Menu

Inhoud:
MHP over Pensioenakkoord: Stop eigen pensioenplannen kabinet
Meest gestelde vragen Pensioenakkoord
  1. Wat is de betekenis van het Pensioenakkoord ?
  2. Waarom gaat de pensioenleeftijd omhoog ?
  3. Is het waar dat de pensioenuitkering afhankelijk wordt van beleggingsresultaten ?p
  4. Is het pensioen tot nog toe wel gegarandeerd ?
  5. Waarom een ander pensioencontract ?
  6. Wat gebeurt er tot 2012 met de opgebouwde pensioenrechten ?
  7. Mag je eerder of later met pensioen ?
  8. Waarom heeft ook de overheid besloten de AOW-leeftijd te verhogen ?
  9. Wat betekent het akkoord voor mijn AOW-uitkering: blijft deze op niveau ?
  10. Kunnen mensen wel langer doorwerken ?

MHP over Pensioenakkoord: Stop eigen pensioenplannen kabinet

“Winstpunt van het Pensioenakkoord is dat politiek Den Haag het niet zomaar in de la kan opbergen. Anderzijds kan het kabinet nu stoppen met zijn onheilspellende plannen en rigoureuze ingrepen betreffende AOW en aanvullende pensioenen. Werknemers en werkgevers weten met dit Pensioenakkoord daardoor een groter onheil van ons af te houden, te weten de kabinetsplannen vanuit het regeerakkoord”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket over het Pensioenakkoord tussen werknemers en werkgevers in de Stichting van de Arbeid.

Haket doelt met het onheil op: het wèl verhogen van de AOW-leeftijd, maar zonder de AOW te koppelen aan de verdiende loonontwikkeling en zonder een flankerend ouderen- en arbeidsmarktbeleid om langer doorwerken mogelijk te maken. Ook de forse beperking van de mogelijkheden om aanvullend pensioen op te bouwen is één van de onderdelen van een wetsvoorstel van het kabinet, dat al in de Tweede Kamer ligt.

“Dit pensioenakkoord zorgt ervoor, dat het internationaal alom geprezen Nederlandse pensioenstelsel ook in de toekomst kan worden behouden. Evenzeer is van belang dat wij afspraken hebben gemaakt om werknemers in staat te stellen nog op latere leeftijd te kunnen blijven doorwerken”, aldus Haket.

Er zitten volgens Haket naast goede afspraken ook minder gelukkige punten in het akkoord, zoals het feit dat er geen harde afspraken in staan over een bruidschat van werkgevers, als de positie van een pensioenfonds bij de overgang naar de nieuwe regeling niet al te rooskleurig is. Dat wordt nu overgelaten aan decentrale partijen. Ook zullen werkgevers en vakbonden bij onvoorziene omstandigheden nadere afspraken moeten maken over aanpassingen in het pensioen en de daarbij behorende premie. “Als MHP hadden we hierover liever harde afspraken gemaakt op centraal niveau”, aldus Haket.

Volgens Haket heeft het zo lang geduurd, omdat er grote belangen op het spel staan. De pensioenpot van € 800 miljard en hoge werkloosheid onder oudere werknemers vergen volgens de MHP zorgvuldige afspraken. “Zowel juridische aspecten als beleidsmatige discussies bij alle betrokken partijen hebben ertoe geleid dat de uitwerking van het akkoord langer heeft geduurd, dan we vorig jaar nog veronderstelden. Maar het gaat om het resultaat, waarbij het onder andere gelukt is voor de MHP-achterban zeker te stellen dat er geen inkomenspolitiek bedreven zal worden via de aanvullende pensioenen en AOW.

De MHP-bonden zullen nu hun leden raadplegen en volgens verwachting begin juli daarmee klaar zijn. De MHP heeft van meet af aan “ja, mits” als standpunt gehuldigd en zal het onderhandelingsresultaat nu aan de achterban voorleggen. Alle partijen zien de noodzaak van dit akkoord in omdat niet alleen ons huidige pensioenstelsel door onder andere de versnelde stijging van de levensverwachting onder druk staat, maar ook omdat wij oudere werknemers in de toekomst hard nodig hebben om al te grote tekorten op de arbeidsmarkt te voorkomen.

 

Meest gestelde vragen Pensioenakkoord

Vragen:
 1. Wat is de betekenis van het Pensioenakkoord ?
 2. Waarom gaat de pensioenleeftijd omhoog ?
 3. Is het waar dat de pensioenuitkering afhankelijk wordt van beleggingsresultaten ?
 4. Is het pensioen tot nog toe wel gegarandeerd ?
 5. Waarom een ander pensioencontract ?
 6. Wat gebeurt er tot 2012 met de opgebouwde pensioenrechten ?
 7. Mag je eerder of later met pensioen ?
 8. Waarom heeft ook de overheid besloten de AOW-leeftijd te verhogen ?
 9. Wat betekent het akkoord voor mijn AOW-uitkering: blijft deze op niveau ?
10. Kunnen mensen wel langer doorwerken ?

 

1. Wat is de betekenis van het Pensioenakkoord ?

Nederland heeft een goed pensioenstelsel; het beste ter wereld wordt internationaal gezegd. En dat willen wij graag zo houden. Ons stelsel biedt veel zekerheid, maar er zijn ook risico’s. De gevolgen van de recente financiële crisis maakten dit voor iedereen duidelijk. Het pensioenakkoord zorgt ervoor dat het stelsel beter omgaat met schokken op de financiële markten en met het feit, dat we gemiddeld steeds ouder worden. Hier hield het oude stelsel te weinig rekening mee. We worden in Nederland sneller dan verwacht, steeds ouder en dus gaan we langer met pensioen (en AOW). We willen onze pensioenen voor jong en oud ook voor de toekomst in stand houden. We moeten dan wel langer doorwerken, omdat we tegelijkertijd langer leven.

 

2. Waarom gaat de pensioenleeftijd omhoog ?

Het blijkt dat we steeds langer leven en dat de levensverwachting vanaf 65 jaar blijft stijgen. Hierdoor hebben we, toen we premie betaalden voor het pensioen, eigenlijk te weinig geld ingelegd in de pensioenpot. Dit kon lange tijd worden opgevangen door de pensioenpremies te verhogen en hogere rendementen te behalen op het pensioenvermogen.
De voorspellingen over de toekomstige levensverwachting blijken achteraf gezien te laag te zijn geweest. De stijging van de levensverwachting zet nog door. We hebben dus te maken met een deels onbetaalde rekening vanuit het verleden. Om de effecten van oplopende levensverwachting in de toekomst te voorkomen is er nu voor gekozen om de stijgende levensverwachting te neutraliseren in de premie. Dat wil zeggen dat de premie niet verder stijgt, maar de gemiddelde rekenleeftijd, waarmee iemand met pensioen kan gaan, wordt verhoogd volgens de verdere stijging van de levensverwachting. Daarmee voorkomen we dat de hoogte van de pensioenuitkering lager wordt.

3. Is het waar dat de pensioenuitkering afhankelijk wordt van beleggingsresultaten ?

Het is juist dat de hoogte van het pensioen zal afhangen van de vraag of pensioenfondsen voldoende in kas hebben om aan de verplichtingen te voldoen. Dit noemen we een ‘voorwaardelijke pensioentoezegging’. De pensioenfondsen zullen echter proberen de pensioenuitkering zoveel mogelijk gelijk te houden met een compensatie voor gestegen prijzen (waardevast pensioen) of voor gestegen lonen (welvaartsvast pensioen). In betere tijden zullen ze extra vermogen opbouwen om in slechtere tijden toch de pensioenen op het gewenste niveau te kunnen uitkeren. Er is in het Pensioenakkoord dan ook afgesproken om de pensioenpremies in beginsel niet te verlagen als de beleggingsopbrengsten meevallen. Zouden de pensioenpremies in dat geval namelijk wel worden verlaagd, dan worden er minder reserves (buffers) opgebouwd en zullen de pensioenfondsen in economisch slechtere tijden eerder in de problemen komen en gedwongen worden te korten op de opgebouwde pensioenen.

 

4. Is het pensioen tot nog toe wel gegarandeerd ?

Tot nog toe is de pensioentoezegging normaal gesproken gegarandeerd voor een vast bedrag dat men heeft opgebouwd. Wij noemen dit ‘nominale rechten’. De compensatie voor prijsstijgingen (jaarlijkse indexering) is voorwaardelijk, dus niet gegarandeerd. Deze is altijd gefinancierd uit hogere beleggingsopbrengsten en hogere premies. Vooral de beleggingsopbrengsten stonden de afgelopen jaren onder druk, waardoor pensioenfondsen niet mochten indexeren. Als het vermogen van pensioenfondsen niet meer de nominale verplichtingen in de toekomst kan garanderen, moeten de pensioenfondsen volgens de huidige wetgeving korten op de pensioenuitkeringen (‘afstempelen’). Dat is bij een paar pensioenfondsen gebeurd. De pensioenen zijn dus ook nu niet honderd procent gegarandeerd. Dat is in ieder geval zo bij het waardevast houden van de pensioenen. Als de pensioenen bijvoorbeeld twintig jaar niet worden geïndexeerd (dat wil zeggen dat pensioenen verhoogd worden om de inflatie bij te kunnen houden), halveert de koopkracht van de pensioenen en de pensioenopbouw. Zonder indexatie daalt het pensioen in waarde, omdat het levensonderhoud van mensen door inflatie duurder wordt.
Om deze reden pleit de MHP dan ook voor een zogenaamd ‘reëel pensioen’, dat transparant is voor de deelnemer in termen van koopkracht en geldontwaarding.

 

5. Waarom een ander pensioencontract ?

Zoals alle financiële instellingen na de financiële crisis genoodzaakt zijn om meer reserves aan te houden, worden ook pensioenfondsen hiertoe gedwongen, als zij harde (onvoorwaardelijke) toezeggingen willen nakomen. De prijs hiervan is hoog, want hoe zekerder men ervan wil zijn dat er in de toekomst genoeg geld in de pensioenpot zit om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen, hoe meer geld er ook daadwerkelijk in de pensioenpot moet blijven. Pensioenfondsen zouden dan nog hogere buffers moeten hebben dan nu al het geval is. Hierdoor, en door het feit dat de pensioenpremies niet meer verder kunnen stijgen, zullen pensioenfondsen de komende jaren nauwelijks nog in staat zijn de pensioenen te indexeren (aanpassen aan inflatie) en is de kans groter dat zij eerder moeten korten op de ingegane pensioenen en opgebouwde rechten. Ook komen er in het geval van harde toezeggingen (‘onvoorwaardelijke pensioenen’) strengere regels voor het beleggingsbeleid van pensioenfondsen. Ze zullen minder beleggingsrisico mogen lopen en daardoor steeds minder in aandelen mogen beleggen. Dit brengt weliswaar minder risico met zich mee, maar betekent ook dat er op de langere termijn minder rendementen zullen worden behaald door de pensioenfondsen, waardoor er minder geld binnenkomt in de pensioenkassen. Het uiteindelijke pensioen van een persoon wordt momenteel voor meer dan de helft bepaald door het rendement, dat in de loop der jaren behaald wordt op de ingelegde premie.
Als we geen nieuw pensioencontract zouden afsluiten, zou er dus weliswaar meer zekerheid zijn dat de pensioenfondsen wel geld in kas hebben om de opgebouwde pensioenuitkeringen te kunnen betalen, maar is de kans veel groter dat de pensioenuitkeringen aanzienlijk lager uitvallen dan de deelnemers (werknemers) hadden verwacht.
De Stichting van de Arbeid heeft daarom gekozen voor een ander pensioencontract, waarbij het pensioen niet meer gegarandeerd wordt (zogenaamd ‘voorwaardelijk pensioen’). Dit is niet wezenlijk anders dan tot op heden gebeurd is met de pensioenen. De indexering is niet gegarandeerd en in uiterste gevallen moet ook gekort worden op de pensioenuitkeringen (afstempelen). Met een voorwaardelijk pensioen kunnen hogere rendementen worden behaald en hoeven er niet (onnodige) overreserves te worden aangehouden. De kans dat met dit nieuwe pensioencontract weer geïndexeerd kan worden ter compensatie van de inflatie (of de loonstijging) en dat er niet gekort hoeft te worden op de pensioenopbouw en de pensioenuitkeringen, wordt hierdoor realistischer en realiseerbaar.

 

6. Wat gebeurt er tot 2012 met de opgebouwde pensioenrechten ?

Het wordt niet verplicht om de opgebouwde rechten tot 2012 (dus ook die van gepensioneerden) over te hevelen naar een nieuw pensioencontract, dat wil zeggen dat ze ook een voorwaardelijk karakter krijgen. De keuze hiervoor (wel of niet voorwaardelijk maken) wordt in beginsel overgelaten aan het pensioenfondsbestuur. In de komende tijd wordt onderzocht hoe dit het beste juridisch vorm gegeven kan worden. Tot die tijd worden de wettelijke regels rondom het pensioen niet aangescherpt, zoals dit kabinet aanvankelijk van plan was en waardoor de kans op korten op de pensioenen eerder in beeld zou komen.
Hoewel het niet aantrekkelijk lijkt voor de deelnemers om een onvoorwaardelijk (gegarandeerd) pensioen om te zetten in een voorwaardelijk (niet gegarandeerd) pensioen, zal dit meestal wel de meest verstandige keuze zijn. Door de strengere voorwaarden voor een onvoorwaardelijk pensioen, is het onwaarschijnlijk dat de komende jaren geïndexeerd kan worden, waardoor het opgebouwde pensioen steeds minder waard wordt. Bovendien is de kans dat gekort moet worden op gegarandeerde pensioenen, aanzienlijk groter. Alleen als pensioenfondsen over hele hoge buffers beschikken, kan een gegarandeerde toezegging aantrekkelijker zijn.
Overigens kan ook bij voorwaardelijke toezeggingen gekozen worden voor meer zekerheid door een veilige beleggingsmix te kiezen. Hoe lager de ambitie voor de indexering, des te meer kan een pensioenfonds zekerheid bieden. Dat is nu in feite ook al het geval.

 

7. Mag je eerder of later met pensioen ?

Ja, dat mag. Bij de meeste pensioenfondsen is het al mogelijk om het aanvullend pensioen eerder of later te laten ingaan. Als het pensioen eerder wordt opgenomen, wordt het opgebouwde pensioengeld over een langere periode uitgesmeerd en zal dit op jaarbasis leiden tot een lagere pensioenuitkering. Indien een aanvullend pensioen pas later wordt opgenomen, zal het pensioen op jaarbasis hoger zijn. Dat zal ook gaan gelden voor de AOW Dit noemen we ook wel het basispensioen. Eén jaar eerder laten ingaan van de AOW betekent dat de hoogte van de AOW 6,5% (levenslang) lager uitkomt. Eén jaar later laten ingaan van de AOW betekent echter dat de AOW-uitkering levenslang 6,5% hoger uitkomt. Dit is een individuele keuze.

 

8. Waarom heeft ook de overheid besloten de AOW-leeftijd te verhogen ?

De opgebrachte AOW-premie in enig jaar wordt direct uitgekeerd aan mensen, die AOW ontvangen (we noemen dit een omslagstelsel). Daarnaast wordt nog een gedeelte betaald uit belastingen. Doordat mensen steeds langer leven en steeds meer mensen AOW ontvangen (zogenaamde ‘babyboomers’), stijgen in de komende decennia de totale uitgaven van de AOW aanzienlijk. Tegelijkertijd staan daar steeds minder mensen tegenover, die AOW-premie betalen. Daarom heeft het kabinet Rutte besloten om in 2020 de AOW-leeftijd te verhogen naar 66 jaar.

 

9. Wat betekent het akkoord voor mijn AOW-uitkering: blijft deze op niveau ?

Ja, er is afgesproken met het kabinet dat de AOW jaarlijks in ieder geval tot 2028 met 0,6% extra verhoogd zal worden. Dit om tegemoet te komen aan de wens van sociale partners om de AOW te koppelen aan de stijging van de gemiddelde lonen. Tot nog toe werd bij de jaarlijkse verhoging van de AOW-uitkering alleen naar de loonsverhogingen gekeken, die collectief in de cao worden afgesproken. Er wordt daarmee dus geen rekening gehouden met (de gemiddelde trend van) individuele loonsverhogingen, zoals met de opbouw van de aanvullende pensioenen wel het geval is. De jaarlijkse aanpassing (indexering) van de AOW komt daardoor iets hoger te liggen. Daar staat wel tegenover dat in de komende jaren de aparte maandelijkse AOW-tegemoetkoming (ongeveer 33 euro bruto per maand) en vervolgens een deel van de algemene inkomensafhankelijke ouderenkorting langzaam worden afgebouwd. Als we dit tegen elkaar afwegen, zal per saldo de maandelijkse AOW-uitkering niet lager worden.

 

10. Kunnen mensen wel langer doorwerken ?

Op dit moment hebben oudere werknemers een zeer geringe kans om aan het werk te komen, als ze eenmaal werkloos zijn. Om een beeld te geven: slechts 2% van de nieuwe vacatures wordt vervuld door personen van 55 jaar en ouder. Een verhoging van de pensioenleeftijd betekent dan in feite dat deze personen nog langer werkloos blijven en langer van een uitkering moeten zien rond te komen.
De Stichting van de Arbeid, het centrale overlegorgaan van werknemers- en werkgeversorganisaties, vindt dit onaanvaardbaar en heeft daarom de laatste maanden gewerkt aan een aantal plannen om de kansen op een baan voor oudere werknemers en werkzoekenden te vergroten. Er is onder andere afgesproken dat er een campagne zal worden begonnen, waarin alle onterechte vooroordelen over oudere werknemers worden bestreden. Een van de belangrijkste afspraken is dat werkgevers uitdrukkelijker ook oudere werknemers gaan uitnodigen voor een sollicitatiegesprek. Bovendien zullen zij bij het aannamebeleid kijken naar de leeftijdssamenstelling van het personeel, waardoor oudere werknemers een gelijke kans krijgen om aangenomen te worden. Belangrijk is ook dat werkgevers oudere werknemers niet zomaar (meer) zullen ontslaan, maar helpen met het vinden van een andere functie binnen of buiten het bedrijf (van werk naar werk helpen). Om werkgevers eerder over de streep te trekken om een oudere werkzoekende in dienst te nemen, worden voor werkgevers bepaalde financiële risico’s weggenomen, als deze zich voordoen (bijvoorbeeld het risico op langdurige ziekte). Er zijn nog veel meer afspraken gemaakt, die uiteindelijk allemaal ertoe moeten leiden dat de arbeidsparticipatie en de kans op een baan over tien jaar (als de AOW-leeftijd verhoogd wordt) voor oudere werknemers niet afwijken van die van jongere werknemers.

Voro alle achtergrondinformatie verwijzen wij u graag door naar deze pagina.

Laatste nieuws

Aleid Ringelberg benoemt als vice-voorzitter VCP

24 november 2022

Aleid Ringelberg benoemt als vice-voorzitter VCP

VCP geschokt over nieuwste cijfers corona schoolachterstand

18 november 2022

VCP geschokt over nieuwste cijfers corona schoolachterstand

VCP content over degelijke Kamerbehandeling Pensioenwet

17 november 2022

VCP content over degelijke Kamerbehandeling Pensioenwet

Meer nieuws
Naar boven