Menu

De SER heeft vandaag het advies Toekomstige Arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet vastgesteld. Belangrijke afspraken in het sociaal akkoord uit 2013 zijn daarin uitgewerkt. De WW krijgt meer een verzekeringskarakter, waarbij sociale partners ook weer meer betrokken zijn.

De SER wil een sterkere inzet op preventie van werkloosheid. Werknemers die hun baan dreigen te verliezen, moeten nog voor ze in de WW terecht komen, ondersteuning krijgen van nieuw op te richten adviescentra. Deze dienstverlening is aanvullend op die van het UWV. De SER kiest voor een praktijkgerichte benadering. De komende jaren kunnen partijen in pilots hier ervaring mee opdoen. De VCP heeft aangegeven een pilot met adviescentra te willen rond beroep en bedrijf. De intentie is verder dat partijen op regionaal en sectoraal niveau beter gaan samenwerken. Daartoe krijgen sociale partners een grotere rol in de regie over de WW en in het arbeidsmarktbeleid.

In het sociaal akkoord is ook afgesproken de WW-premies lastendekkend vast te stellen. De SER adviseert een WW-premie die structureel lastendekkend is. De lasten van de gemiddelde werkloosheid over tien jaar vormen het uitgangspunt voor de premie. Dit leidt tot een stabiele premie die niet conjunctuurversterkend werkt en daarmee geen extra werkloosheid genereert. In het sociaal akkoord is verder afgesproken dat werknemers opnieuw zelf de premie voor de WW gaan betalen vanuit het brutoloon en wel in de verhouding fiftyfifty tussen werkgevers en werknemers. Het verzekeringskarakter wordt daarmee versterkt.

Het advies brengt in kaart wat de verschillende mogelijkheden zijn om in cao’s private aanvullende werkloosheidsverzekeringen vorm te geven om de huidige opbouw en duur van de WW te handhaven. Daarbij maakt de SER een onderscheid tussen een meer uniforme en een meer sectorgebonden vormgeving, zonder daarin een keuze te maken. Wat betreft de uitvoering noemt de SER het UWV of een andere publieke partij uit de keten van werk en inkomen, zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ook kan worden gedacht aan een uitvoerder van een aanvullende pensioenregeling.

Ook adviseert de SER om de aftrekbaarheid van scholingskosten, die wordt ingezet om de overgang van werk naar werk te bevorderen, in de inkomstenbelasting uit te breiden. Uitgaven aan outplacement en employability die werknemers uit de transitevergoeding betalen, kunnen dan aftrekbaar zijn. Dit komt overeen met de mogelijkheid die werkgevers reeds hebben om kosten voor transitie af te trekken.

De SER pleit voor het verbeteren van de regie over de WW en in het arbeidsmarktbeleid op drie niveaus. Op centraal niveau stelt de SER voor sociale partners een zwaarwegende adviesrol te geven bij aspecten van de WW, zoals de systematiek van de premievaststelling en beleid voor bemiddeling en re-integratie. Op sectorniveau moeten cao-partijen meer ruimte krijgen om te adviseren over de vaststelling van de premies voor de sectorfondsen. Voor het regionale niveau is het belangrijk sectorale initiatieven en regionaal beleid met elkaar te verbinden. Het gehele advies vindt u hier.

De Nationale Beeldbank/Corepics

Laatste nieuws

PensioenLab weer van start!

6 oktober 2022

PensioenLab weer van start!

Sociale zekerheid

6 oktober 2022

Werkcoalitie: Bied mensen met een arbeidsbeperking bestaanszekerheid

Pensioen schoonouders worden oma en opa

6 oktober 2022

VCP: uitstel invoering pensioenwet was te voorzien

Meer nieuws
Naar boven