Menu

Koopkracht 2008 valt slechter uit

Oproep gematigde loonontwikkeling hypocriet

In tegenstelling tot eerdere berichten van september 2007, gaan de helft tot driekwart van alle huishoudens er in 2008 op achteruit. Dit heeft vooral te maken met hogere ziektekostenpremies en een hogere inflatie als gevolg van hogere energie- en voedselprijzen. Huishoudens beneden de 65 jaar leveren gemiddeld ruim 0,25% koopkracht in en gepensioneerden gemiddeld 0,5%. Dit blijkt uit nieuwe berekeningen van de Vakcentrale MHP. Alleen de allerlaagste inkomens-categorieën en huishoudens met kinderen in het voortgezet onderwijs komen in 2008 wel uit op zwarte cijfers. Deze MHP-berekeningen sluiten grotendeels aan bij die van het Nibud.
Om de huishoudens enigszins tegemoet te komen roept de MHP het kabinet op om de meevallers voor de overheid als gevolg van de hogere energieprijzen, terug te geven aan de burgers en om de aangekondigde accijnsverhogingen op diesel en gas voorlopig uit te stellen. De eerste meevaller heeft minister Bos twee weken terug al bekendgemaakt. Door de onvoorziene meevallers terug te geven aan de burgers kan het kabinet een verantwoorde loonontwikkeling ondersteunen in plaats van deze tegen te werken. Een kabinetsbeleid waarbij de koopkracht bewust onder druk wordt gezet, lokt juist hogere looneisen uit. De oproep van sommige bewindslieden om de lonen te matigen kan daarom niet anders dan als hypocriet worden getypeerd.

Gemiddeld beeld
Ten opzichte van Prinsjesdag zijn de koopkrachtcijfers gemiddeld met 0,25% naar beneden bijgesteld. Belangrijkste oorzaak is een hogere inflatieverwachting. Ook het CPB heeft inmiddels de inflatie voor 2008 naar boven bijgesteld.
Grafisch is het gemiddelde koopkrachtbeeld per huishouden als volgt samen te vatten:

De huishoudens onder de 65 jaar gaan er vrijwel allemaal op achteruit zodra het jaarlijks huishoudinkomen meer dan €20.000 bedraagt. Gepensioneerden gaan er op achteruit als het jaarlijks bruto-inkomen meer dan €25.000 bedraagt. Voor de middeninkomens, tussen modaal (€30.000) en tweemaal modaal (€60.000) is de gemiddelde achteruitgang in 2008 ruim 0,5%. Tot modaal is er sprake van een koopkrachtverbetering van gemiddeld 0,25%.

Specifieke groepen
Een gemiddeld huishouden bestaat niet. Voor de een is bijvoorbeeld de individuele inflatie hoger dan voor de ander (omdat men relatief veel energie gebruikt), of is de bruto-inkomensverbetering hoger dan van een ander. Bovenstaande berekeningen moeten daarom met de nodige voorzichtigheid en relativering worden bekeken. Wel zijn er een aantal specifieke groepen aan te wijzen, die in 2008 een bijzondere koopkrachtmutatie zullen hebben. Het gaat dan met name om de volgende drie types huishoudens:

  • huishoudens met kinderen op voortgezet onderwijs. Als gevolg van het gratis maken van schoolboeken in het voortgezet onderwijs (in 2008 in de vorm van een netto bedrag van €308 per kind), gaan betreffende huishoudens er gemiddeld met één schoolgaand kind 0,75% op vooruit en met twee schoolgaande kinderen 1,75% (het gaat hier in totaal om circa 500.000 huishoudens).
  • huishoudens met een leaseauto. Doordat de bijtelling van de auto van de zaak verhoogd wordt naar 25% van de cataloguswaarde, gaan deze huishoudens er gemiddeld 1,25% tot 1,5% op achteruit. Het gaat hier om circa 300.000 huishoudens.
  • gepensioneerden met een bruto jaarinkomen boven de €40.000. Deze gepensioneerden komen niet in aanmerking voor de zorgtoeslag en ontvangen ook geen werkgeversbijdrage voor de inkomensafhankelijke ziektekostenpremies. Zij moeten de rekening van de hogere ziektekosten dus volledig zelf opvangen, met het gevolg dat deze huishoudens bijna 1% koopkracht inleveren. We praten hier over circa 250.000 huishoudens.

SER-advisering Evenwichtig Ondernemingsbestuur

Na vele intensieve besprekingen is door een voorbereidende commissie van de Sociaal-Economische Raad (SER) een ontwerpadvies vastgesteld over een evenwichtig ondernemingsbestuur. Bedoeling is dat dit advies in de SER-raadsvergadering van 15 februari a.s. wordt vastgesteld, na laatste raadplegingen van de achterbannen. De reden van de vertraging en de herformulering van het advies op een beperkt aantal onderdelen vindt zijn oorzaak in de behoefte aan werknemerskant om verbetering van de medezeggenschap voor werknemers en vakbonden in het advies te bepleiten, met verwijzing naar standpunten van de externe deskundigen dienaangaande. Ook een nadere accentuering van hetgeen over enige tijd bij de evaluatie van het structuurregime dienaangaande aan de orde zou moeten komen, is van werknemerszijde indringend bepleit. Binnenkort is het advies terug te vinden op de website van de SER: www.ser.nl

Modernisering Regelingen Levensloop en Spaarloon

In ons bulletin van 21 november 2007 werd al melding gemaakt van een ad hoc-werkgroep binnen de Stichting van de Arbeid (StAr) die de mogelijkheden en de wenselijkheid van modernisering van de levensloop- en spaarloonregeling bespreekt. Het streven is de voordelen van beide regelingen zoveel mogelijk overeind te houden. In de werkgroep passeren de volgende twee oplossingvarianten de revue:
variant A: het naast elkaar laten voortbestaan van de levensloop- en spaarloonregeling waarbij de voorgeschreven anticumulatie wordt opgeheven;
variant B: de inbouw van de spaarloonregeling als faciliteit binnen de levensloopregeling.
Binnen de StAr bestaan er accentverschillen als het gaat om de voorkeur voor één van beide opties, maar die zijn met name afhankelijk van de mogelijk budgettaire effecten en uitvoerings-problemen. Duidelijk is wel dat de StAr de fiscale faciliteiten en bestedingsmogelijkheden van beide regelingen overeind wenst te houden. Op korte termijn zal de StAr in overleg gaan met het Ministerie van SZW, dat om advies heeft gevraagd.

Laatste nieuws

pensioen

27 juni 2022

8e Pensioennieuwsbrief VCP: nieuwe wetgeving en appreciatie doelen

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

23 juni 2022

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

SWOM viert 10-jarig bestaan

22 juni 2022

SWOM viert 10-jarig bestaan

Meer nieuws
Naar boven