Menu
Nieuwe pensioenwet: eerste appreciatie van de doelen

De Wet Toekomst Pensioenen ligt nu bij de Tweede Kamer, een goed moment om de doelen uit het Pensioenakkoord tegen het licht te houden. Zijn de waarborgen voor een goed pensioen voldoende? Wat er nu voorligt is volgens de VCP op dit moment het meest haalbare, veel doelen zijn wel gerealiseerd.

Tweede Kamer

Na een lang traject ligt conceptwetgeving voor de herziening van het pensioenstelsel ter beoordeling aan de Tweede Kamer voor. De herziening van het pensioenstelsel is een onderwerp dat met de nodige emotie wordt bezien. Er zijn vele mogelijke aanpassingen die ieder in meer of mindere mate geconstateerde problemen oplossen. Er ligt echter nu, na jaren van discussie, één specifieke oplossing. Een andere route, die in het verleden door de VCP is ingebracht, is om het FTK zodanig aan te passen en uit te gaan van een (prudente) vaste rekenrente binnen de huidige uitkeringsovereenkomsten. Dat blijkt al jaren politiek onbespreekbaar. Ook de visie van de toezichthouder DNB op het borgen van de nominale toezegging onder de regels van het FTK speelt hierbij een belangrijke rol. Een dergelijke oplossing is daarom volgens de VCP een gepasseerd station. De weging van de VCP ligt dan ook langs de plussen en minnen van de nu voorgestelde oplossing, en niet langs andere oplossingsrichtingen.

WTP

Voor de VCP zijn de doelen over de te bereiken resultaten die in het Pensioenakkoord zijn geformuleerd, altijd maatgevend geweest bij de oordeelsvorming over de Wet Toekomst Pensioenen (WTP), die op 30 maart jl. aan de Tweede Kamer is verstuurd.
Dat betekent in de eerste plaats dat er voor de deelnemers voldoende waarborgen moeten zijn, die zekerheid geven op een goed pensioen. De VCP constateert dat er met het wetsvoorstel ruimte wordt geboden voor het maken van goede arbeidsvoorwaardelijke afspraken om de doelen te behalen, maar dat de pensioenuitkomst voor deelnemers uiteindelijk afhangt van de arbeidsvoorwaardelijke afspraken omtrent het pensioencontract, de premie en de compensatie. Voor het evalueren van doelen is ook de lagere wet- en regelgeving van belang, zegt de VCP. Het gaat hier zeker niet om details, maar om belangrijke onderdelen van het nieuw te vormen pensioenstelsel.

Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste doelen uit het Pensioenakkoord en gaan we in op de vraag in hoeverre die nu in de WTP zijn gehaald. Dit is een eerste appreciatie vanuit de VCP. Komende tijd zullen we de wetgeving ook met onze aangesloten organisaties bespreken.

Overzicht doelen

  • Er moet adequate compensatie komen voor alle deelnemers die door de overgang naar het nieuwe stelsel nadeel ondervinden. Hier moeten harde afspraken over worden gemaakt, zo staat in het Pensioenakkoord. De VCP heeft hier altijd een hard punt van gemaakt. Er mogen in de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel geen groepen buiten de boot vallen.
    Weging van de WTP op dit punt:
    Ondanks dat er geen wettelijke verplichting komt tot het geven van compensatie, wat de VCP graag had gezien, maar waarvoor zij de handen niet op elkaar kreeg, zijn er diverse extra waarborgen opgenomen in het wetsvoorstel. Zo moeten er bijvoorbeeld concrete afspraken worden gemaakt over de financiering hiervan en is de compensatieregeling onderdeel van de pensioenovereenkomst en maakt het een belangrijk onderdeel uit van het transitieplan. Dat geeft houvast aan partijen om goede afspraken te maken over het borgen van adequate compensatie. Deelnemers worden hier ook verplicht over geïnformeerd.

  • Perspectief op indexatie. De afgelopen jaren is er nauwelijks geïndexeerd, tot ongenoegen van veel pensioendeelnemers. Terwijl de pensioenpotten groeiden, groeiden de pensioenen door de lage rekenrente nauwelijks mee met de inflatie. In het nieuwe stelsel speelt de rekenrente geen rol meer. Pensioenen kunnen daardoor sneller omhoog, maar als het economisch tegenzit ook omlaag.
    Weging van de WTP op dit punt:
    In het nieuwe pensioenstelsel wordt er niet meer gesproken van indexatie, maar van het verhogen of verlagen van de pensioenen. Er wordt – net als nu – belegd met gemiddeld een positieve rendementsverwachting. Doordat deze rendementen directer worden toebedeeld en er niet eerst een buffer hoeft te worden opgebouwd, kan er naar verwachting eerder verhoogd worden. In een slecht jaar kan een negatief rendement ook tot een verlaging leiden. Dat is een nieuw aspect. De VCP vindt het belangrijk hier geen onrealistische verwachtingen bij deelnemers over te wekken.

  • Voor alle generaties moet de ambitie voorop staan. De fiscale ruimte moet voldoende zijn om een koopkrachtig pensioen te kunnen realiseren, van 80 procent middelloon op basis van 42 jaar pensioenopbouw. Het is essentieel dat een nieuw fiscaal kader alle verschillende regelingen gelijkwaardig en afdoende faciliteert.
    Weging van de WTP op dit punt:
    De fiscale premie van 30%, die maximaal mag worden ingelegd, bij een verwacht reëel rendement van 1,5% zou voldoende moeten zijn om bovengenoemde pensioendoelstelling te kunnen behalen op basis van de huidige aannames. Deze premiegrens staat tot 2037 vast. Echter is dit een maximale grens, wanneer er in een pensioenregeling een lagere premie wordt afgesproken zal de haalbaarheid van een volledig koopkrachtig pensioen navenant dalen. Ook wanneer er grote wijzigingen optreden in de onderliggende aannames kan dit leiden tot een ander beeld. Conclusie is dat het stelsel aansluit bij de ambitie.

  • Een adequate pensioenregeling voor alle inkomens vergt ook een goede dekking voor het nabestaandenpensioen.
    Weging van de WTP op dit punt:
    Binnen de WTP wordt er in fiscale zin voldoende ruimte geboden om zowel voor als na pensioendatum een goede dekking te realiseren voor een goed nabestaandenpensioen. De VCP tekent hierbij aan dat om een goed nabestaandenpensioen voor alle inkomens te realiseren het zaak is de maximale fiscale ruimte van 50% (van het laatstverdiende salaris) te benutten en onderdeel te maken van de arbeidsvoorwaardelijk te maken afspraken hierover. De VCP onderschrijft dat in de WTP bestaande opgebouwde rechten geëerbiedigd worden en dat het wezenpensioen wordt verhoogd. Wel dienen enkele knelpunten als gevolg van de overstap naar een stelsel op risicobasis voor de pensioendatum nog opgelost te worden, zodat er geen grote verschillen kunnen ontstaan bij het overlijden vlak voor en na de pensioendatum.

  • Er moet voldoende stabiliteit in de uitkering bestaan. De pensioenopbouw blijft ‘geoormerkt’ voor een levenslange uitkering.
    Weging van de WTP op dit punt:
    De VCP is blij dat er een solidaire premieregeling is uitgewerkt met een impliciete solidariteitsreserve die overkoepelend als doel heeft te zorgen voor stabiliteit van de pensioenen. Hier heeft de VCP zich hard voor gemaakt. Daarnaast is het mogelijk schokken in de pensioenen te spreiden over maximaal 10 jaar, dat ook een stabiliserende werking heeft.
    Ook blijft tot tevredenheid van de VCP de premie-inleg voor pensioen een levenslange uitkering bieden aan mensen die met pensioen gaan.

  • Het stelsel inclusief de weg daarnaartoe moet kunnen rekenen op brede gedragenheid onder alle deelnemers. Pech- en gelukgeneraties moeten te allen tijde worden vermeden. In de uitgebreide reactie op de internetconsultatie van de WTP een jaar terug vroeg de VCP aandacht voor de positie van zowel jongeren als ouderen.
    Weging over de WTP op dit punt:
    In het wetsvoorstel worden veel waarborgen en randvoorwaarden opgeschreven, die kunnen leiden tot een evenwichtige transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Hoe de overgang precies uitpakt voor verschillende groepen is nog niet op voorhand te zeggen. Dit zal afhangen van de financiële posities van de pensioenfondsen op het moment van overgang, de maatwerkafspraken m.b.t. de compensatie die in de verschillende cao’s en pensioenregeling tot stand komen en de premiehoogte die in de pensioenregeling wordt ingelegd en de beoogde pensioendoelstelling die daarbij past. Of dit doel bereikt wordt, hangt dus in belangrijke mate af van de cao-onderhandelingstafel of in het geval er geen vakbonden aan tafel zitten van de Ondernemingsraad of PVT en of werkgevers (w.o. de overheid) hun verantwoordelijkheid hierin zullen nemen.

    Als gevolg van de afschaffing van de doorsneesystematiek wordt de pensioenopbouw in de jongere jaren extra belangrijk. Wanneer jonge mensen veel en langdurig flexibele arbeid verrichten, maar beperkt werken, werken bij een bedrijf waar geen pensioenregeling is (witte vlek), of (niet levenslang) werken bij een bedrijf waar niet meteen wordt overgestapt op de nieuwe premies (eerbiedigende werking), dan zal het voor hen in de toekomst lastiger worden een adequaat pensioen op te bouwen. Voor hen is het dus veel belangrijker dat zij een gewoon, normaal contract krijgen met een adequate pensioenregeling. Ook hier ligt de oplossing in goede afspraken in een cao.

    Aandachtpunt zijn voornamelijk de groepen van middelbare leeftijd, die bij het uitblijven van goede afspraken over compensatie in hun te verwachten pensioen geraakt worden. Zoals eerder opgemerkt, had de VCP hier liever gezien dat er een compensatieplicht komt. Dat kon echter niet op brede gedragenheid van de andere partijen rekenen. Wel is in de wet opgenomen dat er afspraken over de compensatie moeten worden opgenomen in de afspraken tussen werkgevers en werknemers – het transitieplan. Daarmee gaat het onderwerp niet verloren.

    Het beeld van de VCP is dat ouderen er niet op achteruit gaan omdat er in de solidaire premieregeling gericht met het toedelen van overrendementen en beschermingsrendementen en het afschaffen van de hoge buffers eerder perspectief bestaat op stijgende uitkeringen. Daartegenover staat dat tegenover stijgingen af en toe ook een daling kan staan.

Afdronk

Om de bovengenoemde doelen daadwerkelijk te behalen en met draagvlak en vertrouwen van deelnemers de overstap te kunnen maken, zal aan de randvoorwaarden en waarborgen binnen de arbeidsvoorwaardelijk te maken afspraken moeten worden voldaan. Bij pensioenfondsen met complexere pensioenregelingen ligt hier een extra uitdaging de komende jaren. Hier ligt niet alleen een belangrijke verantwoordelijkheid voor de vakorganisaties maar zeker ook voor de betrokken werkgevers. Mocht de VCP gaandeweg constateren dat er onderweg in de praktijk problemen ontstaan bij het maken van goede afspraken, dan zal zij hierover om de tafel gaan met de minister. Zo is ook afgesproken in het overleg tussen sociale partners en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Laatste nieuws

Belastingen en premies per 1 juli 2022

28 juni 2022

Belastingen en premies per 1 juli 2022

pensioen

27 juni 2022

8e Pensioennieuwsbrief VCP: nieuwe wetgeving en appreciatie doelen

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

23 juni 2022

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

Meer nieuws
Naar boven