Menu

Inhoud:
Nieuwe zittingsperiode SER: wederom zetel MHP
Alexander Rinnooy Kan verlaat per 1 september 2012 de SER
Studieschuldenteller gelanceerd
MHP wijst mobiliteitsbudget B-50 af
Verbetering Detacheringsrichtlijn
MHP-themabijeenkomst ‘Aan de slag met het nieuwe pensioencontract’ 20 maart jl.

 

Nieuwe zittingsperiode SER: wederom zetel MHP

Minister Kamp heeft op 16 maart jl. besloten de samenstelling van de Sociaal-Economische Raad (SER) de komende zittingsperiode niet te wijzigen. Dit betekent dat de MHP voor de periode 1 april 2012 tot 1 april 2014 wederom een zetel in de SER krijgt. De zetelverdeling voor de periode 2012-2014 blijft daarom als volgt:

Ondernemersgeleding

Vereniging VNO-NCW

zeven zetels

Koninklijke Vereniging MKB-Nederland

drie zetels

Land- en Tuinbouworganisatie Nederland

een zetel

Werknemersgeleding

Federatie Nederlandse   Vakbeweging

acht zetels

Christelijk Nationaal   Vakverbond

twee zetels

Vakcentrale voor   middengroepen en hoger personeel

een zetel

In de nieuwe zittingsperiode zullen de MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal respectievelijk lid en plaatsvervangend lid blijven van de Raad. Naast de leden die door de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties worden benoemd, bestaat de Raad ook voor een derde deel uit onafhankelijke leden, die door de Kroon worden benoemd.

Alexander Rinnooy Kan verlaat per 1 september 2012 de SER

De Ministerraad heeft op 16 maart jl. besloten Alexander Rinnooy Kan wederom als voorzitter van de SER te benoemen. Hij heeft minister Kamp echter laten weten die functie te willen vervullen tot 1 september 2012. Per die datum zal hij worden benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Rinnooy Kan is voorzitter van de SER sinds 1 augustus 2006. Op het moment van zijn aftreden zal hij die functie iets meer dan zes jaar hebben vervuld. Tot zijn voorgangers behoren Herman Wijffels, Klaas de Vries, Theo Quené en Jan de Pous. Wie de opvolger van Rinnooy Kan wordt, is nog niet bekend.

Tevens heeft het kabinet een aantal nieuwe (plaatsvervangende) kroonleden benoemd voor de periode 1 april 2012 tot 1 april 2014. Het zijn:

  • Prof. dr. B.E. (Barbara) Baarsma (1969), bijzonder hoogleraar marktwerking en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam;
  • Prof. ir. N.D. (Klaas) van Egmond (1946), hoogleraar geowetenschappen aan de Universiteit van Utrecht;
  • Mevrouw prof. dr. A. (Aukje) Nauta (1967), bijzonder hoogleraar employability in werkrelaties aan de Universiteit van Amsterdam;
  • Prof. dr. R.J. (Romke) van der Veen (1958), hoogleraar sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam;
  • Prof. dr. E. (Evert) Verhulp (1964), hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam
  • Prof. dr. C.G. (Casper) de Vries (1955), hoogleraar monetaire economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Zij vervullen de vacatures, die onder meer ontstaan door het vertrek van de kroonleden
drs. Th.J.F.M. (Theo) Bovens, prof. mr. P.F. (Paul) van der Heijden en
dr. C.M. (Tini) Hooymans.

Studieschuldenteller gelanceerd

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft in samenwerking met de MHP een studieschuldenteller gelanceerd. Op de Technische Universiteit van Delft is op 13 maart jl. een groot scherm opgesteld, waarop de toename van de studieschuld goed in beeld is gebracht.

Op dit moment bedraagt de totale studieschuld van afgestudeerden aan het hoger onderwijs ruim € 5,8 miljard. Per jaar komt hier ruim € 850 miljoen bij en wordt er ongeveer € 550 miljoen afgelost door oud-studenten. Als alle plannen van het kabinet worden ingevoerd, zal de studieschuld met nog eens € 290 miljoen extra per jaar toenemen. “Dit zijn schrikbarende bedragen. Studenten die moeten lenen, zullen na alle kabinetsplannen met gemiddeld bijna € 20.000,00 schuld de arbeidsmarkt betreden”, aldus MHP-beleidsmedewerkster Hanneke de Geus.

De MHP vreest dat studenten in de toekomst steeds minder de neiging zullen hebben een masteropleiding te volgen, omdat ze deze volledig zelf moeten financieren en zich nog dieper in de schulden moeten steken. “Daarmee loopt Nederland als kenniseconomie een risico. Op termijn kan dit zelfs een averechts effect hebben op de overheidsfinanciën, omdat hoger opgeleiden in het algemeen meer belasting betalen en minder beroep doen op sociale voorzieningen”, aldus De Geus.

De door de MHP en het ISO ontwikkelde studieschuldenteller is behalve op de TU van Delft, ook te zien op www.wiebetaaltderekening.nl. De onderliggende berekeningen kunnen hier worden gedownload.

MHP wijst mobiliteitsbudget B-50 af

Samen met de FNV en het CNV heeft de MHP het mobiliteitsbudget, zoals voorgesteld door de zogenaamde B-50, afgewezen. De B-50 is een samenwerkingsverband van grote bedrijven en is verbonden aan het Platform Slim Werken Slim Reizen (SWSR). De B-50 had voorgesteld om voor het woon-werkverkeer per arbeidsorganisatie een fiscaal vriendelijk budget vast te stellen, gebaseerd op 19 cent per kilometer en op de totale woon-werkafstand van alle werknemers. Vervolgens zou per arbeidsorganisatie kunnen worden bekeken hoe dit wordt verdeeld over de werknemers, bijvoorbeeld een vast bedrag per werknemer.

In het bestuur van SWSR heeft MHP-bestuurder Eddy Haket namens de drie vakcentrales dit plan afgewezen, omdat het teveel verschuivingen tussen werknemers geeft en daarmee het principe van een vergoeding van de reiskosten die een individuele werknemer maakt, loslaat. Bovendien zou een werkgever volgens de vakcentrales niet eenzijdig de onkostenvergoedingen mogen aanpassen, maar zal hij dit alleen in overeenstemming met de betrokken vakbonden, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kunnen doen.

Volgens MHP-beleidsmedewerker Joost Lubbers is de idee van een mobiliteitsbudget niet zo zeer verkeerd, maar dit moet dan wel per individuele werknemer zijn gebaseerd op de woon-werkafstand. “Met dit budget kan de werknemer dan zelf bepalen op welke wijze wordt gereisd en welke slimme combinatie van vervoersmiddelen wordt gebruikt. Maar de zeggenschap moet dan wel bij de werknemer liggen, en niet bij de werkgever”, aldus Lubbers.

Verbetering Detacheringsrichtlijn

In een brief aan Nederlandse Europarlementariërs vragen de drie vakcentrales FNV, CNV en MHP aandacht voor grensoverschrijdende detachering voor werknemers. Aanleiding voor deze brief is een voorstel van de Europese Commissie om de zogenoemde ‘Detacheringsrichtlijn’ te verbeteren. Volgens de Detacheringsrichtlijn hebben ondernemingen het recht om diensten over de landsgrenzen heen te verrichten, maar moeten ze de rechten van de werknemers die tijdelijk in een ander land werken, beschermen. In de praktijk blijkt echter dat veel ondernemingen nog steeds de Detacheringsrichtlijn ontduiken en ‘grensoverschrijdende werknemers’ misbruiken door sociale zekerheid, arbeidsvoorwaarden en af te dragen belastingen te ontduiken.

De vakcentrales waarderen de inspanningen van de Europese Commissie om de naleving van de Detacheringsrichtlijn te verbeteren, maar vrezen dat de aanpassingen nog niet ver genoeg gaan. Daarom doen ze aanvullende voorstellen. Zo wordt onder meer voorgesteld het geven van betere voorlichting aan werknemers in de moedertaal verplicht te stellen en om de zogenaamde ketenaansprakelijkheid aan te scherpen in het geval van onderaanneming. “Wij zijn niet tegen open grenzen, maar dan moet wel het beginsel van gelijke rechten niet alleen op papier gelden, maar ook in de praktijk worden nageleefd en gehandhaafd”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket.

 

MHP-themabijeenkomst ‘Aan de slag met het nieuwe pensioencontract’ 20 maart jl.

Op 20 maart jl. heeft de MHP in samenwerking met en met dank aan een viertal actuarissen van PGGM waaronder Jan Tamerus (adviseur pensioenen MHP en lid van de Werkgroep Pensioenen van de Stichting van de Arbeid namens de MHP), een themabijeenkomst georganiseerd voor cao-onderhandelaars, pensioenfondsbestuurders en actieve kaderleden, die dagelijks met de pensioenmaterie van doen hebben. Het doel van de bijeenkomst was om de genodigden voor te bereiden op de komst van het nieuwe pensioencontract. Hun meer gevoel te geven bij mogelijke antwoorden op vragen als: Hoe dient het nieuwe pensioencontract te worden vormgegeven? Welke keuzes kunnen er worden gemaakt ? Hoe kunnen leden/deelnemers worden betrokken bij de keuze voor een nieuw contract ? Hoe moet er worden omgegaan met risico’s in het contract ? Hoe dient er met mee- en tegenvallers te worden omgegaan ? En hoe zorgen we hierbij voor evenwichtigheid tussen generaties in het nieuwe contract ?

Door middel van workshops werd geoefend met verschillende vormen van de nieuwe pensioencontracten en werd nader bekeken hoe verschillende keuzes uitpakken in termen van pensioenresultaat, kans op onder- en bovendekking en een nominale versus reële invulling bij een gezonde financiële startpositie en bij de huidige financiële posities van de pensioenfondsen.

Uit de workshops kwam naar voren dat een meerderheid van de deelnemers het belangrijk vindt dat de verplichtstelling en de solidariteit tussen generaties behouden blijft in het nieuwe pensioencontract. De stijgende levensverwachting kan en mag niet alleen worden opgevangen door de actieve deelnemers en toekomstige generaties. Ook hiervoor dient een evenwichtige oplossing te worden gezocht. Het nieuwe pensioencontract dient uit te gaan van een reële ambitie, te weten een koopkrachtbestendige pensioenambitie. Dit omdat een nominaal contract bij hoge inflatie snel achterblijft bij de realiteit en te snel gaat indexeren. Ook het spreiden van tegenvallers over meerdere jaren wordt wenselijk geacht. De uitkeringen van gepensioneerden en aanspraken van actieve deelnemers zullen zal dan in de toekomst mogelijk vaker verlaagd moeten worden, maar met een minder hoog percentage. In betere tijden dienen daarnaast (wanneer er weer sprake is van herstel naar de oorspronkelijke ambitie van een volledig geïndexeerd pensioen) eventuele meevallers gereserveerd te worden in buffers voor de toekomst en dient er eventueel risico te worden teruggenomen. Maatwerk per pensioenfonds is hierbij gezien de heterogeniteit wenselijk.

Ondanks het feit dat niet alle vragen tijdens deze bijeenkomst konden worden beantwoord, keken de deelnemers terug op een leerzame ochtend.

 

Laatste nieuws

Aanpak arbeidskrapte: ga het gesprek aan met je mensen

30 juni 2022

Aanpak arbeidskrapte: ga het gesprek aan met je mensen

Tijdelijk personeel

29 juni 2022

Wijzigingen arbeidsrecht en sociale zekerheid

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

29 juni 2022

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

Meer nieuws
Naar boven