Menu

Inhoud:
Extra probleem voor pensioenfondsen: weer hogere levensverwachting
MHP: sociaal leenstelsel kost ruim € 0,5 miljard
Ziekteperiode voortaan verrekend met WW-periode
Vervaltermijn vakantiedagen ingekort
Aanpak jeugdwerkloosheid
Interne MHP-pensioeninformatieavond 29 november 2010
Brainstormbijeenkomst ‘De toekomst van de vakbeweging’ 13 oktober 2010

Extra probleem voor pensioenfondsen: weer hogere levensverwachting

Het Actuarieel Genootschap (AG) heeft onlangs nieuwe prognoses uitgebracht over de levensverwachting en komt tot de conclusie dat de levensverwachting nog sneller stijgt dan tot nog toe was aangenomen. Op zich goed nieuws, maar minder goed nieuws voor de pensioenfondsen die toch al moeilijkheden hebben vanwege de lage dekkingssaldi.
Het AG is een instituut waarbij actuarissen en andere verzekeringsdeskundigen voorspellingen (prognosetafels) doen over de levensverwachting van mensen. Deze voorspellingen gebruiken pensioenfondsen, verzekeraars en overheidsinstellingen bij het berekenen van hun toekomstige verplichtingen voor de oudedagsvoorzieningen. Op 30 augustus jl. zijn de uitkomsten van de nieuwe prognosetafel van het AG bekend gemaakt en deze laten een duidelijke stijging van de levensverwachting zien ten opzichte van de vorige prognose (2005).
Voor pensioenfondsen en verzekeraars betekent dit dat zij nog langer dan gedacht pensioenen moeten uitkeren aan niet alleen toekomstige deelnemers, maar ook aan reeds gepensioneerden. De pensioenreserves zijn daardoor minder toereikend dan gedacht (eigenlijk hebben alle deelnemers te weinig premie betaald). De dekkingsgraden van de pensioenfondsen zijn in 2010 al fors gedaald. Dit komt vooral door een verder gedaalde rente naar een uitzonderlijk laag niveau. Beide effecten (de lagere rentestand en de hogere levensverwachting) maken het voor veel pensioenfondsen steeds moeilijker om de herstelplannen te realiseren. In de komende maanden zal dit binnen de pensioenfondsbesturen tot de nodige discussies leiden, niet alleen in eigen kring, maar ook met de toezichthouder, De Nederlandsche Bank.

Op dit moment probeert de MHP via de pensioenfondsbestuurders bij de aangesloten organisaties meer inzicht te krijgen in de wijze waarop fondsen al rekening hebben gehouden met deze voorspellingen (en dus minder hoeven aan te passen) en wat de exacte gevolgen zijn voor de dekkingssaldi van de pensioenfondsen en daarmee voor de deelnemers zelf. Indien de pensioenfondsen al met een deel van de gestegen levensverwachting rekening hadden gehouden, zal het effect van de nieuwe AG-tafels op de dekkingssaldi geringer zijn dan van de pensioenfondsen, die eerst de nieuwe AG-tafels hebben afgewacht.

In het recent afgesloten Pensioenakkoord hebben sociale partners afgesproken om het effect van de stijgende levensverwachting met ingang van 2011 niet langer door te vertalen in hogere pensioenpremies. In de Stichting van de Arbeid (StvdA) wordt gewerkt aan een methodiek die de stijgende levensverwachting iedere keer, dat de levensverwachting van mensen meer stijgt dan vooraf geprognosticeerd is, premieneutraal kan incorporeren in de pensioenregeling.
Hiermee wordt voor de toekomst in ieder geval voorkomen dat de stijgende levensverwachting leidt tot nieuwe onbetaalde rekeningen. Over de nog niet betaalde rekeningen uit het verleden, die steeds manifester zichtbaar worden, zal de komende tijd niet alleen de nodige discussie worden gevoerd, maar ook moeten worden gevoerd. De rekenregels voor de toekomstige beleggingsopbrengsten van pensioenfondsen zijn weliswaar streng en misschien ook wel wat kunstmatig, maar een versoepeling daarvan lost de problemen van veel pensioenfondsen voor de onbetaalde rekeningen uit het verleden nog niet op.

.

MHP: sociaal leenstelsel kost ruim € 0,5 miljard

In een recent verschenen rapport van de OESO onder de titel ‘Education at a glance 2010’ wordt duidelijk aangetoond dat publieke investeringen in het hoger onderwijs zich ruimschoots terug verdienen. Publieke investeringen in onderwijs vloeien direct terug via hogere belastinginkomsten en sociale premies. Volgens de OESO genereert een hoger opgeleide in Nederland, vergeleken met iemand die een middelbare beroepsopleiding heeft gevolgd, na aftrek van de publieke investeringen gemiddeld ruim € 85.000 meer aan belastinginkomsten en sociale premies gedurende zijn werkende leven. De opbrengsten voor de maatschappij zijn zelfs nog hoger omdat veel andere baten van onderwijs niet direct zijn te vertalen naar overheidsbaten, zoals lagere zorgkosten en een lager beroep op sociale zekerheid.
Volgens eerder dit jaar gehouden onderzoeken van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en onderzoeksbureau Newcom zouden 10% tot ruim 40% van de studenten in het hoger onderwijs afhaken als de basisbeurs omgezet wordt in een lening (sociaal leenstelsel). Een simpele rekensom leert dan dat bij een jaarlijkse uitstroom van ruim 70.000 hoger opgeleide studenten, waarvan 25% afhaakt, de invoering van een sociaal leenstelsel betekent dat structureel € 1,5 miljard minder aan belastingen en sociale premies binnenkomt voor de overheid. Afschaffing van de basisbeurs levert nog geen € 1 miljard op aan kostenbesparingen voor de overheid. Per saldo zou de invoering van een leenstelsel structureel dus ruim € 0,5 miljard kosten voor de overheid.

De MHP heeft zich samen met de LSVb altijd verzet tegen een sociaal leenstelsel, omdat er geen extra financiële drempels moeten worden opgeworpen om te studeren. “Nederland als kenniseconomie heeft in de toekomst juist meer hoger opgeleiden nodig en daar past geen ontmoedigingsbeleid bij. Nu ook nog eens uit een combinatie van onderzoeken blijkt dat de invoering van een sociaal leenstelsel de overheidsfinanciën eerder schaadt dan goed doet, zouden politieke partijen als VVD, D66 en PvdA direct moeten stoppen met hun pleidooi voor een dergelijk stelsel”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket.

Ziekteperiode voortaan verrekend met WW-periode

Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin wordt voorgesteld om voortaan de ziekteperiode van een werkloze te verrekenen met de periode, waarin recht bestaat op een WW-uitkering. Nu verschuift de einddatum van het recht op een WW-uitkering namelijk nog met de periode dat een werkloze langer dan dertien weken ziek is. Het voorstel geldt niet alleen voor mensen die al werkloos zijn, maar ook voor werknemers die werkloos worden tijdens een ziekteperiode. Nu hebben deze werknemers eerst nog recht op ziekengeld en na afloop van de periode waarover ziekengeld wordt ontvangen, gaat pas de WW-uitkering in. De zieke werknemer van wie de dienstbetrekking is geëindigd behoudt weliswaar recht op ziekengeld, maar voortaan verbruikt de zieke werknemer zijn WW-duur gedurende de periode waarin ziekengeld wordt betaald (na het einde van de dienstbetrekking). Overigens geldt de voorgestelde maatregel alleen voor nieuwe ziektegevallen.

Het kabinet heeft deze maatregel al eerder aangekondigd op Prinsjesdag in 2009, maar dit voornemen heeft nu pas geleid tot de indiening van een concreet wetsvoorstel. De MHP heeft toen al aangeven dat deze maatregel haaks staat op het uitgangspunt dat een periode van een WW-uitkering ervoor dient een werkloze in staat te stellen een andere baan te kunnen vinden (naast de doelstelling van inkomensbescherming). Met deze maatregel wordt die zoekperiode ingekort. Het lijkt daarom niets anders dan een bezuinigingsmaatregel. In een tijd van een opgelopen werkloosheid lijkt dit op het wijzigen van de spelregels gedurende de wedstrijd.

 

Vervaltermijn vakantiedagen ingekort

Al eerder heeft de MHP in dit bulletin stilgestaan bij het voornemen van minister Donner om de vervaltermijn van wettelijke vakantiedagen (twintig dagen bij een volledige baan) in te korten van vijf jaar naar anderhalf jaar. Dit voornemen is nu neergelegd in een wetsvoorstel dat onlangs bij de Tweede Kamer is ingediend. De MHP vindt deze maatregel onbegrijpelijk. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel wordt het argument gebruikt dat een kortere vervaltermijn juist in het belang is van werknemers. Het zou voor hun eigen veiligheid en gezondheid van belang zijn om met regelmaat te recupereren door vakantie op te nemen. Daarmee wordt volgens het kabinet uitval wegens overbelasting voorkomen. In 2001 werd de verjaringstermijn juist opgerekt van twee naar vijf jaar om het verlofsparen mogelijk te maken. Toen werd het juist nog als wenselijk gezien dat werknemers meer mogelijkheden kregen om vakantiedagen te sparen teneinde een langere periode verlof op te nemen (bijvoorbeeld voor een sabbatical). Blijkbaar geldt dat argument negen jaar later ineens niet meer.

 

Aanpak jeugdwerkloosheid

Recentelijk heeft minister Donner een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij verslag doet van de voortgang van het Actieplan Jeugdwerkloosheid. Donner noemt de resultaten van het actieplan vertrouwenwekkend: de jeugdwerkloosheid is gedaald naar 130.000 jongeren (van 11,6 naar 11,0%), tussen 1 september 2009 en 1 mei 2010 zijn 68.000 jongeren geplaatst op een baan, leerwerkbaan of stage en het aantal plaatsingen van jongeren door gemeenten is met 25% gestegen. Ook is Donner (zeer) positief over de resultaten die het Ministerie van SZW heeft geboekt op onderdelen als de regionale aanpak, het School Ex Programma, kansen voor kwetsbare jongeren en de (communicatie)campagnes.

De MHP is op zich positief over de initiatieven van het Ministerie van SZW, maar plaatst wel een aantal kritische kanttekeningen. Ten eerste is het actieprogramma slechts in geringe mate gericht op de problemen van midden en hoger opgeleide jongeren. Het gaat hier specifiek om bijvoorbeeld honderd werkzoekenden met een hbo- en wetenschappelijke opleiding, die door het UWV Werkbedrijf voor een jaar als trainee zijn aangenomen en andere jongeren naar een baan hebben bemiddeld. Per 1 oktober 2010 komt er een nieuwe groep van 120 hbo’ers en wo’ers in dienst. Hiervoor hebben zich 1500 jongeren aangemeld. Het grote aantal aanmeldingen bevestigt maar weer eens hetgeen de MHP tot op heden steeds heeft geroepen: ook midden en hoger opgeleide jongeren ondervinden problemen als gevolg van de economische crisis ! Het is dan ook onterecht dat het Ministerie van SZW zo weinig aandacht heeft voor, en niet meer acties richt op de ondersteuning van, deze groep jongeren. Dit strookt niet met de doelstelling van Nederland als kennisland ! Daarnaast maakt de MHP zich zorgen over de hoge werkloosheidscijfers onder niet-westerse allochtone jongeren: de werkloosheid onder deze groep is gestegen van 21% in het tweede kwartaal van 2009 naar 24% in het tweede kwartaal van 2010 (tegenover respectievelijk 9,6% en 11,2% onder autochtone jongeren). Ook hier zijn het niet alleen de lager opgeleide jongeren die aandacht behoeven: bij midden en hoger opgeleide allochtone jongeren spelen problemen als gebrek aan de juiste netwerken en kennis van de Nederlandse arbeidsmarkt eveneens, zo niet méér. De MHP blijft zich dan ook hard maken voor de belangen van midden en hoger opgeleide jongeren in Nederland.

 

Interne MHP-pensioeninformatieavond 29 november 2010

De MHP nodigt bestuurders, pensioendeskundigen en cao-onderhandelaars van de aangesloten organisaties uit voor een extra pensioenbijeenkomst op 29 november a.s. Doel is ondersteuning te bieden en informatie te verschaffen over hoe aan cao-tafels en binnen pensioenfondsen omgegaan kan worden met de uitvoering van het onlangs in de StvdA gesloten Pensioenakkoord. Ook zal worden stilgestaan bij de gevolgen van de nieuwe AG-tafels, de lage rentestand en de huidige economische crisis voor de dekkingssaldi van de pensioenfondsen en de herstelplannen, waarmee veel pensioenfondsen momenteel te maken hebben.

Ten behoeve van deze bijeenkomst wil de MHP nu al een inventarisatie maken van hetgeen, waar de betrokken bestuurders en onderhandelaars in praktijk tegenaan lopen. Praktijkervaringen kunt u melden aan Klaartje de Boer (k.deboer@vc-mhp.nl). Hoewel over de exacte invulling van deze bijeenkomst nog nadere informatie zal volgen, kunt u zich nu al aanmelden voor deze bijeenkomst (o.v.v. welke vereniging u vertegenwoordigt) bij Christa Langerak (Brainstormbijeenkomst ‘De toekomst van de vakbeweging’ 13 oktober 2010

Met een positief gevoel blikt de MHP-werkgroep Bridging the Generations terug op de miniconferentie ‘De toekomst van de vakbeweging’, die op 17 juni jl. heeft plaatsgevonden. Zoals we u al eerder hebben bericht, is uit deze conferentie de LinkedIn-groep ‘MHP-Bridging The Generations’ ontstaan. In deze groep wordt onder meer gediscussieerd aan de hand van stellingen, voortgekomen uit de conferentie.

De discussie binnen de LinkedIn-groep en een verzoek tot meedenken van de Vereniging Professionals voor Professionals vormen aanleiding voor het organiseren van een brainstormbijeenkomst op 13 oktober a.s. De middag wordt voorgezeten door mr. Richard Steenborg, voorzitter van de MHP. Met de aanwezigen zal verder worden nagedacht over nieuwe wegen/scenario’s voor het promoten en op de kaart zetten van de organisaties voor middengroepen en hoger personeel.

Bent u lid van een van de verenigingen aangesloten bij de vakcentrale MHP en wilt u ook meedenken en –discussiëren over de toekomst van de vakbeweging ? Word dan lid van LinkedIn en meld u aan bij de groep ‘MHP-Bridging The Generations’. Via de groep wordt u dan eveneens op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rond de brainstormbijeenkomst. Voor meer informatie stuurt u een e-mail naar Sandra Pierik (s.pierik@vc-mhp.nl). Op naar groei voor de (belangen)organisaties van middengroepen en hoger personeel in Nederland !

Laatste nieuws

Aanpak arbeidskrapte: ga het gesprek aan met je mensen

30 juni 2022

Aanpak arbeidskrapte: ga het gesprek aan met je mensen

Tijdelijk personeel

29 juni 2022

Wijzigingen arbeidsrecht en sociale zekerheid

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

29 juni 2022

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

Meer nieuws
Naar boven