Menu

Inhoud:
• MHP over rapport Commissie Bakker
• Rapport Commissie Bakker uitgebracht
• Individuele inkoop ouderdomspensioen over vóór 2006 liggende dienstjaren
• Europees akkoord over Arbeidstijdenrichtlijn en Uitzendrichtlijn
• Weer een nee tegen de ‘Europese grondwet’ vraagt om concrete vooruitgang op sociaal gebied
• Staatssecretaris Bussemaker kondigt bezuiniging AWBZ aan
• Bescherming van klokkenluiders in het algemeen belang

MHP over rapport Commissie Bakker:
“Morrelen aan pensioenen en werknemersrechten onnodig en onacceptabel”

Dat zegt wnd. MHP-voorzitter Eddy Haket over de aanbevelingen van de Commissie Bakker aan het kabinet betreffende de arbeidsparticipatie en ontslagversoepeling. “Bakker laat met zijn rapport zien opnieuw het mes te zetten in sociale zekerheden en rechten van werknemers, die ook de middengroepen en het hoger personeel hard treffen. Als het kabinet de aanbevelingen integraal overneemt, is de onrust weer terug in polderland”, verwacht Haket. Hij noemt twee pijnpunten: het morrelen aan de pensioenen – waaronder de AOW – en de WW.
De MHP treft in het op 16 juni jl. uitgebrachte rapport van de Commissie Bakker een aantal positieve voorzetten tot arbeidsparticipatie aan, maar roept het kabinet op om de werknemersrechten te blijven beschermen en de aanbevelingen op dat terrein niet over te nemen. Volgens de MHP omkleedt de commissie een aantal goede ideeën met fundamentele wijzigingen in de rechten van werknemers. Positief voor de arbeidsparticipatie is bijvoorbeeld het voorstel een grotere rol aan decentrale partijen te geven om ontslagen werknemers snel te begeleiden naar nieuw werk. “Wat dan vervolgens verder wordt voorgesteld, zoals een beperking van de opzegtermijn, geen verplichte toetsing voor de werkgever of ontslag gegrond is, een beperking van de totale WW-duur en een impliciete beperking van ontslagvergoedingen, is onverstandig en niet nodig”, aldus Haket in een eerste reactie op het rapport. De MHP betreurt het dat de commissie als zoveelste in de rij in de val loopt het Nederlandse pensioenstelsel geweld aan te doen door de jaarlijkse pensioenopbouw te verlagen, de AOW volledig te fiscaliseren en de zogenaamde doorsneepremie ter discussie te stellen. “Dit kan zelfs de doodsteek zijn van het in het buitenland alom geprezen Nederlandse pensioenstelsel”. Volledige fiscalisering van de AOW-premie betekent voor de middengroepen en hogere inkomens het wegvallen van een basispensioen. Het opgeven van de doorsneepremie ondergraaft de solidariteit in ons stelsel.
“Het is nu afwachten wat het kabinet gaat doen met dit rapport. Als het verstandig is, neemt het kabinet vooral een aantal positieve aanbevelingen uit het eerste en tweede spoor van de commissie over, maar laat het aanbevelingen om werknemersrechten te beperken achterwege”, aldus Haket. “Juist als op de toekomstige arbeidsmarkt veel mensen sneller nieuw werk kunnen vinden, hoort men voor de groep van mensen die niet kunnen meekomen, de inkomensbescherming niet overboord te gooien.”

Rapport Commissie Bakker uitgebracht

Op 16 juni jl. heeft de Commissie Bakker een rapport uitgebracht met aanbevelingen om de arbeidsparticipatie te verhogen naar 80% en deze participatiegraad vast te houden. De commissie onderscheidt drie sporen. Het eerste spoor betreft de korte termijn (‘zo snel mogelijk meer mensen aan het werk’), het tweede spoor de middellange termijn (‘werkzekerheid voor iedereen’) en het derde spoor de langere termijn (‘duurzame arbeidsparticipatie’). Daarnaast agendeert de commissie nog enkele dossiers die in de ogen van de commissie een doorwerking naar de arbeidsmarkt hebben, zoals het woondossier (hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting en huurtoeslag) en het pensioenstelsel (doorsneepremie).

Spoor 1
In het eerste spoor, voor de korte termijn, worden de volgende 42 maatregelen voorgesteld:

1. Verhoog het rendement van reïntegratie door de samenwerking op regionaal niveau te stimuleren. Maak daarbij gebruik van de vorming van een landelijke gereedschapskist die de kaders en instrumenten bevat waarmee regionale partijen projecten en initiatieven kunnen starten. (Invoering mogelijk in 2009)

2. Maak op regionaal niveau bindende en afrekenbare meerjarenafspraken tussen werkgevers, sociale partners, uitvoeringsorganisaties sociale zekerheid en onderwijsinstellingen om tot 2016 meer dan 400.000 mensen die willen en kunnen werken, aan werk te helpen. Stel een landelijke taskforce in om dit aan te jagen. (Invoering mogelijk in 2009)

3. Introduceer een participatieplicht voor alle mensen die een halfjaar een uitkering hebben waardoor iedereen kan worden ingeschakeld en niemand aan de kant staat. Deze plicht gaat voor mensen in de WWB (Wet Werk en Bijstand) gelijk in.
Mensen bovenaan op de reïntegratieladder kunnen regulier werk verrichten. Voor mensen op de onderste trede van de ladder is sociale activering de eerste doelstelling. Wie niet meedoet, wordt gekort op de uitkering. (Invoering mogelijk in 2009)

4. Schrap de ontheffing van de arbeidsverplichting voor jonge moeders in de bijstand, maar maak maatwerk mogelijk zodat niemand afdrijft van de arbeidsmarkt. (Invoering mogelijk in 2009)

5. Verbreed de bestedingsmogelijkheden van het werkdeel van het bijstandsbudget van gemeenten zodanig dat gemeenten dit budget kunnen aanwenden voor duurzame uitstroom uit de WWB enerzijds en voor werknemers die hun baan dreigen te verliezen anderzijds. Vanuit de WWB kunnen zo nog meer mensen naar werk worden geleid. (Invoering mogelijk in 2009)

6. Spreek UWV en gemeenten aan op een intensiever en meer stringent gebruik van de mogelijkheden om sancties toe te passen wanneer uitkeringsgerechtigden hun verplichtingen niet nakomen. Hierdoor zullen meer mensen gestimuleerd worden werk te aanvaarden. (Kan per direct)

7. Maak drempelloze modellen in de uitvoering, zodat het voor werkgevers veel gemakkelijker wordt om zonder veel formaliteiten gebruik te kunnen maken van de (financiële) ondersteuning voor het in dienst nemen van langdurig werklozen (één loket benadering). (Invoering mogelijk in 2009)

8. Zet de voorgenomen introductie van een inkomensafhankelijke arbeidskorting door, verhoog de belastingkorting extra en zorg ervoor dat vooral de laagste inkomens hiervan het meeste profiteren. Hierdoor gaat werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer lonen. (Invoering mogelijk in 2009)

9. Zet de voorgenomen introductie van een tijdelijke loonkostensubsidie voor langdurig werklozen door, zodat werkgevers gestimuleerd worden mensen met een lage productiviteit aan te nemen. (Invoering mogelijk in 2009)
10. Verlaag de drempels voor werkgevers om langdurig werklozen aan te nemen. Introduceer een no-riskpolis waardoor tijdelijk het risico van ziekte bij het in dienst nemen van langdurig werklozen wordt weggenomen. Maak gebruik van flexibele contracten om de kosten van ontslag tijdelijk te vermijden. Hierdoor komen meer langdurig werklozen aan het werk. (Invoering mogelijk in 2009)

11. Maak CAO-afspraken over het creëren van (instap-)banen voor langdurig werklozen en werk deze afspraken uit op bedrijfsniveau. Hierdoor krijgen meer mensen een kans op de arbeidsmarkt. (Invoering mogelijk in 2009)

12. Splits eenvoudige taken af van meer complexe functies, zodat er nieuwe banen ontstaan voor laagopgeleiden. (Invoering mogelijk in 2009)

13. Laat de laagste CAO-loonschalen ook daadwerkelijk starten bij het wettelijk minimum(jeugd)loon. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om mensen met een lage productiviteit in dienst te nemen.

14. Zet de voorgenomen afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting vanaf 1-1-2009 door en zie daarbij af van voorgenomen uitzonderingen voor bepaalde groepen. Zonder toepassing van uitzonderingen zorgt de afbouw er maximaal voor dat de overstap naar werk voor niet-werkende partners financieel aantrekkelijker wordt. (Invoering mogelijk in 2009)

15. Zet de voorgenomen introductie van een inkomensafhankelijke combinatiekorting voor gezinnen met kinderen door, verhoog de belastingkorting extra en bouw deze uit naar gezinnen zonder kinderen. Hierdoor gaat werk voor alle vrouwen veel meer lonen. (Invoering mogelijk in 2009)

16. Maak de kinderopvangtoeslag afhankelijk van uitsluitend het inkomen van de meest verdienende partner in plaats van het verzamelinkomen van het hele huishouden. Ook hierdoor gaat werk voor vrouwen veel meer lonen. (Invoering mogelijk in 2009)

17. Geef via een publiciteitscampagne meer bekendheid aan de bestaande regeling ‘Dienstverlening aan huis’ die het mogelijk maakt om met weinig plichtplegingen persoonlijke dienstverlening in te kopen, zoals schoonmaken, tuinklusjes en oppas. Door de regeling meer te benutten kunnen mensen meer uren werken en hebben – vaak laagopgeleide – dienstverleners nieuwe kansen op werk. (Kan per direct)

18. Breid het aantal brede scholen veel forser uit dan voorgenomen, zodat een landelijke dekking wordt gerealiseerd en stel de scholen open van 7.00 uur tot 19.00 uur. Omdat ouders hierdoor hun kinderen met een veel geruster hart de hele dag op school of de opvang laten, wordt het voor ouders veel makkelijker en aantrekkelijker om meer uren te gaan werken. (Invoering mogelijk vanaf 2009)

19. Voer een gezinsvriendelijk beleid. Bied flexibele werktijden, flexibele roosters, telewerk (sociale innovatie) aan, bijvoorbeeld door introductie van een bedrijfstijd van 72 uur per week. Hierdoor kunnen ouders hun werk en zorg-activiteiten veel beter op elkaar afstemmen en zullen zij meer uren gaan werken. Laat de overheid het voortouw nemen bij het aanbieden van flexibele werktijden. (Invoering mogelijk in 2009)

20. Verhoog de arbeidskorting substantieel voor 60-plussers (doorwerkbonus) of introduceer een forse bonus als beloning voor langer doorwerken, uit te keren op de 65e verjaardag. Hierdoor wordt doorwerken tot 65 jaar aantrekkelijker en zullen meer ouderen aan de slag blijven in plaats van vervroegd uittreden. (Invoering mogelijk in 2009)

21. Verhoog de premievrijstelling voor sociale zekerheidspremies (WW en WIA) voor ouderen en sta de vrijstelling alleen toe als werkgevers werkloze ouderen in dienst nemen. De premievrijstelling wordt daardoor effectiever en groter. Meer oudere werklozen zullen worden aangenomen. (Invoering mogelijk in 2009)

22. Maak het mogelijk dat opgespaarde levenslooptegoeden ook ingezet kunnen worden na 65 jaar. Hiermee wordt voorkomen dat het tegoed wordt gebruikt voor vervroegde uittreding. (Invoering mogelijk in 2009)

23. Voer een leeftijds- en loopbaanbewust personeelsbeleid in, waarmee beter wordt ingespeeld op de veranderende wensen van werknemers, afhankelijk van hun levensfase, waardoor werknemers fitter en gezonder blijven en gemotiveerder om zich aan het bedrijf te binden. (Invoering mogelijk in 2009)

24. Geef invulling aan de afspraken uit de Participatietop om ontziemaatregelen, die de loonkosten van ouderen verhogen, om te zetten in maatregelen die het voor ouderen mogelijk maken langer door te werken. (Invoering mogelijk in 2009)

25. Benut de mogelijkheden voor geleidelijke afbouw van de werkduur van ouderen (deeltijdpensioen of fasegewijze arbeidsduurverkorting op basis van de Wet aanpassing arbeidsduur), zodat ouderen (in deeltijd) kunnen blijven doorwerken in plaats van dat hen een digitale keuze wordt voorgelegd: volledig doorwerken of volledig stoppen. (Invoering mogelijk in 2009)

26. Creëer een intensieve samenwerking tussen VMBO en bedrijfsleven, zodat leren in de praktijk weer terugkomt. Creëer binnen het VMBO een intersectorale leerweg en vakschoolvarianten voor tekortsectoren. Label de praktijkschool voor leerlingen met leermoeilijkheden en leeraversie positief en faciliteer praktijkonderwijs aan achterstandsleerlingen, bijvoorbeeld via een gewichtenregeling. Als leerlingen hun keuzemoment kunnen bepalen en leren wat in de praktijk nodig is, zullen zij sneller werk vinden dat aansluit bij hun wensen. (Invoering mogelijk in 2010)

27. Introduceer in-service-opleidingen nieuwe stijl door versterking van de samenwerking tussen ROC’s en bedrijfsleven (bijvoorbeeld de zorgsector) en door inzet van instructeurs vanuit het bedrijfsleven op de scholen, zodat het onderwijs beter aansluit bij de wensen vanuit de praktijk. Laat de opleiding waar mogelijk in en met de bedrijven plaatsvinden, zodat leerlingen beter weten waarvoor ze leren. (Invoering mogelijk in 2010)

28. Benut de werksituatie als uitgangspunt voor tweedekansers door middel van werkplekgebonden flexibele leervarianten. Creëer daartoe extra werkervaringsplaatsen, met name voor werklozen en maak hierover afspraken in CAO’s. Zet bij ROC’s een flexibele (modulaire) beroepsbegeleidende leerweg (BBL) op. Bevorder samenwerking tussen publieke en private aanbieders (waaronder de branche-opleidingen). Hierdoor zullen meer mensen in staat worden gesteld om al werkend te leren en zo een plek te verwerven op de arbeidsmarkt. (Invoering mogelijk in 2009)

29. Realiseer een professionaliseringsslag in de onderwijssector. Een betere beloning van leraren, een modern HRM-beleid en kwaliteitsbeleid zijn daarvan essentiële onderdelen (zie ook het advies van de Commissie Leraren). Hierdoor wordt de kwaliteit van het onderwijs verbeterd. (Invoering mogelijk vanaf 2009)

30. Versterk en professionaliseer voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en breng deze onder in brede scholen die open zijn van 07.00 uur tot 19.00 uur. Hierdoor kan voorkomen worden dat jonge kinderen blijvend achterstanden oplopen en kunnen hun ouders makkelijker arbeid en zorg combineren. (Invoering mogelijk vanaf 2010)

31. Zorg dat iedereen Nederlands leert via een leerplicht, participatieplicht of betaald werk en beleg dit met sancties ingeval mensen zich onttrekken aan deze verplichting. Omdat Nederlands spreken essentieel is voor deelnemen aan de maatschappij en de arbeidsmarkt, hebben allochtonen hierdoor meer mogelijkheden om werk te vinden. (Invoering mogelijk in 2010)

32. Verlaag de drempel voor de fiscale scholingsaftrek, zodat mensen een groter deel van hun scholingsuitgaven kunnen aftrekken. (Invoering mogelijk in 2009)

33. Introduceer bindende studieadviezen door scholen en borg dat zij meer investeren in een goede en structurele loopbaanoriëntatie en loopbaanbegeleiding van leerlingen. Hierdoor zullen minder leerlingen een studie kiezen die niet bij hen past of waarvoor de kansen op de arbeidsmarkt beperkt zijn en kan voortijdige schooluitval worden voorkomen. (Invoering mogelijk in 2010)

34. Creëer doorlopende leerlijnen van VMBO naar MBO, zodat de uitval uit het beroepsonderwijs afneemt. (Invoering mogelijk in 2010)

35. Voer centrale standaarden in voor examinering in het MBO, zodat de kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd. Hierdoor worden onvoldoende presterende scholen gestimuleerd hun niveau te verhogen en zullen alle leerlingen een vergelijkbaar diploma hebben. Dit vergroot hun kansen op de arbeidsmarkt. (Invoering mogelijk in 2010)

36. Introduceer een open bestel voor het beroepsonderwijs, met ruimte voor (publiek-)private initiatieven en bekostiging op basis van diploma’s en arbeidsmarktkansen van de opleidingen. (Invoering mogelijk in 2010)

37. Investeer in topwetenschappelijk beroepsonderwijs om de aansluiting met de technologische ontwikkelingen op wereldschaal te behouden. (Invoering mogelijk in 2010)

38. Zorg voor een intensieve samenwerking tussen loopbaancentra en de uitvoerders sociale zekerheid (LWI), zodat loopbaanadviezen en reïntegratie op elkaar aansluiten en er één loket ontstaat voor Loopbaancentra en LWI’s. Werkzoekenden komen daardoor terecht op de plekken die echt bij hen passen en die voor hen de meeste perspectieven bieden. (Invoering mogelijk in 2010)

39. Introduceer voor iedereen binnen de beroepsbevolking een digitaal e-portfolio (elektronisch overzicht van competenties, diploma’s, ervaring en EVC-certificaten). Hierdoor ontstaat meer inzicht in de eigen positie op de arbeidsmarkt en daarmee ook op baanmogelijkheden en de noodzaak van verdere training. Dit leidt tot een hogere inzetbaarheid van de beroepsbevolking en zo tot meer baankansen en een hogere productiviteit. (Invoering mogelijk in 2010)

40. Verplicht werkgevers om jongeren die bij hen werken zonder startkwalificatie (‘groenpluk’) cursussen aan te bieden, zodat zij alsnog hun startkwalificatie kunnen behalen. Hierdoor wordt de achterstand van grote groepen jongeren al vroeg weggewerkt, waardoor zij een beter loopbaanperspectief hebben. (Invoering mogelijk in 2010)

41. Neem in CAO’s het recht op tot periodieke verkenning van verworven competenties en het recht op EVC-toetsing. Introduceer op grote schaal talentverkenning en EVC-procedures en gebruik daarbij de mogelijkheden van het e-portfolio. Maak daarbij dwingende afspraken over een inspanningsverplichting voor werknemers om zich te scholen. Werknemers zullen daardoor meer investeren in hun inzetbaarheid. (Invoering mogelijk in 2009)

42. Introduceer trekkingsrechten voor werknemers op middelen uit O&O-fondsen. Werknemers krijgen hiermee de beschikking over een eigen opleidingsbudget, waarmee zij hun inzetbaarheid gedurende de loopbaan kunnen verhogen. (Invoering mogelijk in 2010)

Spoor 2
Voor de middellange termijn wenst de commissie een systeemwijziging aan te brengen rondom ontslag en werkloosheid. Er komt een werkzekerheidbudget voor iedere werknemer, waarin de werkgevers een half maandsalaris per (dienst-)jaar moeten storten. Dit gebeurt dus jaarlijks. Het geldt voor vaste werknemers en flexwerkers. Het budget is persoonsgebonden, ongeacht bij welke werkgever men werkt.
Voor ‘werkgeverswisseling’ (lees: ontslag) heeft de commissie het volgende stelsel voor ogen. Iedereen krijgt een opzegtermijn van één maand. Daarna betaalt de werkgever het salaris een half jaar door (loondoorbetaling). Dit is de zogenaamde transferperiode, waar werkgever en werknemer de tijd krijgen om gezamenlijk naar een andere baan te zoeken en/of de inzetbaarheid te vergroten. Is de werknemer dan nog niet aan het werk, dan volgt de WW-uitkering, die wordt opgesplitst in twee perioden. De eerste periode wordt gefinancierd door sociale partners, de tweede periode uit publieke middelen. De totale duur van transferperiode en WW moet volgens de commissie in ieder geval korter worden dan de huidige WW. De vraag hoeveel korter laten ze over aan politiek en sociale partners. Een werknemer kan in de transferperiode naar de kantonrechter stappen om het ontslag aan te vechten. De rechter zal in beginsel alleen toetsen of het ontslag terecht of onterecht is. Het toekennen van een ontslagvergoeding zal in het algemeen tot de uitzonderingen behoren. In het geval het ontslag onterecht is, zal de rechter voortzetting van het dienstverband opleggen.

Spoor 3
Voor de langere termijn wil de commissie de oudedagsvoorziening wijzigen. Bedoeling is dat de AOW-leeftijd op termijn met twee jaar wordt verhoogd. Vanaf 2016 wordt de AOW-leeftijd jaarlijks met een maand opgehoogd, zodat uiteindelijk in 2040 de AOW-leeftijd 67 jaar in plaats van 65 jaar is. Om te zorgen dat ook het systeem van aanvullende pensioenen doorwerken tot 67 jaar bevordert, wordt het zogenaamde Witteveenkader aangepast. De jaarlijkse opbouw wordt beperkt (eindloon: 1,75% in plaats van 2%, middelloon: 2% in plaats van 2,25%). In de ogen van de commissie kunnen werknemers twee jaar langer sparen voor hun pensioen en kunnen zij dus nog aan 70% toekomen. De ruimte die ontstaat (lagere pensioenopbouw per jaar, betekent minder pensioenpremie) kan wel worden gestort in het werkzekerheidbudget. Daarnaast stelt de commissie voor dat de AOW volledig wordt gefiscaliseerd (in plaats van de zogenaamde Bos-belasting die het kabinet in het regeerakkoord had opgenomen).

Het kabinet heeft aangekondigd vrijdag 27 juni a.s. met een reactie te komen, opdat de Tweede Kamer voor het zomerreces hierover een eerste debat kan voeren. Het totale rapport is te downloaden op www.naareentoekomstdiewerkt.nl.

Individuele inkoop ouderdomspensioen over vóór 2006 liggende dienstjaren

Meerdere pensioenfondsen bieden werknemers de mogelijkheid om het collectief pensioen aan te vullen via een individuele module. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de fiscale ruimte die een werknemer heeft. Sinds de invoering op 1 januari 2006 van de zogenaamde VPL-wetgeving (VUT, Prepensioen en Levensloop), is de aanvullende fiscale ruimte voor het ouderdomspensioen vaak nihil. De volledige ruimte wordt al gebruikt in de collectieve regeling. Wel is het nog mogelijk om de niet benutte fiscale ruimte over dienstjaren vóór 1 januari 2006 aan te vullen. Opgebouwde prepensioenaanspraken worden hierop niet in mindering gebracht.
De belastingdienst hanteert bij individuele pensioenregelingen in aanvulling op een collectieve regeling echter het standpunt waarbij het opgebouwde prepensioen vanwege dubbele pensioenopbouw wel in mindering wordt gebracht. Hierdoor bestaat geen mogelijkheid meer om het pensioen aan te vullen.

De Stichting van de Arbeid (StvdA), waarvan de MHP deel uitmaakt, acht het standpunt van de belastingdienst discutabel en ongewenst en heeft staatssecretaris De Jager van Financiën in een brief hierop aangesproken. Ouderdomspensioen en prepensioen zijn immers verschillende pensioensoorten met een eigen fiscaal regime. Verder bestaat er geen rechtvaardiging voor het maken van onderscheid tussen individuele en collectieve regelingen. Ook zouden volgens de Wet LB de tot 1 januari 2006 opgebouwde prepensioenaanspraken gerespecteerd worden.

In een reactie legt De Jager de argumenten van de StvdA naast zich neer. De dubbele pensioenopbouw bij collectieve inkoop is om uitvoeringstechnische redenen toegestaan. Bij de bepaling van de ruimte voor pensioenopbouw binnen een individuele regeling spelen deze problemen niet. Verder geldt volgens hem één fiscale ruimte voor ouderdoms- en prepensioen. Ook zou bij het argument van twee pensioensoorten met eigen fiscale regimes een niet te rechtvaardigen ongelijke behandeling ontstaan tussen regelingen met uitsluitend flexibel ouderdomspensioen en regelingen met een combinatie van prepensioen en ouderdomspensioen. Kortom, hij ziet geen aanleiding zijn eerdere standpunt te herzien.

Europees akkoord over Arbeidstijdenrichtlijn en Uitzendrichtlijn

In de Europese ministerraad van 9 juni jl. is een akkoord bereikt over de herziening van de Europese Arbeidstijdenrichtlijn en over de tekst van de Europese Uitzendrichtlijn. Beide processen lagen al enige jaren stil (de Arbeidstijdenrichtlijn sinds 2005 en de Uitzendrichtlijn sinds 2002). Een recent centraal akkoord tussen de Engelse werkgevers en werknemers over gelijke behandeling van uitzendkrachten en mensen op tijdelijke contracten met mensen met contracten voor onbepaalde tijd maakte nu ook een akkoord op Europees niveau over deze dossiers, die in de raadsbehandeling gekoppeld werden, mogelijk. Vanuit het oogpunt van de vakbeweging is het akkoord over de Uitzendrichtlijn, waar indertijd het Nederlandse voorzitterschap zich ook hard voor gemaakt heeft, welkom. Het akkoord over de herziening van de Arbeidstijdenrichtlijn daarentegen lijkt een achteruitgang in te houden ten opzichte van de bestaande tekst. Nu is het Europees Parlement aan zet om zich in tweede lezing over beide richtlijnen uit te spreken. Daarna kan de nationale wetgeving eventueel worden verruimd tot de nieuwe Europese grenzen. In Nederland is de arbeidstijdenrichtlijn korte tijd geleden al aanzienlijk verruimd – een verdere verruiming lijkt echt ongewenst.

Waar gaat het concreet om bij de herziening van de Arbeidstijdenrichtlijn ? De jurisprudentie van het Europees Hof, volgens welke inactieve oproepdiensten werktijd zijn, is ongedaan gemaakt door deze diensten uit te sluiten van het begrip werktijd. Ook is de zogenaamde individuele opt-out, waarin een werknemer op individuele basis een akkoord kan sluiten met diens werkgever, op basis waarvan er veel langer kan worden gewerkt, gehandhaafd. Wel zijn er enkele maatregelen genomen die misbruik iets moeilijker maken. In algemene zin wordt de opt-out overigens alleen in Engeland gebruikt. Ook de bescherming, die wordt gegeven door de bepalingen over rusttijd, is verzwakt, doordat er relatief eenvoudige methoden overeengekomen zijn om deze bepalingen op nationaal niveau te kunnen verruimen. En werkgevers worden wel verplicht om veranderingen in het rooster van tevoren richting hun werknemers te communiceren, maar behouden de vrijheid om verzoeken van werknemers om roosterwijzigingen naast zich neer te leggen. Het Europees Vakverbond, waarbij ook de MHP is aangesloten, spreekt van een onacceptabele achteruitgang in bescherming van werknemers, misschien met uitzondering dan van Engeland. Een achteruitgang op sociaal terrein is bovendien in tegenspraak met het Europees Verdrag, dat voorschrijft dat de EU gericht moet zijn op verbetering van de leef- en werkomstandigheden en dat eenmaal bereikte vooruitgang gehandhaafd moet blijven.

Een groot deel van de beschermende maatregelen van de richtlijn geldt helemaal niet voor middelbaar en hoger personeel. Afwijking van de richtlijn is immers al sinds het van kracht worden van de richtlijn mogelijk voor leidinggevenden en anderen met autonome beslissingsbevoegdheid. De MHP heeft via haar Europese koepel Eurocadres geprobeerd om hierin verandering te brengen. Uit een Eurocadres-onderzoek blijkt immers dat zo’n 80% van het Europees middelbaar en hoger personeel de werkdruk (soms zelfs zeer) hoog vindt. Bovendien houdt deze situatie het zogenaamde glazen plafond in stand: hoe zijn arbeid en zorg te combineren in een situatie met structureel en excessief overwerk ? Eurocadres vindt daarom dat deze afwijking alleen nog zou moeten gelden voor algemeen directeuren en eventueel voor degenen daar direct onder. De Europese Commissie heeft wel gekeken naar deze problematiek en erkent dat de afwijkingsmogelijkheid zeer ruim is en ook vaag, maar heeft desalniettemin niet tot concrete maatregelen besloten en de Raad van Ministers al helemaal niet.

Weer een nee tegen de ‘Europese grondwet’ vraagt om concrete vooruitgang op sociaal gebied

Nu ook de Ieren, na de Fransen en de Nederlanders, het Verdrag van Lissabon ofwel de vernieuwde versie van de Europese grondwet verworpen hebben, vraagt het Europees Vakverbond om toevoeging van een sociaal protocol met daarin concrete stappen voorwaarts op sociaal gebied. Gebleken is immers dat een verdrag met verbeteringen in de werking van instituties onvoldoende uitlegbaar is, zeker wanneer niet tegelijkertijd kan worden gewezen op duidelijke vooruitgang op sociaal gebied.

Enkele dagen voor het Ierse referendum werd een akkoord gesloten over de herziening van de Arbeidstijdenrichtlijn (zie elders in dit nummer) dat de vrees van veel mensen voor ernstige aantasting van verworvenheden op sociaal gebied door een versterkt Europa alleen maar zal hebben doen toenemen. Een helder sociaal protocol zou kunnen helpen om dit soort zaken in de toekomst te voorkomen.

Staatssecretaris Bussemaker kondigt bezuiniging AWBZ aan

Staatssecretaris Bussemaker van het Ministerie van VWS heeft op 13 juni jl. in een brief aan de Kamer haar toekomstvisie ten aanzien van de AWBZ bekendgemaakt. Met die brief reageert zij formeel op het SER-advies over de AWBZ, maar wil tegelijkertijd een bezuiniging van € 800 miljoen realiseren. De concrete maatregelen voor de korte termijn (tot 2010) zien er als volgt uit:
- de AWBZ-functies ondersteunende en activerende begeleiding (OB/AB) te beperken Een nieuwe functie ‘begeleiding’ dient dan alleen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid; ondersteuning bij participatie hoort thuis in andere domeinen. Ook gaat hiervoor een eigen bijdrage gelden (de SER had overheveling van OB/AB ook voor ogen, maar niet eerder dan dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voldoende robuust was gemaakt, met het oog op de rechtspositie van cliënten en gedegen uitvoering; de SER heeft juist ervoor gepleit de eigen bijdragen niet uit te breiden);
- het AWBZ-gebruik door jongeren met een licht verstandelijke handicap/psychiatrische problematiek te beperken. (Voor deze groep vraagt de SER in het advies de aandacht.) De staatssecretaris zal met minister Rouvoet van Jeugd & Gezin bezien waar jongeren met lichte verstandelijke beperkingen beter af zijn: in AWBZ of in Jeugdzorg;
- de grondslag psychosociaal uit de AWBZ verdwijnt (i.c. de dak- en thuislozenopvang; deze gaat dan naar gemeenten (hiervoor had de SER niet gepleit);
- overheveling van de kortdurende zorg naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het kabinet wil hier materieel gezien nauw aansluiten bij het betreffende voorstel in het SER-advies en wil beginnen met de overheveling van de reactiveringszorg per 2010 (d.w.z. de zorg die vaak volgt op ziekenhuisopname). Bij deze overheveling naar de Zvw zal het kabinet “goed kijken naar de gevolgen voor het systeem van ex ante risicoverevening en naar de lasten voor werkgevers en werknemers”.

Dat de staatssecretaris de AWBZ niet wil opheffen, zoals eerder door andere adviesorganen dan de SER bepleit, is volgens de MHP positief. Het advies van de SER is een belangrijke bouwsteen geweest voor de brief van de staatssecretaris. Net als de SER wil zij de noodzakelijke veranderingen in de AWBZ geleidelijk doorvoeren. De MHP constateert echter dat ze met de maatregelen voor de korte termijn, resulterend in een bezuiniging, verder gaat dan de SER heeft geadviseerd. Introductie van eigen bijdragen voor begeleiding, overheveling van zaken naar de Wmo, voordat de Wmo goed functioneert, het beperken van de AWBZ-aanspraken voor jongeren met een licht verstandelijke handicap en het schrappen van de psychosociale grondslag staan wat de MHP betreft haaks op het SER-advies, waaraan de MHP heeft meegewerkt. Met haar brief en bezuinigingsmaatregelen voor de korte termijn doorkruist de staatssecretaris toch het zorgvuldig afgewogen advies van de SER en wordt afstand genomen van de harde voorwaarden die de SER aan zijn advies had verbonden.

Bescherming van klokkenluiders in het algemeen belang

Om aandacht te vragen voor klokkenluiders hebben FNV, CNV en MHP op 11 juni jl. een brief gezonden aan minister-president Balkenende. De drie vakcentrales menen dat de overheid als werkgever het goede voorbeeld moet geven. Daarom hebben de drie vakcentrales in een brief met betrekking tot drie specifieke situaties hem hierop aangesproken.

Graag moedigen FNV, CNV en MHP potentiële klokkenluiders aan om misstanden in het algemeen belang te melden. Daarbij speelt echter op het probleem, waarop de StvdA al eerder de aandacht vestigde: de bereidheid om misstanden te melden ondervindt ernstige hinder van de beeldvorming die is ontstaan als gevolg van de wijze waarop de politiek omgaat met bekende klokkenluiders. Die beeldvorming houdt in dat personen, die in het belang van de maatschappij misstanden melden en daarbij hun eigen belang ondergeschikt maken aan dat maatschappelijk belang, vervolgens door de maatschappij aan hun lot worden overgelaten of nog erger. Als voorbeeld kan de situatie waarin de klokkenluiders Ad Bos en Fred Spijkers verkeren, worden genoemd, maar ook de klokkenluider bij Justitie, die naar het oordeel van de rechter werd tegengewerkt in plaats van geholpen. Zoals de StvdA opmerkte: klokkenluiders moeten weten en er op kunnen vertrouwen dat zij uiteindelijk ook op bescherming van overheidszijde kunnen rekenen

Als burger zijn ambtenaren en werknemers mede verantwoordelijk voor het beschermen van de publieke zaak. Als zich binnen organisaties misstanden voordoen die schadelijk zijn voor het algemeen belang, dan is het belangrijk dat die tijdig worden gesignaleerd en aangepakt. De individuele verantwoordelijkheid van elke burger wordt in het maatschappelijk debat over normen en waarden terecht benadrukt.

Potentiële klokkenluiders zullen hun handelwijze mede laten afhangen van de mate waarin en de wijze waarop alsnog recht wordt gedaan aan de bekende voorbeelden, zoals Ad Bos en Fred Spijkers.

FNV, CNV en MHP hebben daarom een klemmend beroep op de minister-president gedaan om de genoemde bekende klokkenluiders zo spoedig mogelijk in een positie te brengen, die van die maatschappelijke waardering blijkt geeft en die anderen het vertrouwen geeft dat zij uiteindelijk ook op bescherming van overheidszijde kunnen rekenen.

Laatste nieuws

Tijdelijk personeel

29 juni 2022

Wijzigingen arbeidsrecht en sociale zekerheid

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

29 juni 2022

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

Belastingen en premies per 1 juli 2022

28 juni 2022

Belastingen en premies per 1 juli 2022

Meer nieuws
Naar boven