Menu

Inhoud:
• Kantonrechters verlagen ontslagvergoeding
• Reactie MHP op aanpassing kantonrechtersformule
• Pensioenindexatie onder druk
• Masterclass voor vakbondsbestuurders
• Partnertoeslag AOW vervalt in 2015

Kantonrechters verlagen ontslagvergoeding

Op 30 oktober jl. heeft de Kring van Kantonrechters bekend gemaakt de kantonrechtersformule per 1 januari 2009 aan te passen. Belangrijkste wijziging betreft de zogenoemde leeftijdsfactor. In beginsel wordt volgens de huidige kantonrechtersformule één maandsalaris per dienstjaar toegekend als ontslagvergoeding. Daarbij gelden drie leeftijdscategorieën. Nu tellen de dienstjaren bij de betreffende werkgever tot de leeftijd van 40 jaar voor 1, van 40 tot 50 voor 1½ en vanaf 50 jaar voor 2 maandsalarissen. Vanaf 1 januari 2009 is gekozen voor een andere opbouw van vier leeftijdscategorieën, waarbij de dienstjaren tot de leeftijd van 35 jaar tellen voor ½, van 35 tot 45 jaar voor 1, van 45 tot 55 jaar voor 1½ en vanaf 55 jaar voor 2 maandsalarissen. Hoewel deze aanpassing vooral voor jongere werknemers een verslechtering betekent ten opzichte van de huidige kantonrechtersformule, werkt deze aanpassing door naar alle leeftijdscategorieën. Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van het volgende voorbeeld (werknemer met een jaarinkomen van anderhalf x modaal = € 45.000 en 12 dienstjaren).

Daarnaast gaan de financiële positie van de werkgever en de arbeidsmarktpositie van de werknemer een veel grotere rol dan nu spelen. De kantonrechters willen dat meenemen bij de C-factor in de formule, die beter bekend staat als de verwijtbaarheidsfactor. De eerste verwachting is dat dat eerder een negatief dan een positief effect zal hebben op de hoogte van de vergoeding. De MHP zal de concrete rechtspraak vanaf 1 januari 2009 goed in de gaten houden.

De kantonrechters zullen dus per 1 januari 2009 hun eigen formule aanpassen. Hiertegen valt niet veel te doen, omdat kantonrechters zelf hierover gaan binnen het kader van het wetsartikel over de ontbindingsprocedure. Maar daarnaast heeft het kabinet al eerder aangekondigd de deal tussen VNO-NCW en de FNV om de ontslagvergoeding vanaf een jaarinkomen van € 75.000 of hoger af te toppen op één jaarsalaris, om te gaan zetten in wetgeving. Met andere woorden: de kantonrechters verlagen over de hele linie de ontslagvergoeding en daar bovenop komt de wetgever nog een keer met een aftopping. De gevolgen van deze twee wijzigingen voor individuele werknemers zijn via een rekenprogramma op de website van de MHP eenvoudig na te gaan (download het programma). De MHP zal de komende tijd in ieder geval proberen de wettelijke aftopping van tafel te krijgen en na 1 januari 2009 de kantonrechters op de voet volgen als zij hun nieuwe formule in de praktijk gaan brengen.

Reactie MHP op aanpassing kantonrechterformule

Via de media (radio en dagbladen) heeft de voorzitter van de MHP, Richard Steenborg, direct na het besluit van de kantonrechters, de visie van de MHP breed uitgemeten. Zijn reactie is samengevat in het volgende persbericht van 30 oktober jl.

“Onverstandig en schijn van politieke bemoeienis”

“Het is hoogst opmerkelijk dat de kantonrechters in dit tijdsgewricht met een aanpassing van de kantonrechtersformule komen. De aanpassing komt in een tijd dat het kabinet heeft besloten een wetsvoorstel in te dienen over de aftopping van de ontslagvergoeding. Daarmee ontstaat de schijn dat de kantonrechters politiek bedrijven. Ook wordt het besluit genomen in een periode waarin steeds meer werknemers onzeker worden over hun baan, vanwege de dreigende economische recessie. Hoogst onverstandig om op dit moment zo te handelen. De regie is volledig uit handen”, aldus mr. Richard Steenborg voorzitter van de MHP.
Vooral jongere werknemers tot 35 jaar zullen door de aanpassing te maken krijgen met een halvering van de ontslagvergoeding. Voor oudere werknemers boven de 55 jaar verandert er ogenschijnlijk niets. Maar het kabinet heeft besloten tot indiening van een wetsvoorstel voor maximering op een jaarsalaris vanaf € 75.000 (de zogenaamde ontslagdeal, die de MHP in het najaarsakkoord heeft verworpen). En zo wordt de deur wijd opengezet voor werkgevers om goedkoper van alle groepen werknemers af te komen. “Het is te gek voor woorden dat kantonrechters de politiek nog eens een keer rechts inhalen”, aldus Steenborg.
Behalve een verlaging van de zogenaamde leeftijdsfactor, wordt de formule ook nog eens door allerlei factoren beïnvloed, waardoor een werknemer die ontslagen wordt, helemaal niet meer weet waar hij of zij aan toe is. Zo spelen de financiële positie van de werkgever en de arbeidsmarktpositie van de werknemer een veel grotere rol dan nu. Het is de vraag in hoeverre de kantonrechter in staat is om dit naar ‘redelijkheid en billijkheid’ objectief te beoordelen.
De MHP betreurt het dat kantonrechters wel naar de financiële positie van de werkgever, maar niet naar de financiële positie van de werknemer kijken. Wat gemakshalve maar even vergeten wordt, is dat werknemers die meer dan het zogenaamde maximumdagloon verdienen (meer dan € 43.000 op jaarbasis), bij een werkloosheidsuitkering terugvallen naar een inkomen dat minder bedraagt dan 70% van het laatstverdiende loon. De ontslagvergoeding, als aanvulling op de WW-uitkering, is voor deze werknemers vooral van belang om nog op 70% te kunnen uitkomen. Ook moeten ze de voortzetting van de pensioenopbouw uit die vergoeding financieren. Het is dan niet redelijk of billijk voor deze groep werklozen de ontslagvergoeding te beperken.
“De hele discussie over de ontslagvergoedingen wordt langzamerhand vervelend. Het levert geen enkele bijdrage aan een hogere arbeidsparticipatie, maar heeft wel grote gevolgen voor individuen. Laten we ons in Nederland nu eens bezighouden met grotere vraagstukken. Voor de kortere termijn is dat de kredietcrisis en voor de langere termijn de arbeidsparticipatie. Daar moet het om gaan, en niet om de vraag hoe je zo goedkoop mogelijk van werknemers afkomt”,
aldus de voorzitter van de MHP.

 

Pensioenindexatie onder druk

Binnenkort besluiten de besturen van de pensioenfondsen over de indexatie, de aanpassing van de pensioenen aan de prijsstijgingen, voor 2009. De onrust op de financiële markten raakt ook de vermogenspositie van pensioenfondsen, omdat die hun vermogen deels in aandelen hebben belegd, maar ook omdat de rente is gedaald. Op 30 oktober jl. maakte de president van De Nederlandsche Bank (DNB, de toezichthouder op pensioenfondsen) bekend dat de gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen in de afgelopen periode van ruim 135% naar 109% punten is gedaald. De dekkingsgraad, de verhouding tussen vermogen en pensioenverplichtingen, is de graadmeter voor de financiële positie van een pensioenfonds. Volgens de president van DNB is het wel goed geweest dat tussen 2002 en 2004 de pensioenpremies zijn verhoogd en vermogensbuffers zijn gevormd om klappen op de beurzen op te vangen, anders hadden de pensioenfondsen er nu nog slechter voorgestaan. De kans is groot dat door de gedaalde dekkingsgraden pensioenfondsen de pensioenen voor 2009 slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet kunnen indexeren. Het gevolg is dan dat de pensioenuitkering achterblijft bij de prijsontwikkeling. Deelnemers en gepensioneerden worden binnenkort door het pensioenfonds geïnformeerd over de indexatiebeslissing van het bestuur.

Pensioenfondsen passen afhankelijk van de financiële positie de pensioenuitkeringen aan om de koopkracht van pensioenen op peil te houden. Deze indexatie is niet alleen van belang voor gepensioneerden, maar ook voor degenen die nog pensioen opbouwen. Het (deels) achterwege laten van de indexatie heeft dus gevolgen voor iedereen, alleen merken gepensioneerden het direct in hun portemonnee. Elk jaar beoordeelt het pensioenfondsbestuur of de pensioenen aangepast kunnen worden. Indexatie is alleen mogelijk als de financiële positie van het fonds toereikend is.

Daarbij kunnen zich drie situaties voordoen:
1. dekkingsgraad groter dan 125% = geen tekort  volledige indexatie
2. dekkingsgraad tussen 105 en 125 % = reservetekort  gedeeltelijke indexatie
3. dekkingsgraad kleiner dan 105% = dekkingstekort  geen indexatie.

De MHP maakt zich al langere tijd zorgen over de koopkrachtontwikkeling van gepensioneerden. Daarom heeft de MHP in het Najaarsoverleg van 7 oktober jl. hiervoor aandacht gevraagd bij het kabinet, mede met het oog op de gevolgen van de kredietcrisis voor de indexatie van pensioenen. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat de het geld, dat was uitgetrokken voor koopkrachtondersteuning, alleen zou gaan naar AOW-gerechtigden met een lager inkomen. Het kabinet heeft in het Najaarsoverleg – op aandringen van de MHP – toegezegd extra geld ter beschikking te stellen om de koopkracht van alle gepensioneerden te ondersteunen, door de toeslag op de AOW-uitkering te verhogen. Dat neemt niet alle negatieve effecten van het deels of geheel achterwege laten van de pensioenindexatie weg (zeker als het aanvullend pensioen, naast de AOW-uitkering, het grootste deel van het totale inkomen vormt), maar het verzacht de pijn. De MHP zal begin 2009, als de besluiten over de indexatie zijn genomen en meer zicht is op de inflatie, de koopkracht van gepensioneerden opnieuw in kaart brengen en zonodig onder de aandacht van de politiek brengen.

 

Masterclass voor vakbondsbestuurders

Tussen 8 oktober en 19 november 2009 organiseert het centrum voor Arbeidsverhoudingen De Burcht in samenwerking met het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS) een zesdaagse leergang over de trends in arbeidsverhoudingen voor vakbondsbestuurders. Hieraan zijn wel kosten verbonden. Geïnteresseerden kunnen nadere informatie opvragen via info@deburcht.org, dan wel via info@vc-mhp.nl.

 

Partnertoeslag AOW vervalt in 2015

Veel Nederlanders zijn nog niet op de hoogte van het vervallen van de partnertoeslag in de AOW op 1 januari 2015. Mensen die op of na die datum 65 jaar worden, ontvangen dan geen partnertoeslag meer. De partner die als eerste 65 jaar wordt, ontvangt alleen zijn of haar deel van het AOW-pensioen. Het gezamenlijke gezinsinkomen kan hierdoor lager worden dan verwacht. Deze inkomensdaling kan worden opgevangen doordat de jongste partner een baan heeft of door te sparen op een spaarrekening. Een andere mogelijkheid is het aanschaffen van een koopsompolis of een spaarverzekering.

De partnertoeslag vervalt, omdat de politiek van mening is dat de toeslag nog teveel is gebaseerd op het kostwinnerschap van de man. In de laatste jaren is het aantal tweeverdieners sterk toegenomen, waardoor in het algemeen ook vrouwen een eigen inkomen en pensioenopbouw hebben. Omdat het politieke besluit, dat al in 1994 is genomen, onvoldoende bekend is, zijn het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Stichting Pensioenkijker gestart met een campagne om hierover meer uitleg te geven.

Laatste nieuws

pensioen

27 juni 2022

8e Pensioennieuwsbrief VCP: nieuwe wetgeving en appreciatie doelen

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

23 juni 2022

Nieuw tijdvak aanvraag STAP-budget

SWOM viert 10-jarig bestaan

22 juni 2022

SWOM viert 10-jarig bestaan

Meer nieuws
Naar boven