Menu

Inhoud:
Stand van zaken onderhandelingen rondom mogelijk Pensioenakkoord
Kortere verjaringstermijn vakantiedagen
Partijen uiten gezamenlijk hun zorgen over Wet Werken naar vermogen
Event ‘Werk en mantelzorg in uitvoering’ 26 mei jl.
MHP bij Vaste Tweede Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
ETUC-congres
MHP op werkbezoek bij pensioenuitvoerders
MHP-bureau 2 en 3 juni gesloten

Stand van zaken onderhandelingen rondom mogelijk Pensioenakkoord

Door verschillende beren op de weg is de afgelopen maanden weinig vooruitgang geboekt bij de nadere uitwerking van het Pensioenakkoord van vorig jaar. De interpretatie van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) van het conceptadvies van de landsadvocaat en de discussie binnen de FNV zijn daarvan de belangrijkste geweest. Ondertussen is het kabinet voortgegaan met de uitwerking van het Regeerakkoord. Hieronder wordt een korte toelichting gegeven op de stand van zaken in de onderhandelingen, zowel qua proces als wat betreft de inhoud.

Proces
Via de media hebben wij kunnen vernemen hoe FNV-Bondgenoten een aparte positie heeft ingenomen in de discussie binnen de FNV. Daarbij stonden twee aspecten uit het uitwerkingsmemorandum centraal: de mate waarin werkgevers hun verantwoordelijkheid blijven nemen voor de risico’s op de financiële markten en de combinatie van (wettelijke) zekerheid en indexatieambitie (koopkrachtbehoud van pensioen). Op het eerste punt vindt FNV-Bondgenoten in ieder geval de MHP aan haar zijde, omdat we ons als MHP hierover vorig jaar al druk hebben gemaakt, maar hiervoor toen weinig gehoor kregen binnen de Stichting van de Arbeid (StvdA). Het tweede discussiepunt raakt de kern van het nieuwe pensioencontract, maar daarover hieronder meer. FNV-Bondgenoten heeft, naar wij hebben vernomen, binnen de FNV niet één, maar meerdere modellen gepresenteerd voor verschillende combinaties van zekerheid en indexatie. Inmiddels heeft de FNV groen licht gekregen om door te onderhandelen.

Het kabinet, en vooral de ministers van SZW en Financiën, zijn intussen full swing verdergegaan met de uitwerking van het Regeerakkoord, zolang er nog geen Pensioenakkoord is. Inmiddels koerst minister Kamp in de procedure met de Tweede Kamer erop aan om nog voor het zomerreces het ‘Wetsvoorstel verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar’ afgerond te hebben. Dit omdat het kabinet zekerheid wil hebben bij het opstellen van de Miljoenennotastukken in de maand juli. In de Tweede Kamer tekent zich mogelijk een meerderheid af voor de voorstellen van het kabinet. Het wetsvoorstel voorziet niet in een hogere AOW-indexering aan verdiende lonen, betekent een forse verlaging van de opbouwpercentages in de aanvullende pensioenen en bevat geen beleid om oudere werknemers in staat te stellen langer door te werken.

Werkgevers hebben duidelijk aangegeven, dat ze niet bereid zijn de uitgangspunten van het Pensioenakkoord van vorig jaar los te laten. Met de vele modellen die inmiddels naar buiten zijn gekomen, waarbij zekerheid weer in de wet werd opgenomen of als centrale aanbeveling door de StvdA werd afgegeven, willen ze niet in meegaan. Met andere woorden: werkgevers zitten nog steeds op de lijn van het uitwerkingsmemorandum van 30 maart jl., dat via de media was uitgelekt (het was een tussentekst, die binnen de StvdA besproken werd). Wel willen werkgevers er graag uitkomen met de vakbeweging en zijn daarom ‘bereid’ om nog naar de teksten te kijken over de risicodeling (zie hieronder meer). Maar ze zullen niet veel concessies willen doen. De vele discussies rondom Bondgenoten heeft bovendien ervoor gezorgd dat de ruimte bij werkgevers beperkter is geworden en zij ook nauw in de gaten worden gehouden door de achterban, zeker op het punt van de risicodeling (d.w.z. gedeelde verantwoordelijkheid als zich financiële schokken voordoen).

Inhoud
Afgelopen weken is er veel informeel overleg geweest. Daarbij is met werkgevers vooral gesproken over de verantwoordelijkheidsverdeling van financiële risico’s en met SZW over de AOW. Hierover zijn dus nog steeds geen definitieve afspraken gemaakt tussen de onderhandelaars en de verwachting is dat dit pas op het allerlaatste moment zal gebeuren. Komende week lijken de formele onderhandelingen weer op gang te komen. Bij het overleg met werkgevers en met ambtelijk SZW is de MHP direct betrokken. Het overleg met de minister is voorbehouden aan de voorzitters van de StvdA (namens de werkgeversorganisaties Bernard Wientjes en namens de werknemersorganisaties Agnes Jongerius). Gelet op de termijnen die het kabinet ons geeft, zou een eventueel onderhandelaarsakkoord binnen de StvdA ongeveer medio juni moeten worden afgerond.

Het memorandum van 30 maart jl. gaat er vanuit dat de wettelijke zekerheidsmaat van 97,5% wordt losgelaten en dat de zekerheid in de pensioenregelingen zelf geregeld wordt. Hierdoor kan voorkomen worden dat we met allerlei extra buffereisen worden opgezadeld en komen we weg onder de Europese druk om nog hogere zekerheidsgaranties af te geven. Afhankelijk van de leeftijdsopbouw van het deelnemersbestand, kunnen decentrale partijen kiezen voor een bepaalde combinatie van zekerheid en indexatieambitie, waaruit weer een bepaalde beleggingsmix volgt. Dit systeem noemen we ook wel Financieel Toetsingskader 2 (FTK2).
De discussie binnen de FNV in de afgelopen periode ging vooral over de vraag of de wettelijke zekerheidsmaat in de wetgeving wel moet worden losgelaten. Er zou bijvoorbeeld ook gewerkt kunnen worden met een iets lagere, maar wel wettelijke zekerheidsmaat van bijvoorbeeld 90%. Daarbij speelt ook de discussie dat de mate van wettelijke zekerheid gekoppeld moet worden aan het nominale pensioen (‘gegarandeerd nominaal pensioen’) en de indexatie van pensioen voorwaardelijk wordt gegeven. Hiermee blijft het zeer dicht tegen het huidige systeem van het financieel toetsingskader aanliggen.
Tot nog toe heeft de MHP gepleit voor een ‘reëel pensioencontract’, om tegelijkertijd met het inruilen van de wettelijke zekerheidsmaat (de mate van zekerheid moet in de pensioenregeling zelf worden geregeld), deelnemers meer perspectief te bieden op indexatie (koopkrachtbehoud van het pensioen). Hierdoor wordt voorkomen dat we allerlei aanvullende buffereisen van buitenaf opgelegd krijgen. Het is binnen het FTK2 nog steeds mogelijk om voor een lagere indexatieambitie te kiezen en daarmee dichter bij een ‘nominaal’ pensioencontract uit te komen. De kans op indexeren is echter wel hoger dan onder het huidige FTK, omdat de van buitenaf opgelegde extra buffereisen ontbreken. Hogere buffereisen bij eenzelfde kostendekkende premie betekent een lagere pensioenopbouw. Bij een pensioenregeling binnen het FTK2 kan overigens wel gekozen worden voor buffers (‘egalisatiereserve’) om in slechter economische tijden financiële schokken beter te kunnen opvangen.

Ook is het mogelijk om binnen de nieuwe pensioenregeling te blijven werken met indexatiestaffels (dekkingsgraad in relatie tot de mate van indexeren), zoals nu ook al het geval is. De dekkingsgraad is echter meer stabiel, omdat gewerkt wordt met een stabielere discontovoet, die niet meer afhankelijk is van de dagelijks variërende marktrente. Dit is alleen mogelijk, indien er voor een wettelijk voorwaardelijk systeem wordt gekozen.
Vorig jaar was een stabiele premie for better en for worse afgesproken. De premies zouden dus niet meer verhoogd worden. De keerzijde is dus ook het geval: op het moment dat de premie boven lastendekkend niveau zou uitkomen, zou de premie niet verlaagd worden. Dit heeft binnen de MHP toen tot twee discussies geleid: de startpositie (als de uitgangspositie slecht is, zou de werkgever een ‘bruidschat’ moeten meegeven) en de discussie dat als een fonds toch door zijn hoeven zakt, de werkgever ook zou moeten blijven bijdragen om het fonds weer op orde te krijgen. Op het laatste punt reageren werkgevers, zoals verwacht, dat er dan ook bij hogere dekkingssaldi een premieholiday mogelijk moet zijn. Zij houden daarom vast aan de stabiele premie.
Op het punt van de bruidschat is de MHP van mening dat in ieder geval decentrale partijen in staat zouden moeten worden gesteld om hierover nadere afspraken te maken bij de overgang van het oude naar het nieuwe contract.

Over het percentage voor het later of eerder laten ingaan van de AOW-uitkering lijkt overeenstemming te zijn met het Ministerie van SZW. In beide gevallen wordt een levenslange ophoging of verlaging van de AOW-uitkering van 6,5% gehanteerd, conform hetgeen de StvdA eerder had bepleit. SZW zat aanvankelijk op verschillende percentages.
Discussie is er nog steeds over de koppeling aan de verdiende lonen. Zoals bekend, wil minister Kamp deze (extra) verhoging ten opzichte van de gemiddelde contractloonstijging vastleggen via een vast percentage. Uitgangspunt voor SZW is daarbij een percentage van een 0,5% tot 2030. Los van de vraag of dit percentage al dan niet hoger moet worden, gaat de discussie met SZW en Financiën vooral over de financiering van deze ophoging. In het Pensioenakkoord van vorig jaar, is al aangegeven, dat hier de tegemoetkoming en de ouderenkorting voor kunnen worden ingezet. De tegemoetkoming (binnenkort de zogenaamde ‘mkob’ genoemd) is een vast bedrag dat elke AOW-gerechtigde ontvangt bovenop de AOW-uitkering (momenteel 33 euro bruto per maand). Deze tegemoetkoming dateert nog uit de periode dat het nieuwe ziektekostenstelsel werd geïntroduceerd en wordt in de loop der tijd afgebouwd. Er bestaan twee ouderenkortingen: de ‘algemene ouderenkorting’ en de ‘aanvullende alleenstaande ouderenkorting’. De eerste geldt alleen voor AOW-gerechtigden met een huishoudinkomen tot maximaal € 34.857 bruto en bedraagt € 739 per jaar. De tweede geldt voor alle alleenstaande AOW-gerechtigden (en is dus inkomensonafhankelijk) en bedraagt € 421 per jaar. Met het oog op de vergrijzing wil de overheid beide heffingskortingen verlagen, omdat er een steeds groter budgettair beslag mee gemoeid is. Als de algemene ouderenkorting wordt ingezet als gedeeltelijke financiering, zou dit overigens betekenen dat dit vooral de lagere inkomens treft. Over de financiering en de vraag of het volledig gefinancierd moet worden uit besparingen op andere posten, is nog volop discussie met SZW. Overigens zouden vooral de generaties die met een verhoogde pensioenleeftijd te maken krijgen (vanaf 2020) per saldo baat hebben bij een hogere AOW-indexatie, omdat zij vanwege de voorgenomen afbouw van de tegemoetkoming en ouderenkorting, hiervoor waarschijnlijk toch al niet meer (geheel) in aanmerking zouden komen.

Als er nieuwe ontwikkelingen zijn rondom de onderhandelingen over het Pensioenakkoord, verwijzen we u naar onze website: www.vakcentralemhp.nl.

 

Kortere verjaringstermijn vakantiedagen

Werknemers moeten vanaf 1 januari 2012 hun wettelijke vakantiedagen binnen zes maanden na het opbouwjaar opnemen. Daarna vervallen deze dagen. Momenteel kunnen vakantiedagen nog vijf jaar worden opgespaard. Door de nieuwe maatregel zal de flexibiliteit van vakantieopname volgens de MHP aanzienlijk worden beperkt. Dit heeft nadelige gevolgen voor werknemers, die extra dagen willen opsparen voor bijvoorbeeld mantelzorg, een sabbatical of studieverlof.
Ondanks de vele argumenten die zijn ingebracht tegen het voorstel van minister Kamp van SZW, is de Eerste Kamer op 24 mei jl. toch akkoord gegaan met de verslechtering in de vakantierechten van werknemers. Al eerder heeft de MHP hierover brieven aan de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. “Onder het mom van het voorkomen van veiligheids- en gezondheidsproblemen door regelmatiger vakantie op te nemen, heeft het kabinet zich laten inpakken door werkgevers, die steeds roepen dat een stuwmeer aan verlofdagen een probleem is”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket. In 2002 werd nota bene de verjaringstermijn juist verruimd van twee naar vijf jaar om werknemers tegemoet te komen, die behoefte hadden aan meer flexibiliteit.

De termijn van zes maanden geldt in beginsel niet voor mensen, die bijvoorbeeld door ziekte niet in staat zijn geweest om vakantiedagen op te nemen. Werknemers die na ziekte (gedeeltelijk) re-integreren, moeten hun dagen echter wel binnen de gestelde termijn opnemen. Voor werknemers die ‘redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om vakantie op te nemen’, geldt de vervaltermijn ook niet, maar dit zal over het algemeen moeilijk aan te tonen zijn.

De enige mogelijkheid om een ruimere vervaltermijn te creëren is om hierover individuele of cao-afspraken te maken. Echter, gelet op de uitlatingen van bijvoorbeeld VNO-NCW en MKB-Nederland, zullen werkgevers niet geneigd zijn hieraan mee te werken. Overigens vallen bovenwettelijke vakantie- en verlofdagen niet onder de verjaringstermijn van een half jaar.
Naast de kortere vervaltermijn voor vakantiedagen zal ook de vakantieopbouw van langdurig zieke werknemers wijzigen. Tot nog toe bouwden deze werknemers maximaal over zes maanden wettelijke vakantiedagen op. Vanaf 1 januari 2012 zullen over de gehele ziekteperiode vrije dagen worden opgebouwd, waardoor langdurig zieke werknemers recht krijgen op hetzelfde aantal vakantiedagen als gezonde werknemers. Het kabinet was hiertoe gedwongen door een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

 

Partijen uiten gezamenlijk hun zorgen over Wet Werken naar vermogen

Met het oog op een algemeen overleg in de Tweede Kamer op 25 mei jl. hebben tal van cliëntenorganisaties, zorgorganisaties en vakbeweging, waaronder de MHP, hun zorgen geuit over de zogenaamde Wet Werken naar vermogen. Door deze wet in voorbereiding gaan gedeeltelijk arbeidsgeschikte Wajongeren over naar de bijstand, die door de gemeenten wordt uitgevoerd. Partijen benadrukken nog eens dat de voorstellen er niet in voorzien hoe Wajongeren beter aan het werk kunnen worden geholpen. Er worden grote vraagtekens geplaatst bij de bezuinigingen en de uitvoerbaarheid van de voorstellen. Als Wajongeren niet beter aan het werk kunnen worden geholpen, zullen zij uiteindelijk opdraaien voor de bezuinigingen.De brief is te downloaden via www.vakcentralemhp.nl.

Event ‘Werk en mantelzorg in uitvoering’ 26 mei jl

Mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid is onmisbaar om in de toekomst de participatiegraad op de arbeidsmarkt te waarborgen. Met de toenemende vergrijzing en vraag naar zorg wordt de rol van mantelzorgers steeds belangrijker. Dit mag echter niet ten koste van hun inzet op de arbeidsmarkt gaan. Daarom zal de MHP zich blijven inspannen om te zorgen dat er betere afspraken komen om de combinatie van werk en mantelzorg mogelijk te maken, aldus MHP-voorzitter Richard Steenborg tijdens het event ‘Werk en mantelzorg in uitvoering’.

Het event vond op 26 mei jl. plaats bij de Sociaal Economische Raad (SER) in Den Haag en werd door vele vertegenwoordigers van werkgevers, vakbonden, ondernemersraden en mantelzorgers bezocht. Dit initiatief van de vakcentrale MHP, samen met FNV, CNV, Versa Welzijn uit Hilversum en Werk&Mantelzorg, was een vervolg op het mantelzorgconvenant dat de vakcentrales een jaar geleden hebben ondertekend. In het convenant heeft de MHP zich onder meer gecommitteerd aan het agenderen van de combinatie van werk en mantelzorg. Dit heeft in het afgelopen jaar onder andere geleid tot het opnemen van afspraken over mantelzorg in verschillende cao’s, waaronder die van Unilever, Océ, Rabobank, Slagersbedrijf, BIK Bouwproducten, Movaris, Prorail, gemeenten en waterschappen.

De MHP kijkt met een positief gevoel terug op de bijeenkomst. Er hing een ontspannen, constructieve sfeer en de deelnemers aan de bijeenkomst hebben volop ervaringen en ideeën kunnen uitwisselen. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat er relatief veel mensen aanwezig waren, die afkomstig zijn uit de sectoren zorg en welzijn, en relatief weinig uit de marktsector. In de sectoren zorg en welzijn zal het bewustzijn over de noodzaak om afspraken te maken over de combinatie van werken en mantelzorg in het algemeen wat groter zijn. De MHP ziet het dan ook als een uitdaging om ook in de marktsector meer aandacht te krijgen voor de (knelpunten rond de) combinatie van werk en mantelzorg.

 

 

MHP bij Vaste Tweede Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Op 25 mei jl. hebben sociale partners samen met SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan het SER-advies ‘Tijden van de samenleving’ gepresenteerd aan  de Vaste Tweede Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De MHP werd vertegenwoordigd door beleidsmedewerker Hanneke de Geus, die ook meegeholpen had het advies in de SER voor te bereiden.

Het SER-advies geeft aan wat het bedrijfsleven, de overheden en de maatschappelijke dienstverlening (met een ondersteunende rol van de overheid) kunnen doen om de tijdknelpunten van werkenden weg te nemen. De Kamerleden waren vooral geïnteresseerd in de rol, die de overheid hierbij kan vervullen. De aanwezigen hebben hierop geantwoord dat de SER drie rollen voor de overheid weggelegd ziet: stimuleren en faciliteren, coördineren van tijdbeleid en het wegnemen van belemmeringen in de regelgeving.

Op de website van de SER staat een uitgebreider verslag en een foto-impressie van de bijeenkomst. Wij verwijzen u naar de website via onderstaande link: http://www.ser.nl/nl/actueel/persberichten/2010-2019/2011/20110525.aspx.

                          

ETUC-congres

Van 16 t/m 19 mei jl. vond het twaalfde congres plaats van de European Trade Union Confederation (ETUC). De MHP was daar met een kleine delegatie aanwezig. Het thema van het congres was: Mobilising For Social Europe. Diverse sprekers waaronder oud Eurocommissaris Mario Monti, wierpen hun licht op de uitdagingen, waarvoor werknemers en hun vertegenwoordigers staan in het huidige en toekomstige Europa.

Tijdens dit congres werd teruggeblikt op de afgelopen vier jaar beleidsactiviteiten van de ETUC en werd het actieplan voor de komende vier jaar vastgesteld. Belangrijke punten die centraal stonden in het beleid van de afgelopen jaren, waren de lobby en acties tegen de zware overheidsbezuinigingen ten gevolgen van de financiële crisis en de actuele ontwikkelingen rondom economic governance. Maar bijvoorbeeld ook de versterking van de rol van de Europese Ondernemingsraden was een belangrijk thema.
Voor de komende periode zullen deze onderwerpen hoog op de agenda blijven. Andere thema’s die in de komende periode de aandacht van de ETUC zullen hebben, zijn: meer en kwalitatief betere werkgelegenheid, een gecoördineerde aanpak van de jeugdwerkloosheid, verbetering van de arbeidsomstandigheden, maatschappelijk verantwoord ondernemen, low-carbon economy, bescherming van migrerende werknemer, eisen stellen voor het recht tot stakingen inzake transnationale aangelegenheden etc.
Op het congres namen John Monks (General Secretary) en Wanja Lundby-Wedin (voorzitter) afscheid en maakten plaats voor Bernadette Segol (nieuwe General Secretary) en Ignacio Fernandez Toxo (nieuwe voorzitter).

Tijdens het congres is tevens een resolutie aangenomen, die een oproep doet aan de ECOFIN-ministers, eveneens in Athene bijeen, om de Grieken meer tijd te gunnen om de leningen af te lossen. De resolutie verklaart zich solidair met de werknemers in Griekenland, die niet de rekening gepresenteerd moeten krijgen van zware overheidsbezuinigingen. De focus zou erop moeten liggen om Griekenland een eerlijke kans te geven er weer bovenop te komen en de economie weer op gang te brengen. Er wordt ook opgeroepen om onmiddellijk te stoppen met de privatiseringsslag, die Griekenland wordt opgedragen.

Eén belangrijk onderwerp stond helaas niet op de agenda: de afname van het aantal leden bij de Europese vakbonden. Dit thema werd slechts kort behandeld in het laatste discussiepanel, maar ontbrak in het actieplan. De MHP zal zich ervoor sterk maken dit onderwerp nadrukkelijk geagendeerd te krijgen voor de volgende bijeenkomst van de Europese vakbonden.

Meer informatie over het congres is te vinden op MHP op werkbezoek bij pensioenuitvoerders

Op 31 mei jl. is een afvaardiging van de bij de MHP aangesloten organisaties op werkbezoek geweest bij twee uitvoeringsorganisaties van pensioenfondsen om een blik achter de schermen te krijgen. De eerste uitvoeringsorganisatie betreft Progress van het pensioenfonds van Unilever en vervolgens Mn Services (een grote uitvoeringsorganisatie van meerdere ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen, waaronder PME en PMT).

De bijeenkomst gaf inzicht in de verschillende facetten, waarmee een uitvoeringsorganisatie allemaal te maken krijgt. Tijdens de bijeenkomst is gesproken over de pensioencommunicatie naar deelnemers, governance, de pensioenadministratie, het vermogensbeheer en de consequenties in de uitvoering van een mogelijk nieuw pensioencontract. Verder is de organisatie van beide kort toegelicht. De deelnemers kijken terug op een geslaagde dag.

 

MHP-bureau 2 en 3 juni gesloten

In verband met Hemelvaartdag en een collectieve roostervrije dag, is het MHP-bureau op donderdag 2 en vrijdag 3 juni a.s. gesloten. MHP-voorzitter Richard Steenborg en bestuurslid Eddy Haket zijn voor dringende zaken op hun mobiele nummer of per e-mail bereikbaar.

 

 

Laatste nieuws

Belastingen en premies per 1 juli 2022

28 juni 2022

Belastingen en premies per 1 juli 2022

pensioen

27 juni 2022

8e Pensioennieuwsbrief VCP: nieuwe wetgeving en appreciatie doelen

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

23 juni 2022

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

Meer nieuws
Naar boven