Menu
Aanpak om gebruik concurrentiebeding terug te dringen is onvoldoende

De VCP is blij dat er eindelijk stappen worden gezet om het gebruik van het concurrentiebeding een halt toe te roepen, maar vindt het een gemiste kans om bepaalde maatregelen niet in te voeren. Het risico is dat het concurrentiebeding in de praktijk alsnog te pas en te onpas wordt toegepast waardoor werknemers worden belemmerd en geen overstap durven te maken naar een andere baan. “Een concurrentiebeding zou alleen moeten kunnen gelden als het nodig is om bedrijfsgevoelige informatie te beschermen, waar het beding voor is bedoeld. Ondanks de maatregelen, blijft er te veel ruimte om het breder toe te passen”, zegt VCP-beleidsmedewerker Sacha Heemskerk.

Motiveringsplicht
Uit eerder onderzoek is gebleken dat een concurrentiebeding in veel gevallen niet terecht is. Het gebruik moet daarom worden teruggedrongen. De minister komt met een motiveringsplicht voor de werkgever bij contracten voor onbepaalde tijd. Dit geldt nu al bij contracten voor bepaalde tijd. “Een motiveringsplicht zal in de praktijk weinig effect hebben, zoals ook uit onderzoek is gebleken bij contracten voor bepaalde tijd. Een werkgever kan gemakkelijk een motivering opstellen. Het is uiteindelijk dan alsnog aan de werknemer om bij een rechter te toetsen of die motivering volstaat. Dat is een enorme drempel”, zegt Heemskerk. De VCP pleit dan ook voor een vergoeding voor het aangaan van een concurrentiebeding en niet pas bij het inroepen na afloop van het contract, zoals de minister voorstelt. Dat dwingt werkgevers bij het aangaan van een concurrentiebeding een goede afweging te maken of een concurrentiebeding echt nodig is.

Te veel ruimte
Ook laat de minister de mogelijkheid van een concurrentiebeding bij ontslag tijdens de proeftijd in stand. In de proeftijd is de kennis die een werknemer heeft opgedaan zeer beperkt vanwege de korte duur. Voor de werknemer heeft ontslag tijdens de proeftijd met behoud van concurrentiebeding enorme gevolgen in de zoektocht naar ander werk. Volgens de VCP zijn de belangen hier niet met elkaar in balans. Andere maatregelen die de minister neemt is het specificeren en motiveren van de geografische reikwijdte, beperking van de duur en verval van het concurrentiebeding bij faillissement, tenzij de werknemer overgaat naar een nieuwe werkgever. Het is positief dat er stappen worden genomen, maar volgens de VCP blijft er te veel ruimte over om een concurrentiebeding aan te gaan. Het risico is dat er in de praktijk te weinig veranderd, waardoor werknemers alsnog ten onrechte gebonden worden aan een concurrentiebeding.

Bittere noodzaak
Het inperken van het gebruik van concurrentiebedingen is bittere noodzaak. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het gebruik van een concurrentiebeding over de afgelopen jaren is verdubbeld. 37% van de werknemers is gebonden aan zo’n beding. Veel werknemers blijven daarom zitten waar ze zitten, bang voor een boete en zet de arbeidsmarkt daarmee deels op slot. Ook blijkt uit een enquête van de VCP dat 80% van de respondenten het niet terecht vindt dat er bij hun functie sprake is van een concurrentiebeding. 1 op de 3 werkgevers neemt een concurrentiebeding standaard op in de arbeidsovereenkomst, blijkt uit onderzoek. Zelfs 35% van de werkgevers gebruikt het beding om personeel vast te houden, waar het beding uiteraard niet voor is bedoeld.

Laatste nieuws

Hoge Raad box 3-uitspraak brengt vraagtekens voor middengroepen

12 juni 2024

Hoge Raad box 3-uitspraak brengt vraagtekens voor middengroepen

Positief over initiatiefwetsvoorstel voor rouwverlof

12 juni 2024

Positief over initiatiefwetsvoorstel voor rouwverlof

Volgende stap in RVU-actie politie

11 juni 2024

Volgende stap in RVU-actie politie

Meer nieuws