Menu

Inhoud:
MHP kritisch over Zembla-uitzending pensioenen
Uitwerking Pensioenakkoord
Actie overheid- en onderwijspersoneel op 17 februari a.s.
Kabinet houdt vast aan bezuiniging hoger onderwijs
Kamers van Koophandel weg ?
Aanbesteding openbaar vervoer grote steden

MHP kritisch over Zembla-uitzending pensioenen

De MHP plaatst de nodige kanttekeningen bij de uitzending van Zembla van afgelopen zaterdag
5 februari jl. In opdracht van Zembla had het onderzoeksbureau Bosch een onderzoek naar het premie- en beleggingsbeleid van pensioenfondsen uitgevoerd. Volgens de MHP was er sprake van een vrij eenzijdige voorstelling van zaken.

Volgens Zembla zijn de huidige pensioentekorten niet alleen te wijten aan de stijgende levensverwachting en de lage rentestand. De uitzending wijt het ook aan slecht beheer door in het bijzonder de werknemersvertegenwoordigers in de besturen van pensioenfondsen. Hierdoor zouden er miljarden onnodig zijn verdwenen uit de fondsen. De MHP plaatst enerzijds kanttekeningen bij het onderzoek zelf, maar vindt ook dat er vrij eenzijdig is ‘geshopt’ uit de onderzoeksresultaten. Verder betreurt de MHP ook de uitspraken in de uitzending van De Nederlandsche Bank (DNB), die als toezichthouder zijn handen in onschuld lijkt te wassen.

Het eerste deel van de uitzending ging vooral over het feit dat in de jaren ’90 gelden zijn onttrokken aan de fondsen door werkgevers en de overheid en dat er lange tijd een lager dan kostendekkende premie is toegepast. De MHP ontkent dit niet, maar wijst er wel op dat de politiek deze besluiten destijds in de hand heeft gewerkt. De overheid wilde toen de ‘overreserves’ fiscaal belasten. Om deze fiscale greep uit de fondsen te voorkomen is toen in veel gevallen besloten om die overreserves terug te dringen en op een andere wijze te benutten. De overheid kampte destijds met grote tekorten en heeft vooral de overreserves aangewend om die tekorten terug te dringen. Niet ontkend kan worden dat de lagere pensioenpremies ook ten goede zijn gekomen aan de koopkracht van veel mensen. Maar het feit blijft dat de werkgevers en de overheid als werkgever hiervan de nodige vruchten hebben geplukt. Zij dienen daarom ook hun verantwoordelijkheid te nemen voor de huidige problemen van de pensioenfondsen. Achteraf bezien, was het voor de pensioenfondsen verstandiger geweest (een deel van) die overreserves niet af te bouwen. Dit had waarschijnlijk wel geleid tot hogere belastingen om de overheidstekorten van destijds weg te werken.

In het tweede deel van de uitzending werd vooral ingegaan op het slechte beleggingsbeleid van de pensioenfondsen in het afgelopen decennium. Zo zou er 20 miljard euro in lucht zijn opgegaan. De MHP plaatst de nodige kanttekeningen bij de wijze, waarop het onderzoek is uitgevoerd. Het beleggingsbeleid van pensioenfondsen is gebaseerd op een langetermijnvisie en kan dan niet worden beoordeeld op basis van resultaten uit een onderzoek één jaar na crisis. Daarnaast blijkt het onderzoek zich op onjuiste uitgangspunten te baseren. Het kijkt bijvoorbeeld naar het Europese toetsingkader voor de beleggingsmarkt in plaats van naar de internationale beleggingsmarkt. Pensioenfondsen acteren immers wereldwijd. Vreemd is overigens dat Zembla eenzijdig ‘shopt’ uit het onderzoek. Het onderzoek stelt namelijk dat het beleggingsbeleid van de fondsen met een betere prestatie (outperformance) van 7,1% over de laatste twintig jaar absoluut geen slechte prestatie (underperformance) heeft opgeleverd. In de Zembla-uitzending wordt alleen gesproken over een underperformance en wordt niet ingegaan op de vraag wat de gevolgen zijn, als er niet in aandelen belegd was. De keerzijde is dat, indien alleen in staatsobligaties zou zijn belegd, het rendement bij de grootste fondsen slechts 6,9% (ABP) en 5,3% (PFZW) zou bedragen. Ook wordt voorbijgegaan aan het feit dat een pensioenfonds een vaste vermogensbeheerder heeft, om kostenopdrijvende effecten tegen te gaan, en niet van jaar tot jaar kan shoppen om te kijken welke vermogensbeheerder het beste presteert. Vergelijken op basis van resultaten van andere vermogensbeheerders die dit wel kunnen, is dus onjuist.

In het laatste gedeelte van de uitzending werd vooral ingegaan op de rol van werknemers-vertegenwoordigers in de fondsbesturen en op welke punten zij zouden hebben verzaakt in het uitvoeren van hun taak om op deskundige wijze het pensioengeld van deelnemers te beheren. Nederland heeft niet voor niets, zoals vaak wordt gesteld, het beste pensioenstelsel ter wereld. Dit is mede te danken aan de bipartiete samenstelling van de besturen van de meeste pensioenfondsen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld ‘professionele en deskundige vertegenwoordigers’ in de banken en de verzekeringssector, hebben de pensioenfondsbesturen in de afgelopen twee jaar geen beroep hoeven te doen op staatsteun. Ook is de vergoeding van pensioenfondsbestuurders niet afhankelijk van korte termijn resultaten, zoals vaak het geval is bij andere financiële instellingen. Het is dus zeer twijfelachtig of de deelnemers bij dergelijke deskundigen en professionals beter af zouden zijn geweest en zullen zijn. De pensioenfondsbestuurders van de vakbonden kennen geen belangenverstrengeling en zijn wel degelijk deskundig. Zo zijn de bestuurders van de bij de MHP aangesloten organisaties vrijwel altijd pensioendeskundigen, die zich alleen hiermee bezighouden.

Waar Zembla tot slot ook niets over zegt, is dat het onderzoeksbureau Bosch in zijn samenvatting duidelijk stelt dat de huidige situatie van pensioenfondsen het resultaat is van collectief falen en dat de meeste schuld gezocht moet worden bij de overheid en DNB als toezichthouder. De MHP betreurt het dat Zembla de gevolgen van de algemeen financieel-economische situatie voor pensioenfondsen eenzijdig neer lijkt te leggen bij de bonden en andere partijen, zoals DNB, de overheid en werkgeversvertegenwoordigers buiten schot houdt.

Voorspellingen zijn – net als voor iedereen – ook voor fondsbestuurders steeds moeilijker te doen in een omgeving, waar financiële schokken zich steeds vaker voordoen en de schokken ook groter worden. Dit betekent dat pensioenfondsen geen harde garanties en zekerheden meer kunnen geven en meer risico moeten nemen om een koopkrachtbestendig pensioen te realiseren. In het huidige pensioencontract is alleen een nominaal pensioen gegarandeerd, maar moet de prijscompensatie (indexering) vooral uit hogere rendementen worden gefinancierd. Door inflatie zou bijvoorbeeld een nominaal gegarandeerd pensioen bezien over een periode van veertig jaar, nog maar slechts de helft waard zijn. Op dit moment zijn sociale partners in de Stichting van de Arbeid (StvdA) juist bezig om een nieuw pensioencontract te ontwikkelen, dat ervoor moet zorgen dat pensioenen weer toekomstbestendig en waardevast worden.

Uitwerking Pensioenakkoord

In de StvdA, waarvan de MHP deel uitmaakt, wordt deze weken zeer intensief overleg gevoerd over de invulling van een nieuw pensioencontract en een flankerend arbeidsmarktbeleid voor oudere werknemers. Het betreft de uitwerking van het in juni 2010 afgesproken Pensioenakkoord. Het is op dit moment nog niet zeker wanneer de besprekingen afgerond kunnen worden en de resultaten gepresenteerd kunnen worden. Duidelijk is wel dat het overleg in een eindfase zit. Het moment dat de StvdA naar buiten zal treden, is ook afhankelijk van de vraag of het kabinet zijn medewerking zal verlenen aan de afspraken.
Zodra er meer bekend is, zal in eerste instantie zoveel mogelijk gecommuniceerd worden via de website van de MHP: www.vakcentralemhp.nl.

 

Actie overheid- en onderwijspersoneel op 17 februari a.s.

De vakorganisaties voor overheids- en onderwijspersoneel maken zich ernstig zorgen over de kwaliteit van het overheidsapparaat door alle bezuinigingen. De angst bestaat dat de kwaliteit van de dienstverlening aan de burger en de marktsector flink zal verslechteren. De vakorganisaties vinden dit onacceptabel, omdat de focus op werkinhoud en professionaliteit moet liggen. De angst bestaat dat de kwaliteit van de dienstverlening aan de burger en de marktsector flink zal verslechteren. Om die reden hebben zij besloten zich gezamenlijk tegen de voorgenomen bezuinigingen uit te spreken. Er is een manifest opgesteld en op 17 februari a.s. zal van 13.00 tot 15.00 uur een manifestatie op het Malieveld in Den Haag worden gehouden. De actie gaat niet specifiek over arbeidsvoorwaarden, zoals de nullijn en de mogelijkheid van gedwongen ontslagen. Het protest richt zich vooral tegen de manier, waarop de overheid met haar werknemers omgaat. “Het regeerakkoord toont weinig respect voor de werknemers bij de overheid en in het onderwijs, en voor de dienstverlening aan de burger”, aldus het manifest.

De MHP deelt de zorgen van de vakorganisaties over de gevolgen van de bezuinigingen op de kwaliteit van de publieke dienstverlening en ondersteunt de actie van de vakorganisaties in de publieke sector dan ook volledig. Om dit kracht bij te zetten, zal MHP-voorzitter Richard Steenborg eveneens spreken tijdens de manifestatie op 17 februari a.s.
Voor verdere informatie omtrent het manifest en de manifestatie verwijzen wij u naar de websites: www.publiekwerk.info en www.cmhf.nl.

Kabinet houdt vast aan bezuiniging hoger onderwijs

Het kabinet is vastberaden de verhoging van het collegegeld met € 3.000 voor studenten die meer dan een jaar studievertraging oplopen, door te zetten. Op 1 februari jl. heeft het kabinet hieromtrent een aangepast wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd, ondanks de vele kritiek die hierop is geuit. Niet alleen studentenvakbonden, hoger onderwijsinstellingen en de MHP, maar ook de Raad van State heeft zich kritisch uitgelaten over deze bezuiniging, die inmiddels onder studenten de ‘Halbe-heffing’ is gaan heten (vernoemd naar de staatssecretaris van Onderwijs, Halbe Zijlstra).

De enige wijziging die ten opzichte van het originele voorstel is aangebracht, is dat er nu op een andere manier wordt bezuinigd op universiteiten en hogescholen. In plaats van dat deze, net als studenten die langer over hun studie doen, een boete krijgen van € 3.000, wordt het bezuinigingsbedrag van € 190 miljoen nu gekort op de budgetten van de instellingen. De beoogde invoeringsdatum van deze maatregelen is 1 september van dit jaar. Naar schatting worden tienduizenden studenten door de ‘Halbe-heffing’ getroffen.

De MHP vindt het een kortetermijnvisie om in deze tijd te bezuinigen op het hoger onderwijs en om de financiële drempels voor studenten te verhogen. Een structureel dreigend tekort aan hoger opgeleiden zou eerder pleiten voor investeringen in het hoger onderwijs en studenten. Als Nederland nog steeds de ambitie heeft om een sterke kenniseconomie te worden, dragen deze maatregelen in ieder geval niet hieraan bij.

 

Kamers van Koophandel weg ?

Op diverse plaatsen steekt minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) niet onder stoelen of banken dat hij voornemens is om de Kamers van Koophandel (KvK’s) op te heffen en te reorganiseren tot één orgaan. Naar verluidt, komt er nog maar één zelfstandig bestuursorgaan orgaan (zbo), namelijk KvK-ondernemersplein. De twaalf afzonderlijke KvK’s worden dus als aparte bestuursorganen opgeheven. Er komt één loket voor ondernemers, het Ondernemersplein. Het loket moet 24 uur per dag online bereikbaar zijn en de dienstverlening zal gericht zijn op ondernemers. Aangegeven is dat de dienstverlening efficiënter en goedkoper moet worden dan de huidige KvK’s. Syntens moet ook onderdeel gaan uitmaken van het Ondernemersplein. Minister Verhagen heeft aangekondigd in maart met een brief aan de Tweede Kamer te komen, waarin hij zijn plannen nader zal uiteenzetten.

Onlangs heeft een gesprek plaatsgevonden met het Ministerie over de KvK’s. Hierin is door de MHP aangegeven dat het van belang is dat de rol die de KvK’s in de regio spelen, zoals bij de regiostimulering, wordt gecontinueerd en dat bijvoorbeeld startende en zelfstandige ondernemers met hun vragen ook nog terechtkunnen bij een fysiek loket in de regio. De sterke infrastructuur die de KvK’s al eeuwen in de regio hebben, moet niet als een kind met het badwater worden weggegooid. Verder zal de focus niet eenzijdig op ondernemers gericht moeten worden. Ondernemingen bestaan hoofdzakelijk uit werknemers. Werknemersvertegenwoordigers hebben van oudsher bij de KvK’s een belangrijke rol gespeeld en daarom pleit de MHP ervoor om de vakbeweging, die onder andere ook zzp-ers vertegenwoordigt, een volwaardige plaats te geven in de aansturing van de nieuwe infrastructuur. De MHP zal eerst de brief van minister Verhagen aan de Tweede Kamer afwachten, alvorens met een nadere reactie te komen.

Aanbesteding openbaar vervoer grote steden

Amsterdam, Rotterdam en Den Haag krijgen een jaar extra de tijd om zich voor te bereiden op de aanbesteding van het openbaar vervoer. Dat heeft minister van Infrastructuur en Milieu Schultz van Haegen onlangs bekend gemaakt. In die steden zijn nu nog de gemeentelijke openbaarvervoerbedrijven (respectievelijk GVB, RET en HTM) actief, maar de wet schrijft voor dat via een aanbestedingsprocedure ook andere vervoerders moeten kunnen bieden om een concessie voor het vervoer binnen te halen. Dat kan volgens het kabinet leiden tot efficiencywinsten en beter en moderner openbaar vervoer. De verplichte aanbesteding moet de schatkist overigens € 120 miljoen opleveren. Het kabinet is geenszins van plan om van uitstel afstel te laten komen.

De MHP is de laatste, die tegen een efficiënt openbaar vervoer is. Maar openbare aanbestedingen mogen nooit ten koste gaan van de dienstverlening en het personeel. Voor klanten moeten scherpe prijsstellingen niet leiden tot kwaliteitsverlies. Bovendien bestaat er een verantwoordelijkheid richting het personeel. Recente voorbeelden bij postbedrijven hebben aangetoond dat privatisering en meer marktwerking niet altijd in het belang hoeven te zijn van het personeel. “Rechtspositioneel en arbeidsvoorwaardelijk is daar sprake geweest van een verslechtering en wij moeten voorkomen dat een dergelijke situatie ook ontstaat bij het openbaar vervoer”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket. De MHP is op zich blij dat er uitstel is gegeven om zorgvuldigheid te betrachten. Scherpere prijsstellingen mogen echter niet het gevolg zijn van concurrentie op arbeidsvoorwaarden. “Als de aanbestedingsprocedure ertoe leidt dat andere vervoersmaatschappijen de opdracht krijgen toebedeeld, zal op z’n minst ervoor gezorgd moeten worden dat het personeel de keuze krijgt om over te stappen naar het nieuwe vervoerbedrijf tegen vergelijkbare arbeidsvoorwaarden”, aldus Haket.

Laatste nieuws

Tijdelijk personeel

29 juni 2022

Wijzigingen arbeidsrecht en sociale zekerheid

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

29 juni 2022

‘Meer professionele ruimte in publieke dienstverlening’

Belastingen en premies per 1 juli 2022

28 juni 2022

Belastingen en premies per 1 juli 2022

Meer nieuws
Naar boven