Menu

Inhoud:
Brief vakcentrales over AOW
Werkkostenregeling
Ambtelijke werkgroepen
Arbeidsomstandigheden
Vakbeweging tijdens de oorlog
Evaluatie Kamers van Koophandel
Congres 15 jaar Algemene wet gelijke behandeling op 10 november 2009

Brief vakcentrales over AOW

Met het oog op het eerste Kamerdebat over de AOW hebben de drie vakcentrales een gezamenlijke brief gestuurd aan de Tweede Kamer over de AOW-plannen van het kabinet. De drie vakcentrales blijven onoverkomelijke bezwaren houden tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet op de AOW. “Bezuinigingen op de AOW en de aanvullende pensioenen lijken voorop te staan, in plaats van het bouwen aan een modern, toekomstbestendig pensioengebouw.”

In de brief maken de vakcentrales nog eens duidelijk dat het kabinetsbesluit ingewikkeld en onrechtvaardig kan uitpakken:

  • De keuze om in twee grote stappen op een hogere AOW-leeftijd uit te komen, pakt onevenredig uit en zet verschillende generaties tegen elkaar op.
  • De definiëring van zware beroepen is een onmogelijke opgave. Dat geldt ook voor het aantonen van 30 jaar arbeidsverleden.
  • Zelfstandigen worden helemaal benadeeld, omdat zij hun arbeidsverleden haast nooit kunnen aantonen en dan nooit met 65 jaar kunnen stoppen (in dat geval moet 42 jaar arbeidsverleden worden aangetoond).

Tevens wordt nogmaals een oproep gedaan om het voorstel van de drie vakcentrales in de discussie te betrekken. Daarin wordt gepleit voor een modernisering van de AOW door mensen zelf te laten kiezen de AOW-uitkering te laten ingaan tussen 65 en 70 jaar. Latere ingangsdatum wordt beloond via een hogere uitkering en daarmee wordt langer doorwerken op vrijwillige basis gestimuleerd. Mensen kunnen naar gelang de aard van de werkzaamheden en de persoonlijke omstandigheden zelf kiezen hoe (bijvoorbeeld deeltijdpensioen) en wanneer zij willen stoppen met werken.

Werkkostenregeling

Het kabinet wil in het kader van administratieve lastenverlichting de systematiek van vrije vergoedingen en verstrekkingen in de loonsfeer met ingang van 1 januari 2011 sterk vereenvoudigen. Er komt een vrijstelling – gebaseerd op de gemiddelde vergoedingen die nu worden betaald aan werknemers – van 1,5% van de loonsom voor vergoedingen en verstrekkingen, waarvan de gemaakte kosten niet apart hoeven worden aangetoond. Aanvullend blijven er een beperkt aantal gerichte vrijstellingen voor zakelijke kosten. Deze nieuwe regeling wordt aangeduid als de ‘werkkostenregeling’. Dit klinkt sympathiek, maar kan in de praktijk verstrekkende gevolgen hebben.
Afhankelijk van de sector waarin men werkt en het beroep dat men uitoefent, kunnen de werkelijk te maken kosten veel hoger uitpakken. Dit zal vooral het geval zijn bij werknemers die veel werkzaamheden buitenshuis verrichten. Met de nieuwe regeling wordt daarmee geen rekening gehouden.

De MHP vreest dat los van de gevolgen voor individuele werknemers, ook negatieve economische effecten voor bepaalde branches kunnen optreden (denk bijvoorbeeld aan de recreatie in verband met personeelsuitjes). Grootste bezwaar is dat het forfait niet aansluit bij de werkelijke kosten. Gemaakte kosten om een functie te kunnen uitoefenen, dreigen voor sommige beroepen en functies tot het loon gerekend te worden. Er ontstaat dan een druk om het aantal vergoedingen aan werknemers fors terug te dringen.
Als deze operatie toch zal doorgaan, is de MHP van mening dat het forfait op een hoger percentage moet worden vastgesteld dan het gemiddelde en dat er een tegenbewijsregeling zou moeten komen. Het laatste betekent dat de werkgever een hogere onkostenvergoeding kan geven dan het forfait, indien deze aantoont dat de daadwerkelijke kosten boven het forfait uitkomen.

 

Ambtelijke werkgroepen

Het kabinet heeft negentien ambtelijke werkgroepen voor de zogenaamde brede heroverweging ingesteld. Dit was aangekondigd met Prinsjesdag. De werkgroepen hebben de opdracht de diverse beleidsterreinen te analyseren en concrete voorstellen te ontwikkelen, waarbij in ieder geval één variant moet worden uitgewerkt waarbij een besparing kan worden geboekt van twintig procent. De varianten moeten gezamenlijk een bedrag van in totaal € 35 miljard euro aan bezuinigingen opleveren. De MHP heeft besloten een tiental beleidsterreinen nauwgezet te volgen en mogelijk eigen voorstellen uit te werken. Het gaat om de volgende beleidsterreinen:
– wonen
– productiviteit onderwijs
– hoger onderwijs
– op afstand van de arbeidsmarkt
– werkloosheid
– curatieve zorg
– langdurige zorg
– uitvoering belasting en premieheffing
– openbaar bestuur
– bedrijfsvoering (inclusief zelfstandige bestuursorganen).

Ook heeft het kabinet een projectgroep ingesteld, die een voorzet moet gaan geven voor de herziening van het belastingstelsel. Hieraan is de voorwaarde van budgetneutraliteit voor de overheid gekoppeld. Volgens de MHP had hieraan op z’n minst de voorwaarde van beperkte inkomenseffecten gekoppeld moeten worden.

Inmiddels heeft de MHP van een paar werkgroepen een uitnodiging ontvangen om input aan te leveren. Daar waar dit binnen de gestelde deadlines mogelijk is, zal de MHP ingaan op deze uitnodigingen.

Het doet ons genoegen dat ook individuele leden van de aangesloten organisaties spontaan constructieve voorstellen opsturen. Heeft u ideeën die een bijdrage aan de discussie kunnen leveren: u kunt ons mailen via info@vc-mhp.nl.

 

Arbeidsomstandigheden

In 2005 heeft de SER een unaniem advies uitgebracht over de herziening van de Arbeidsomstandighedenwet. Voorgesteld werd om in het publieke domein (lees: wetgeving) zogenaamde doelvoorschriften (algemene voorschriften ten aanzien van het beschermingniveau) vast te leggen. De middelvoorschriften, toelichtingen en detailleringen worden uit het huidige publieke domein gehaald en gaan over naar het private domein van sociale partners. Doel van de SER was te komen tot een vereenvoudiging van de regelgeving ten aanzien van arbeidsomstandigheden en een versterking van het maatwerkbeginsel.

Om het nieuwe stelsel te kunnen realiseren, zijn werkgevers en werknemers gedurende een aantal jaren in staat gesteld zogenaamde arbocatalogi uit te werken en af te spreken. Daarin staan methodes, waarmee het wettelijk voorgeschreven beschermingsniveau kan worden bereikt. De volgende stap zou moeten zijn om alle beleidsregels, die nu nog vastliggen in wet- en regelgeving, te screenen op doelvoorschriften om vervolgens de wet te kunnen opschonen. Werkgevers dringen er nu echter bij de politiek op aan om alle beleidsregels te schrappen, waardoor de bescherming van werknemers niet meer wettelijk gewaarborgd is (afgezien van eventuele Europese wetgeving). Op deze wijze handelen de werkgeversorganisaties in strijd met het compromis uit het SER-advies. “Een dergelijke inbreuk op de bescherming van werknemers kan niet worden afgedaan met ‘voortschrijdend inzicht’, maar moet worden gezien als woordbreuk”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket. Volgens de MHP moeten eerst alle beleidsregels worden gescreend, alvorens deze uit de wet- en regelgeving te halen.

 

Vakbeweging tijdens de oorlog

Onlangs is een website over de geschiedenis van de vakbeweging in de Tweede Wereldoorlog gelanceerd. Deze website geeft achtergrondinformatie over de geschiedenis van vakbonden en bestuurders tussen 1940 en 1945. De geschiedenis is geïllustreerd met vele bronnen, die digitaal beschikbaar zijn: documenten, brochures, tijdschriften, foto’s, posters en audio. Geïnteresseerden kunnen terecht op de website www.vakbewegingindeoorlog.nl. Hier kunt u eventueel ook uw eigen materiaal laten plaatsen.

 

Evaluatie Kamers van Koophandel

Zoals inmiddels gebruikelijk, worden elke vier jaar de Kamers van Koophandel (KvK’s) in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken geëvalueerd. Veel KvK’s zijn nog maar net bekomen van eventuele fusieperikelen (in 2008 is het aantal KvK’s teruggebracht van 21 naar 12 Kamers) en de indikking van het aantal bestuursleden, of de volgende evaluatie staat alweer voor de deur. Voor deze evaluatie is door het Ministerie een begeleidingscommissie ingesteld. De drie vakcentrales FNV, CNV en MHP hebben hierin gezamenlijk één plek. Namens de vakbeweging zal MHP-bestuurder Eddy Haket in deze begeleidingscommissie zitting nemen. Naar verwachting zal deze commissie in november voor het eerst bij elkaar komen. Het is de bedoeling dat halverwege 2010 de evaluatie wordt afgerond.

 

Congres 15 jaar Algemene wet gelijke behandeling op 10 november 2009

Op 10 november a.s. organiseert de Commissie Gelijke Behandeling in de Jaarbeurs te Utrecht het congres ‘Gelijke behandeling, de realiteit’. Op deze dag worden de dilemma’s en verlegenheden uit de praktijk van de gelijke behandeling in beeld gebracht, om vervolgens samen de kansen hierin te benoemen. Vijftien jaar Algemene wet gelijke behandeling heeft veel inzicht opgeleverd in de mechanismen, die bij dit vraagstuk een rol spelen. Reden om de balans op te maken: wat betekent deze wet voor de Nederlandse samenleving ? Wat is het perspectief voor de toekomst ? Welke dilemma’s, verlegenheden en kansen ervaren we ?

Tijdens het ochtendprogramma houdt minister Hirsch Ballin de eerste ‘Gelijke Behandeling Lezing’. In het middagprogramma staan de thema’s arbeidsverhoudingen, het aanbieden van goederen en diensten en het onderwijs centraal.

De aanmeldingstermijn voor het ochtendprogramma sluit op vrijdag 30 oktober. U kunt zich aanmelden via http://www.cgb.nl/nieuws/aanmelden-congres-15-jaar-algemene-wet-gelijke-behandeling. Op deze website staat ook informatie over de workshops, waaraan kan worden deelgenomen.

Laatste nieuws

Aanpak arbeidskrapte: ga het gesprek aan met je mensen

30 juni 2022

Aanpak arbeidskrapte: ga het gesprek aan met je mensen

Tijdelijk personeel

29 juni 2022

Wijzigingen arbeidsrecht en sociale zekerheid

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

29 juni 2022

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

Meer nieuws
Naar boven