tot gevolg hebben dat er een forse nivellering zal optreden onder gepensioneerden, omdat zij over het inkomen in de tweede belastingschijf een groter deel van hun eigen AOW-uitkering gaan betalen. Het is dezelfde groep die in het algemene koopkrachtbeeld ook al meer gaat inleveren. De MHP dringt er daarom op aan om deze nivellerende maatregel alsnog ongedaan te maken.

Nieuw fiscaal stelsel
In het verleden heeft een herijking van het fiscale stelsel in een cyclus van ongeveer 10 jaar plaats gevonden. De laatste twee voorbeelden zijn belastingherzieningen gebaseerd op het werk van de commissie-Oort (1990) en het Belastingplan 2001. De MHP pleit ervoor dat een nieuw kabinet nu stappen zet om te komen tot een fundamentele herziening van de Inkomstenbelasting. Niet omdat een herziening een doel op zich vormt, maar wel omdat ons belastingstelsel tegen steeds meer knelpunten aanloopt. Overigens heeft de SER in 2008 hier ook al voor gepleit in het advies ‘Globalisering, een wereld te winnen’. Het huidige stelsel kent zo langzamerhand een ondoordringbaar woud aan heffingskortingen en toeslagen, die elk een apart doel dienen maar elkaar kunnen tegenwerken. Verder kennen we vele aftrekposten, die onttrokken kunnen worden aan de grondslag van belastingheffing. Hierdoor is niet alleen het stelsel nodeloos ingewikkeld geworden, maar is ook het voeren van inkomenspolitiek ondoorzichtig geworden (het belastingstelsel is immers het belangrijkste instrument voor de overheid om tot een inkomensherverdeling te komen). Andere argumenten voor een belastingherziening zijn de internationaal gezien relatief hoge marginale tarieven en de mogelijkheden om te switchen tussen de belastingboxen om de verschuldigde belasting te drukken. Met een nieuw belastingstelsel kan meer aansluiting worden gezocht bij andere maatschappelijke trends zoals de vergroening van het belastingstelsel. De MHP ziet in een systeem met een vlaktaks een goede mogelijkheid om meerdere doelen te dienen. Een vlaktaks is er in vele vormen en maten. In algemene zin betreft een vlaktaks een proportioneel tarief over een brede grondslag in de vorm van een loonsomheffing. Met een vlaktaks kunnen vele heffingskortingen en toeslagen worden samengevoegd en afgebouwd en het aantal aftrekposten worden beperkt. Hierdoor wordt het gevoerde inkomensbeleid weer transparanter en aanzienlijk vereenvoudigd. Het hoogste marginale tarief kan weer in de pas gaan lopen met andere landen. Wel zullen er in een dergelijk systeem maatregelen nodig zijn om de gevolgen voor de inkomensverdeling te compenseren.

Met genoegen constateert de MHP dat er ogenschijnlijk geen sprake lijkt te zijn van een nivellerend inkomensbeleid. Het algemene koopkrachtbeeld kan echter misleidend zijn, omdat sommige aangekondigde maatregelen specifieke huishoudens extra zwaar treffen.
   De MHP doet een dringend beroep op het kabinet en de Tweede Kamer om de Bosbelasting, die met ingang van 2011 wordt geïmplementeerd, terug te draaien.
   De MHP pleit er verder voor om in de komende kabinetsperiode een nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een vlaktaks (zie ook hierboven onder ‘Wonen’) en hier alvast voorbereidingen voor te treffen.

Laatste nieuws

Aleid Ringelberg benoemt als vice-voorzitter VCP

24 november 2022

Aleid Ringelberg benoemt als vice-voorzitter VCP

VCP geschokt over nieuwste cijfers corona schoolachterstand

18 november 2022

VCP geschokt over nieuwste cijfers corona schoolachterstand

VCP content over degelijke Kamerbehandeling Pensioenwet

17 november 2022

VCP content over degelijke Kamerbehandeling Pensioenwet

Meer nieuws
Naar boven