Menu

De VCP is positief over de op 13 oktober jl. aangekondigde aanpassingen in de overbruggingsregeling AOW. Deze aanpassingen bieden echter geen oplossing voor rechthebbenden met partners zonder inkomen. Dit omdat de overbruggingsregeling in mindering wordt gebracht op het aanvullend pensioen. De VCP roept de Tweede Kamer op om bij de behandeling van de wijzigingen in de overbruggingsregeling aandacht te hebben voor deze groep en de reeds aangedragen oplossingen door de vakcentrales.

Uit de brief (.pdf) d.d. 13 oktober jl. van de staatssecretaris Klijnsma van SZW inzake de tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW blijkt dat er twee positieve aanpassingen worden gedaan. De overgangsregeling wordt verlengd tot 1 januari 2023 en ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met vut- en prepensioen zijn gegaan.

Op 29 juni hebben de vakcentrales in een brief (.pdf) bij de staatssecretaris aandacht gevraagd voor de uitvoering van de motie De Boer. De motie constateert dat de maximale overbruggingsuitkering voor een rechthebbende met een partner, zonder eigen inkomen, €731,64 bruto per maand bedraagt en dat ouderdomspensioen op dit bedrag in mindering wordt gebracht. Verder dat het niet reëel is te verwachten dat een huishouden van twee personen van een dergelijk bedrag kan rondkomen. Hierdoor is de kans zeer aannemelijk dat een beroep op de Participatiewet noodzakelijk is. De motie is aangehouden omdat de staatssecretaris heeft toegezegd zich in te zetten om tot een passende oplossing te komen voor deze groep rechthebbenden.

De vakcentrales hebben ertoe opgeroepen om voor de betreffende groep rechthebbenden te regelen dat ouderdomspensioen niet in mindering wordt gebracht op de overbruggingsuitkering en dat dit inkomen buiten beschouwing wordt gelaten voor de inkomenstoets. Een ander alternatief voor deze groep is: vast te leggen dat de hoogte van de overbruggingsuitkering gelijk wordt gesteld met de overbruggingsuitkering voor alleenstaanden/ongehuwden. Uit de brief van 13 oktober jl. blijkt dat de staatssecretaris jammer genoeg de oproep van de gezamenlijke vakcentrales naast zich neerlegt.

De vakcentrales zijn zich ervan bewust dat de maximering van de overbruggingsuitkering voor de groep rechthebbenden met een partner, zonder eigen inkomen, tot stand is gekomen naar analogie van het afschaffen van de AOW-partnertoeslag. Het is echter nog maar zeer de vraag of er in deze wel sprake is van vergelijkbare gevallen. De overbruggingsuitkering is er immers om de ongewenste gevolgen van het niet kunnen anticiperen op het versneld verhogen van de AOW-leeftijd te verzachten. Als men daarnaast kijkt naar de groep jongere partners, dan wordt al snel zichtbaar, dat deze groep voornamelijk bestaat uit vrouwelijke partners, ouder dan 50 jaar, met vaak een relatief grote achterstand tot de arbeidsmarkt. Gezien het huidige werkloosheidscijfer en het gegeven dat het bestrijden van de ouderenwerkloosheid moeizaam verloopt, is het niet te verwachten dat juist deze groep snel aansluiting vindt op de arbeidsmarkt. De VCP roept de Tweede Kamer dan ook op om bij de behandeling van de wijzigingen aandacht te hebben voor deze groep.

Laatste nieuws

Scholing en ontwikkeling moeten aantrekkelijker zijn

5 oktober 2022

Scholing en ontwikkeling moeten aantrekkelijker zijn

Duurzame inzetbaarheid: nieuwe subsidieronde Mdieu-regeling

4 oktober 2022

Duurzame inzetbaarheid: nieuwe subsidieronde Mdieu-regeling

Veel onzekerheid bij jongeren naar de toekomst

28 september 2022

Veel onzekerheid bij jongeren naar de toekomst

Meer nieuws
Naar boven